Menu

Basis

Een antwoord: dialogue for peaceful change (dpc)

Hoe kun je als mens, maar ook als (kerkelijke) gemeenschap omgaan met conflicten? Hiervoor is een methode ontwikkeld: Dialogue for Peaceful Change. Een methode waarmee al jarenlang binnen en buiten de kerken gewerkt wordt. Wat is nodig om in gesprek te komen, zodat je gezamenlijk tot een verandering komt die goed doet?

Ir. J. van der Sar is initiatiefnemer van Dialogue for Peaceful Change en (in dit verband) Director van Different Tracks Global, Ballycastle, Noord Ierland

De meesten van ons houden niet van conflicten. Ze bestaan echter zo lang wij leven. Wij zijn het resultaat van conflicten waarmee we min of meer succesvol zijn omgegaan – met hulp van velen. Volwassen worden betekent dat je vaardigheden hebt aangeleerd om relatief soepel op verschillende manieren met conflicten om te gaan: leren lezen, op kamers gaan, vriendschappen aangaan, solliciteren – het kost tijd en energie, gaat niet altijd makkelijk en is allemaal ook als een conflict te zien. Het zijn relatief kleine conflicten. Menigeen ervaart ook grotere conflicten: in de relatie-sfeer, op het werk, in de kerk. Vaak hanteerbaar, maar vaak ook lastig; we hadden ze liever niet gehad. In feite komt echter elke verandering voort uit een kleiner of groter conflict.

Conflictmanagement

Dialogue for Peaceful Change (DPC) ontstond als een conflictmanagement-methode. Niet per se als een oplossingsmethode, want die pretentie is te groot. We moeten er eerst goed mee omgaan voordat we een conflict kunnen oplossen. Vanuit Nederland ben ik met deze methode gestart (in 2004 vanuit de stichting Oikos), mede op verzoek van mensen in de internationale oecumene die hoorden over de manier waarop wij lastige gesprekken goed konden voeren. Mensen uit verschillende continenten kwamen bij elkaar in Utrecht om hun ervaringen in te brengen. Vanuit Noord-Ierland kwam Colin Craig. Zijn ervaringen met het vredeswerk vanuit de kerken in Noord-Ierland – zij met de geweren nog warm – kwamen samen met mijn ervaringen. Samen hebben we DPC opgezet en verder ontwikkeld. Hij brandde mijn oorspronkelijke naam voor het project af: Ik begon met ‘Dialogue for Understanding’. Maar hij zei: ‘dat kan niet je bedoeling zijn. We willen toch verder gaan dan onderling begrip. Het is toch niet zo dat iemand kan zeggen: “Nu ik je goed begrijp, weet ik waarom ik je wil doden”.’

… een verandering die duurzaam is, doordat twee partijen in alle rust en ruimte voor de ander in gesprek komen

Het werd ‘Dialogue for Peaceful Change’: we willen een verandering, die duurzaam is, doordat twee partijen in alle rust en met ruimte voor de ander in gesprek komen. We ontwikkelden een trainingsprogramma, waarbij we ons richten op praktische vaardigheden. Het bijzondere voor ons is: patronen blijken overeen te komen. ‘Deze methode heeft geen kleur’, zei een Zimbabwaanse trainer. En één van onze coaches, een vroegere politiechef in een grote stad, meldde dat hij de training het liefst aan het begin van zijn carrière had gehad. Inmiddels hebben we de training meer dan honderd keer gegeven – de volle vijf dagen – in meer dan vijfentwintig verschillende landen met deelnemers uit meer dan tachtig landen.

De trainingen hebben allereerst effect op de deelnemers in hun gewone leven van alledag

Toepassingen

De methode wordt toegepast binnen en buiten de kerken. Een internationale kerkelijke organisatie traint de eigen mensen in verschillende landen met onze methodiek – want een leven zonder conflicten is niet realistisch en bovendien saai. Dan kan je er maar beter goed mee omgaan. In Zweden neemt een organisatie DPC op als standaardtraining voor het personeel dat op straat mensen ontmoet en aanspreekt die verzeild raken (of zijn geraakt) in de kleine en grotere criminaliteit. In de Verenigde Staten heeft de stad van de genoemde politiechef al meer dan 300 vrijwilligers (grotendeels kerkleden) getraind om met jongeren op een mogelijk hellend vlak op te trekken, zodat ze uit de criminaliteit blijven en daarmee in leven blijven en hun leven oppakken, soms gaan studeren in plaats van elkaar doodschieten. In Canada zetten trainers programma’s op met mensen uit de First Nation-groepen. Maar meer dan dat allemaal: de trainingen hebben allereerst effect op de deelnemers in hun gewone leven van alledag. Ze ontdekken hoe ze zelf omgaan met conflicten en hoe ze er in de toekomst op een andere manier mee om kunnen gaan.

Werken we daarbij aan vrede? Jazeker, maar niet op een snelle manier. Veranderen kost emotie, energie – en vooral veel tijd. Snelle vrede is er niet. Maar het maakt wel uit of we met elkaar stappen kunnen zetten, resultaten boeken waarvan achteraf te zeggen is: het was een bijdrage. Verzoening is daarbij nog moeilijker maar zeker niet onmogelijk. En ook de weg naar verzoening omvat vele stappen, vraagt tijd en volharding. Dat kennen we in de kerken maar al te goed.

Zes voorbeelden

Zes voorbeelden uit de praktijk van DPC, in Nederland en daarbuiten, die laten zien wat DPC doet en hoe wij dat – in onze dagelijkse praktijk én binnen de kerk – kunnen inzetten. De kopjes zijn belangrijke aandachtspunten in een conflict, ze laten zien wat nodig is om in gesprek te komen, zodat je gezamenlijk tot een verandering komt die goed doet.

Stel je oordeel uit

De Raad van Kerken en Shell waren het op verschillende terreinen niet eens. Shell verzocht om een gesprek: drie keer acht uur op verschillende dagen. Te verwachten was dat vele standpunten van deelnemers behoorlijk uit elkaar zouden liggen. Hoe voer je dat gesprek? Naast goed eten en drinken en een goede ruimte (allemaal ook belangrijk) is de bijeenkomst zo opgezet dat deelnemers pas een oordeel over de visie en standpunten van een ander mochten geven nadat ze eerst het standpunt van die ander goed hadden samengevat. Volgens die ander! Zo’n techniek is vaak te realiseren. En het verbindt.

Verander de vraagstelling en het perspectief

In een gemeente kunnen niet alle drie de gebouwen van de PKN openblijven. Eén zeker niet. Wat te doen? Kerkenraden van de twee die wellicht blijven, willen vooral dat het eigen gebouw openblijft. Eén kerkenraad vertoont helemaal geen twijfel: ons gebouw moet blijven. Dat geluid wordt steeds door de voorzitter verwoord – een dominante man die weinig tegenspraak duldt. Er is een patstelling. Op een zaterdag komen alle kerkenraden bij elkaar voor een soort conferentie over de gebouwen. De groep wordt niet ingedeeld naar wijkkerkenraden; in de toekomst zijn er niet twee of drie groepen meer, maar is er één kerkgemeenschap. De aanwezigen krijgen niet de vraag wat hun beste optie is – dan zijn de vroegere lijnen op voorhand dominant: ‘mijn’ kerk moet open. De vraag waarover het gesprek gaat is: Wat is voor jou de op één na beste oplossing? Binnen zes weken is er een principeakkoord: nieuwbouw en daarna de drie andere kerken sluiten.

Wat is voor jou de op één na beste oplossing?

Blijf rolvast

Een nationale kerk in Europa heeft ruzie met een (rijke) lokale kerkgemeenschap. Allerlei problemen duiken op – al meer dan 20 jaar. Een overkoepelende organisatie wordt ingeroepen om hulp. Verschillende personen bezoeken de partijen: de één biedt pastorale hulp, de ander biedt een dikke portemonnee, een derde leidt onderhandelingen en geeft aan wat iedereen kan doen en een vierde vindt mediation op z’n plaats. Het leidt bij de koepel tot metersdikke dossiers en veel hoofdpijn. Wat te doen? DPC wordt gevraagd om mee te kijken. Het blijkt dat de beide partijen in het betreffende land zich vooral gestimuleerd voelen om vol te houden, koppig te zijn en niets te veranderen, want dat levert geld en aandacht op. Als dit helder is, dan is de conclusie: erken dat je een probleem hebt. Als jullie niets willen oplossen, kan DPC ook niks voor jullie betekenen. Dit schept helderheid. De meters dossiers zijn in twee jaar gegroeid met 5 millimeter.

Hebben wij aan u als minderheid recht gedaan wat betreft gevoelens en argumenten?

Erken en eer de minderheid

Te veel kerkgebouwen waar diensten plaatsvinden voor steeds minder mensen. Sluiten van een gebouw is eigenlijk logisch – maar welk? Vrij veel mensen vinden de kerk waar de minste mensen deelnemen aan de dienst het meest geschikt om te sluiten. Op een gemeenteavond staat dit op de agenda. Hoe dat aan te pakken? Allereerst komt het brede perspectief in beeld: er is een trend en we kunnen die niet eenvoudig keren. Dan is een beperkter aantal diensten op zondag logisch. Argumenten zijn op een rij gezet. Tijdens de avond komen emoties rond het gebouw naar voren. De voorzitter neemt daar de tijd voor en herformuleert die emoties in eigen woorden, maar op zo’n manier dat mensen zich hierin herkend en erkend weten. Hetzelfde gebeurt vervolgens met hen die pleiten voor de sluiting van juist dit gebouw. De slotvraag is: Hebben wij aan u als minderheid recht gedaan wat betreft uw gevoelens en argumenten? En erkent u dat de meerderheid van de gemeente uw gevoelens en argumenten niet voldoende deelt? Dat blijkt het geval. Iedereen is tevreden met de uitkomst van het proces. Deze kerk sluit.

Omstanders zijn belangrijk

Bij conflicten spelen omstanders – de indirect betrokkenen – ook een grote rol, soms zelfs jaren na het conflict. In Noord-Ierland gaan de marsen over een overwinning van Willem van Oranje in 1690. Hongaren krijgen soms nog tranen in de ogen bij de herinnering aan het Verdrag van Trianon aan het eind van de Eerste Wereldoorlog. Niemand heeft dit zelf meegemaakt, maar de emoties spelen op alsof de pijn nog steeds zelf beleefd wordt. De indirect betrokkenen voeden het vroegere sentiment. Herinneren blijft van groot belang, mits het ook gepaard gaat met verwerken, met nieuwe verhoudingen en houdingen. Zo niet, dan kunnen de omstanders bij het oorspronkelijke conflict zomaar het vuurtje weer opstoken. Wij noemen dat het ‘Balkaneffect’. Voordat je het weet, voed je met elkaar de cyclus van herhalend geweld. Om dat tegen te gaan is het nodig veel tijd en energie te steken in de verwerking van het conflict, in een ‘nieuw verhaal van na de oorlog’, in nieuwe relaties.

Neutraliteit bestaat niet

Hoe leid je een gesprek tussen mensen met meningen die heftig gepolariseerd zijn? Dat is lastig, met name omdat je als gespreksleider ook opvattingen en meningen hebt. Een dergelijk gesprek heeft pas zin als je enkele zaken goed regelt, zoals vertrouwelijkheid (Vertel nooit wie wat zei, maar beperk je tot wat gezegd is), de bereidheid goed naar elkaar te luisteren en zo nodig verhelderende vragen te stellen. Als gespreksleider zit je daar dan tussen. Wees daar eerlijk in en vraag de deelnemers jouw bondgenoot te zijn om – met je eigen opvattingen – toch iedereen recht te doen. Vraag daarom als gespreksleider om hulp van de deelnemers. Zij snappen dit en zijn bereid te helpen. ■

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken