‘Steeds houd ik de Heer voor ogen… U levert mij niet over aan het dodenrijk… U wijst mij de weg naar het leven: voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.’ De slotverzen van Psalm 16 ademen een sfeer van vastberaden doelgerichtheid, een sfeer die is terug te vinden in alle drie de lezingen van vandaag. ‘En het geschiedde, als de dagen Zijner opneming vervuld werden, zo richtte Hij Zijn aangezicht, om naar Jeruzalem te reizen’ (Luc. 9,51, SV). Het woord ‘aangezicht’ of ‘aanschijn’ (NB) staat ook in vers 52, waar Jezus ‘voor Zijn aangezicht’ boden uitzond, en in vers
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Al voor € 10,- per maand heb je toegang tot het volledige aanbod.
InloggenLid worden