Menu

None

Een uitnodiging voor het Koninkrijk

Preekschets Lucas 5:32, Startzondag 2024

‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen’ (Lucas 5:32)

  • Bijbelgedeelte: Lucas 5:27-39
  • Preektekst: Lucas 5:32
  • Thema: Als je je te goed voelt…

Deze preekschets is geschreven voor startzondag 2024. Het thema daarvan is: ‘Als nieuw! Leven in het licht van Gods Koninkrijk’. Lees ook de preekschets van Bert Aalbers voor de startzondag 2024: Het Koninkrijk van God is nabij en die van Hanna Rijken: Zien in het licht van Gods Koninkrijk.

Liturgisch kader

Startzondag 2024. Het kerkelijke seizoen van start. Deze start mag verwachting en hoop ademen – om met elkaar mooie dingen te beleven, van God en Zijn woord te leren en samen God te dienen. Niet dat we het dit jaar met elkaar gaan maken, maar dat God door ons heen er iets van zal maken! Wat God aan het maken is, kun je zijn Koninkrijk noemen. En wij worden uitgenodigd om in dat Koninkrijk te leven en daar op onze beurt ook weer anderen voor uit te nodigen. Er passen dus ook ‘missionaire liederen’ op deze zondag. Een liedsuggestie is: lied 531 uit Liedboek Zingen en bidden in huis en kerk, 2013: ‘Jezus die langs het water liep’. Dat gaat over de verwachting dat Jezus ook nu zomaar langs kan komen en ons roept.

Uitleg

In Matteüs 4:18-22 vind je het eerste roepingsverhaal van leerlingen (dat ook in Marcus voorkomt) en in Lucas 5 het parallel-verhaal: het is op verschillende manieren ‘open te leggen’. We kiezen hier vooral voor verschillende manieren van identificatie, omdat deze manier van lezen ons heel snel bij onszelf en onze hoorders brengt. We geven echter nog kort twee andere exegetische invalshoeken weer.

Identificatie 1 – met Levi en zijn vrienden, de ‘tollenaars en zondaars’.

Jezus blijkt veel met hen te hebben. ‘En Hij zag Levi’. Dit wijst op een heel nauwkeurig zien en niet op het oppervlakkige kijken. Jezus spreekt Levi aan: ‘Volg mij’. Misschien kende Levi Jezus al, want het is in de omgeving waar Jezus woonde en waar hij ook was begonnen met zijn publieke optreden. Misschien was Levi al belangstellend of zag hij in Jezus al de Messias – al zwijgt de tekst hierover. Hoe dan ook, de oproep van Jezus vindt gehoor, Levi laat zijn baan in de steek, geeft zijn veilige positie op en wordt een van de 12 fulltime-trainees van Jezus.

Via Levi komt Jezus vervolgens in contact met Levi’s netwerk van ‘tollenaars en zondaars’. Tollenaars werden gezien als collaborateurs – immers zij heulen met de vijand om er zelf rijker van te worden – en zij werden gehaat. Hun getuigenis gold niet in Joodse gerechtshoven, omdat ze als hoogst onbetrouwbaar te boek stonden. In één mond werd over hen gesproken als ‘zondaars’. Overduidelijk foute mensen dus. Afgewezen en afgeschreven. Levi lijkt overigens geen oppertollenaar te zijn (zoals Zacheüs), maar ‘een gewone’. Jezus eet met hen – in die tijd een teken van verregaande verbinding. 

Identificatie 2 – met de ‘farizeeërs en wetgeleerden’.

De godsdienstige leiders zijn in het evangelie van Matteüs een groep die voortdurend kritisch is op Jezus. Zo ook hier. Als Jezus omgaat met ‘tollenaars en zondaars’, moet hij dus zelf ook wel slecht zijn als hij niet ziet hoe slecht zij zijn en met hen om wil gaan. Hun gedachte is ook: met wie je omgaat, word je besmet. Daar komt nog bij dat Jezus zich aan hun godsdienstige gebruiken weinig gelegen laat liggen. Uit het vervolg op deze perikoop lijkt, dat zij een vastendag lijken te hebben. Als Jezus dan vrolijk zit te eten met zondaars, is dit voor hen weer een teken dat Jezus de ware godsdienst niet serieus neemt.

Jezus is op zijn beurt heel kritisch op deze godsdienstige leiders. In het evangelie van Matteüs verwijt Jezus dat zij Gods woorden verdraaien, mensen misleiden en hun binnenkant corrupt is. Zijn kritiek hier is dat die godsdienstige leiders zichzelf als rechtvaardigen (gezond) zien, terwijl ze eigenlijk zondaren (ziek) zijn. Hierdoor kan Jezus hen niet helpen. Hij kan die zondaars en tollenaars wél helpen, omdat die erkennen dat ze gefaald hebben. 

Identificatie 3 – met Jezus

Jezus is in het Matteüs-evangelie de grote leraar en daarmee ook het grote voorbeeld voor de lezers. Zijn woorden en daden moeten opgevolgd worden door zijn volgelingen; zijn missie moet ook de missie van zijn volgelingen (de kerk) zijn. Jezus omschrijft in dit gedeelte zijn missie: ‘gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel.’ Hij is gekomen voor hen die ‘ziek’ zijn – oftewel verkeerd bezig zijn – en hulp nodig hebben. Hij richt zich op deze mensen, roept hen op tot ommekeer, een andere richting, om hen tot hun bestemming te laten komen. In plaats van doel missen. Want als je achter Jezus aan gaat, dan ga je de goede kant op, dan kom je tot je bestemming, je doel.  

Synoptische vergelijking

Ten opzichte van het (oudste en eerste) evangelie van Marcus heeft de versie van Matteüs 2 opvallende details toegevoegd. Matteüs (deze Levi?) zet dit verhaal tussen twee wonderverhalen in. Dat hij Jezus mocht gaan volgen, is een wonder. De zinsnede: ‘en hij stond op’ wijst ook op dit idee van een wonder. Verder voegt Matteüs nog een citaat toe uit het profetenboek Hosea als hij zegt: ‘Overdenk eens wat dit wil zeggen: barmhartigheid wil ik, geen offers’. Met hun godsdienstige praktijken (offers) missen ze een warm hart voor mensen terwijl God barmhartigheid belangrijker vindt.

Vanuit de opstanding van Jezus gelezen

In dit verhaal staat Levi op en dat leidt uiteindelijk tot een feestelijke maaltijd met allerlei slag mensen; Jezus is écht verbonden met deze mensen. Jezus is opgestaan en dat leidt bij Hem tot ‘een eeuwig feestmaal’ waaraan allerlei slag mensen zal deelnemen en Jezus voor altijd met zijn volgelingen samen is.

Visser met net op een muur.
In Matteüs 4 en Lucas 5 worden mensen geroepen om Jezus te volgen. De discipelen zijn bijvoorbeeld visser of tollenaar. Foto van Fredrik Öhnlander op Unsplash.

Aanwijzingen voor de prediking

In de preek kunnen de verschillende identificaties hun plek krijgen: comfort en challenge mogen beide hun plek krijgen. Immers dit verhaal is ook tegelijkertijd bemoedigend als kritisch.

Als hoorders zich herkennen in Levi

Comfort: als iemand zich afgeschreven voelt – vanwege fouten, een bepaald verleden – dan is de boodschap dat Jezus juíst voor zulke mensen is gekomen. Zij hadden zichzelf misschien al afgeschreven, maar Jezus nodigt hen uit tot een nieuw begin, een nieuw leven binnen Gods Koninkrijk.

Challenge: voor mensen als Levi is het goed om nooit te vergeten dat het een wonder is dat zij Jezus mogen volgen. En dus geen prestatie.

Challenge: het goede van Levi is dat hij Jezus in contact brengt met zijn netwerk. Een inspirerend voorbeeld.

Challenge: Levi ‘zat in zijn tolhuis’; dat duidt op wel erg weinig morele ambitie. Een comfortabel, veilig leven en verzekerd van goed inkomen waren wellicht de drijfveren van Levi. Hij zat vast en wist niet hoe eruit te komen. Jezus komt langs met de uitdaging ‘volg mij’ en dat gaf Levi de zet om zijn oude leven met zekerheid en comfort op te geven en een nieuw leven te beginnen. 

Als hoorders zich herkennen in de godsdienstige leiders

Challenge: deze ‘wetgeleerden en farizeeërs’ rechtvaardigden zichzelf, vonden zich te goed vonden voor Jezus en voor de mensen waarop Jezus zich richtte. Ook bleken zij te kort te schieten in barmhartigheid, in een warm hart, en hielden zij zichzelf zo buiten het nieuwe leven in het Koninkrijk.

Als gemeente(leden) zich (willen) herkennen in de missie van Jezus

Comfort: we worden uitgenodigd om Jezus te volgen, ook in zijn missie om mensen te roepen. Mensen die ‘ziek’ zijn, gefaald hebben of zichzelf hebben afgeschreven. Er is een goede kans dat mensen waar je het niet van verwacht had, opstaan om Jezus te volgen.

Challenge: wie zijn de ‘tollenaars en zondaars’ vandaag de dag? Zien we hen? Nodigen we hen uit?

Challenge: of we (als kerk of individueel) de missie van Jezus in praktijk brengen, is hieraan af te lezen: of we kritiek krijgen uit religieuze hoek en of we onverwachte vrienden krijgen en in ongedachte feestjes belanden.

Ideeën voor kinderen en jongeren

  • Voor kinderen is dit verhaal misschien niet zo vreemd, terwijl het goed is om de vreemdheid van het verhaal te ervaren om de boodschap ervan te verstaan. De vreemdheid van dit verhaal kan duidelijk worden door kinderen/jongeren te vragen (letterlijk of meer retorisch) hoe ze het zouden vinden als jij als dominee geen tijd meer aan hen (of de mensen van de kerk) zou besteden, maar wel aan een groep (vervelende) hangjongeren of aan welke groep dan ook waar veel mensen uit dorp/wijk/stad een hekel hebben.
  • Voor jongeren kan begonnen worden met de vraag: ‘Waar heb jij Jezus voor nodig?’ Of: ‘Heb je Jezus ergens voor nodig?’ Vervolgens kan ook geschetst worden dat het ook een mogelijkheid is dat alles eigenlijk prima gaat en je eigenlijk ook vindt dát je het prima doet. En tja, waar heb je Jezus dan voor nodig? Je kunt je dus ook te góed voelen voor Jezus… En dan kan Jezus niet zoveel met je… 

Niels de Jong is predikant-pionier van het Noorderlicht Rotterdam. Deze gemeente is in 2012 ontstaan vanuit de Prinsekerk. In deze gemeente zijn veel twintigers en dertigers. Velen van hen zijn lang weggeweest uit de kerk of hebben geen kerkelijke achtergrond gehad. Gemeente en predikant proberen maximaal aan te sluiten bij de mensen. In taal, muziek, vormgeving, verkondiging en kringen.

Wellicht ook interessant

Bijbelwetenschappen
Bijbelwetenschappen
Basis

Zonder tekenen en wonderen geen geloof?

Johannes 4:43-52 volgt op de ontmoeting tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de bron van Jakob. Tegelijkertijd sluit deze perikoop aan bij een eerder wonderverhaal uit dit Evangelie: het wijnwonder van Kana (2:1-12). Ook suggereert het verhaal een ontwikkeling: van geloof op grond van de tekenen van Jezus (4:48) naar geloof op grond van zijn woord (4:50). Toch blijkt de redding van de dood en het in leven houden van het kind van de ‘dienaar van de koning’, die Jezus hier aanspreekt, ook een teken.

Bijbelwetenschappen
Bijbelwetenschappen
Basis

De velden zijn wit, rijp voor de oogst

Overeenkomstig in de lezingen is de belofte voor ‘vreemdelingen en gasten’ (Efeziërs 2:19) om deel te hebben aan dezelfde toekomst als de ‘heiligen en huisgenoten van God’ (2:19). Bij Jona gaat het om ‘omkeer’ uit verkeerde levenspatronen, de andere stellen Jezus Christus centraal. In het evangelie speelt een Samaritaanse vrouw (Johannes 4:29.39) de rol van ‘zaaier’ bij de ‘oogst’ (4:37). De oogst bestaat eruit dat haar stadgenoten niet langer vanwege haar ‘woord’ (4:39 – NB) geloven, maar door ‘zijn eigen woord’ (4:41 – NB). Tweemaal klinkt een belijdenis (4:29.42).

Nieuwe boeken