Elia op de Horeb
Het negentiende hoofdstuk van 1 Koningen is een hoogtepunt te midden van de verhalen over de koningen van Juda en Israël. Bij het begin ervan is Elia bij de Horeb terechtgekomen. Nadat zijn inspanningen om een eind te maken aan de Baälsdienst op niets zijn uitgelopen, is hij gevlucht voor koningin Izebel, die hem naar het leven staat: ‘Alleen ik ben overgebleven en ze hebben het op mijn leven voorzien.’ Daar wordt het na een overweldigende uitbarsting van natuurverschijnselen stil. Vervolgens krijgt de profeet drie opdrachten, die deze stilte op hardhandige wijze verbreken: hij moet Hazaël tot koning van Aram, Jehu tot koning over Israël en Elisa tot zijn opvolger zalven en de bijbehorende voorspellingen zijn allesbehalve vreedzaam. Van die opdrachten wordt er echter geen op de voorgeschreven manier uitgevoerd – zo staat nergens beschreven dat Elisa wordt gezalfd – en de voorspellingen komen evenmin precies zo uit – Elisa doodt nergens ‘wie ontkomt aan het zwaard van Jehu’. Wat zit er achter deze oneffenheden, wat hebben ze met de betekenis van dit hoofdstuk te maken? Redenen genoeg om 1 Koningen 19 eens onder de loep te nemen.