Een overlevingsverhaal als persiflage
Het is gebruikelijk om verhalen uit de bijbel met een grote ernst te lezen. Het verhaal van ‘Mozes in het biezen kistje’ is bij velen in hun jeugd in het geheugen gegrift. Het lijkt om een wanhoopsdaad te gaan van een moeder die haar kind niet het slachtoffer wil laten worden van de afschuwelijke eis van de farao aan heel het volk om alle jongens die geboren worden in de Nijl te werpen en alle meisjes in leven te laten (Exodus 1:22). Een moeder probeert haar zoon zo lang mogelijk verborgen te houden voor de niet bij name genoemde Egyptenaren die het vonnis van de farao zullen uitvoeren. Daarom legt ze haar zoon in een ‘biezen kistje’, of ‘mandje’ tussen het riet in de Nijl, op hoop van zegen. Het verhaal lijkt verder van toevalligheden aan elkaar te hangen, als net op dat moment de dochter van de farao voorbijkomt om te baden in de Nijl en dan kennelijk vertederd raakt door de aanblik van dat schattige jongetje. Gelukkig staat Mirjam op wacht om op het juiste moment haar moeder als voedster te kunnen aanprijzen. De dochter van de farao adopteert deze Hebreeuwse zoon en geeft hem zijn naam: Mozes.