Menu

Premium

Eenheid en diversiteit in Christus’ gemeente

Bij Efeziërs 1,3-14

Eenheid en diversiteit – dat was de uitdaging voor de gemeente in Efeze, zo kunnen we opmaken uit de brief van Paulus aan de Efeziërs. Joden-christenen en heiden-christenen moesten tot een eenheid worden gesmeed. De hoofdboodschap in deze brief is dan ook dat de gemeente onderdeel is van de kerk die het lichaam vormt waarvan Christus het hoofd is.

Na de aanhef (Efeziërs 1,1-2) gaat Paulus in de verzen die voor deze zondag op het Alternatieve Leesrooster staan, over tot de lofprijzing (Efeziërs 1,3-14). In deze lofprijzing worden verschillende thema’s aangeroerd: overeenkomstig de Kolossenzenbrief wordt de christologie allereerst in de kosmologie gefundeerd. De hemelsferen worden nog in één adem genoemd met Christus (Efeziërs 1,3). Ook de zogenaamde pre-existente Christus wordt in vers Efeziërs 1,4 verondersteld.

Al vóór de schepping kind van God

Zelfs de uitverkiezing van de christen tot kind van God vond al vóór de grondvesting van de wereld plaats ‘in zijn geliefde Zoon’ (Efeziërs 1,5-6). Vóór die tijd al heeft God ons door (Gr.: dia) Jezus Christus voorbestemd om in Hem (Gr.: eis, als in het Engelse into, ‘in zijn richting’) aangenomen te worden als zijn kinderen (Efeziërs 1,5). Met dit ‘in-zijn’ kunnen twee dingen worden bedoeld: het deel uitmaken van de schepping, en het deel uitmaken van de christelijke gemeente. Pas verderop in deze brief zal dit worden toegespitst op het laatste. Wat verder ook opvalt is de dubbele genitivus-constructie: door Jezus Christus, en door het welbehagen van zijn wil. Jezus Christus en Gods welbehagen vallen immers samen. In Jezus leren wij het welbehagen van Gods wil kennen. Ook vinden wij in Efeziërs 1,6 voor de eerste keer de concluderende opmerking ‘tot eer van zijn (Gods) grootheid’ (Nieuwe Bijbelvertaling) of ‘heerlijkheid’ (Naardense Bijbel) (Gr.: eis epainon doxès autou). Verder vinden wij deze woordengroep nog in Efeziërs 1,12 en Efeziërs 1,14 en daarom wordt deze perikoop terecht de lofprijzing genoemd.

Het geheim onthuld

In Efeziërs 1,6 wordt de lofprijzing van zijn grootheid nog nader bepaald door ‘van zijn genade’. Genade houdt in dat wij in Hem verlost zijn en dat door zijn bloed onze zonden (misstappen) zijn vergeven. Ook hier weer twee begrippen die elkaar aanvullen en door ‘betekenisrijm’ de zaak toespitsen: niet alleen ‘in Hem’, maar vooral ‘door zijn bloed’. In Hem zijn betekent specifiek zijn bloed als vergeving aanvaarden (Efeziërs 1,7). Voor het eerst wordt ‘in Hem zijn’ hier dus concreet gedacht als ‘deel uitmaken van zijn lichaam: de kerk, als de lokale gemeente van heiligen’, waarvan in de aanhef van de brief sprake is. Juist die plaatselijke gemeente is al een lichaam dat verlost is en waar zonden mogen worden vergeven!
De verzen Efeziërs 1,7-10 vormen een sub-perikoop door de herhaling van de woorden ‘In Hem’ (Gr.: en hooi) aan het begin van de verzen 7 en 11. In deze sub-perikoop staat het woord ‘mysterie’ of ‘geheim’ centraal (Gr.: mustèrion, het 32e van 66 woorden – Efeziërs 1,9). Let ook op het homiletische spel dat hier met de paradox tussen ‘wijsheid’ (Gr.: sophia) en ‘inzicht’ (Gr.: phronèsis) enerzijds en ‘geheim’ anderzijds wordt gespeeld. Die eerste twee gelden, in tegenstelling tot geheim, als geaccepteerde, verifieerbare kennis. Maar in zijn wijsheid heeft God ons dus juist een gehéim onthuld. En al het voorafgaande en het volgende in deze sub-perikoop lijkt onder dit geheim te vallen: de genade en de verlossing die te vinden zijn in de gemeente door het bloed van Christus, én Gods voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken door alles in de hemel en op de aarde onder één hoofd te brengen. Het begon dus met de kosmos en het eindigt met de kosmos. Vanaf de grondvesting van de kosmos is Gods genade te vinden in Christus. Zij is te vinden in het lichaam van Christus, de kerk. En het zal uiteindelijk allemaal leiden tot de eenheid van alles in allen onder één hoofd: Christus. Ook hier weer de metafoor van het lichaam van Christus, dat de kosmos en de kerk kan verbeelden.

‘Wij die vooruithopen op Christus’

Dan volgen enkele samenvattende verzen (Efeziërs 1,11-12), afgesloten met de woorden ‘tot eer van Gods heerlijkheid’. In vers 12 staat echter nog een bijzonder, want weinig voorkomend participium, dat zoiets betekent als ‘vooruithopend’ (Gr.: proèlpikotas), of zoals de Nieuwe Bijbelvertaling omschrijvend vertaalt: ‘vanaf het begin de hoop te vestigen’. In het woordenboek van Bauer Aland worden wij onder dit lemma erop gewezen dat veel afhangt van de vraag wie die ‘wij’ (Gr.: hèmeis) hier zijn. ‘Zijn het, zoals de meesten (…) interpreteren, de jodenchristenen, dan slaat het pro hier op “voor de heidenen” of “al voor het verschijnen van Christus”. Zijn die hèmeis hier de christenen als geheel (…), dan verwijst pro vooruit naar de vervulling van de hoop in de toekomst.’ De NBV kiest dus voor de middelste vertaling. Maar hier kan dus ook gelezen worden: ‘voor ons (uit) de hoop vestigend op Christus’ of ‘nu reeds hopend op Christus’. Ziehier de thematiek van de Efeziërsbrief in een notendop.

Ons erfdeel

Aan het einde van de perikoop vinden we deze thematiek terug in het erfdeel (Gr.: klèronomia – Efeziërs 1,14). Dit verwijst terug naar het Griekse woord eklèroothèmen (Efeziërs 1,11), waar de Nieuwe Bijbelvertaling het vertaalt met ‘(de bestemming) wordt ons toebedeeld’. Een erfenis wordt je toebedeeld omdat je nu eenmaal een kind bent, niet omdat je het verdient. Later komt dit ook nog even terug (zie Efeziërs 2,8-9). In dit geval is de heilige Geest het voorschot (Gr.: ho arraboon – Efeziërs 1,14) op de erfenis, die dus nog in het verschiet ligt.

Telkens weer blijkt dat wat van vóór de schepping is voorbestemd, nu reeds beschikbaar is én in de toekomst tot voltooiing zal komen. In het mysterie van Christus komen verleden, heden en toekomst, kosmos en kerk samen.

Bij Efeziërs 1:3-14

Wellicht ook interessant

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Uitsnede uit de cover van Op de school van het lijden
Uitsnede uit de cover van Op de school van het lijden
None

Thema: School van het lijden

Hans Alderliesten werkt bij Movisie als senior onderzoeker op het gebied van dementie. In zijn werk staat de vraag centraal hoe mensen, ook wanneer zij te maken krijgen met kwetsbaarheid, ziekte of verlies, volwaardig kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Hij beschouwt dementie niet alleen als een zorgvraagstuk, maar vooral ook als een samenlevingsvraagstuk. Daarnaast doet hij promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam naar leiderschap bij de filosoof Augustinus. Hij publiceert over menselijke waardigheid, kwetsbaarheid en de betekenis van klassieke denkers voor actuele maatschappelijke vraagstukken. In zijn nieuwste boek, Op de school van het lijden, brengt hij Augustinus en Job met elkaar in gesprek over lijden, verlies en de kunst van het leven. Elsbeth gaat in deze aflevering in gesprek met Hans Alderliesten.

Een open boek, een zwevend model van de planeet aarde zweeft erboven, tegen de achtergrond van de ruimte met sterren.
Een open boek, een zwevend model van de planeet aarde zweeft erboven, tegen de achtergrond van de ruimte met sterren.
None

Bijbel en sciencefiction

In de komende tijd verschijnen er op theologie.nl diverse artikelen over theologie en
sciencefiction, een genre dat zowel in literatuur, film, videogames als in meer te vinden
is. t Hoe ziet het christendom eruit als we allemaal onze gedachten hebben
geupload in servers, is dat een soort eeuwig leven? Of zou er ook buitenaards leven zijn
dat religieus aangelegd is, en hoe speelt het christendom een rol daarin? Zouden
mensen moeten evangeliseren onder aliens, of komen aliens over 100 jaar misschien bij
ons op aarde evangeliseren?

Nieuwe boeken