En het zal zijn in de laatste dagen
Alternatief bij Pinksteren (Handelingen 2,1-24)
Pinksteren is de uitstorting van de heilige Geest, het begin van de tijd van de kerk. Maar, zo maakt Petrus in zijn programmatische toespraak met het citaat uit de profeet Joël duidelijk, Pinksteren is tegelijk ook het begin van het einde der tijden. De terugkeer van de profetie is één van de kenmerken hiervan.
Expliciet plaatst Lucas zijn relaas van de uitstorting van de heilige Geest binnen de joodse feestkalender. Het gebeurde toen sjavoeot aanbrak, het wekenfeest, een van de drie joodse pelgrimsfeesten, in het Grieks pentekostè genoemd. Oorspronkelijk was sjavoeot een oogstfeest, later vierde men met sjavoeot de vernieuwing van het verbond met Noach voordat (misschien al in latere decennia van de eerste, maar op z’n laatst in het midden van de tweede eeuw) de gave van de Tora het hoofdzakelijke aspect werd. Of Lucas van deze laatste ontwikkeling kon afweten, is onduidelijk. In zijn tijd stond men vooral stil bij de vernieuwing van het verbond.
Deze sfeer moeten we ons dus als achtergrond van Handelingen 2 voorstellen: een Jeruzalem vol pelgrims die de vernieuwing van het verbond vieren. En misschien is het niet te ver gezocht als we op basis van onze tekst ook in de uitstorting van de heilige Geest de bezegeling van een nieuw verbond zien.
De Geest komt hoorbaar en zichtbaar
‘Toen het pentekostè-feest aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen’ (Hand. 2,1). Wie zijn ‘allen’? De laatstgenoemde groep in het eerste hoofdstuk is het door de verkiezing van Mattias weer volledige twaalftal. Of denkt Lucas aan de in Handelingen 1,14 genoemde groep, bestaande uit de elf, een aantal vrouwen inclusief Maria en de broers van Jezus? Of zelfs de in Handelingen 1,15 genoemde groep van 120? In ieder geval bevindt de groep zich in een huis (2,3), terwijl geraas van buiten (‘van de hemel’) komt. Zichtbaar voor de groep zijn de tongen ‘als van vuur’ die zich nadrukkelijk op elke aanwezige individueel zetten: zozeer als Pinksteren een gemeenschap stichtend en dus collectief gebeuren is, zo nadrukkelijk komt de Geest over iedere gelovige apart.
Tora en Geest – voor iedereen op aarde
Wie zich door het geraas, het vuur, de verbijstering waarmee mensen reageren en andere details uit het Pinksterverhaal herinnerd voelt aan de gave van de Tien Woorden aan Mozes op de Sinai (Ex. 19,16-19 LXX), zit goed. Philo van Alexandrië, een joodse filosoof en exegeet van de Schriften, die enkele decennia voor Lucas leefde, gebruikt in zijn weergave van de gebeurtenissen op de Sinai opvallend veel woorden die ook in onze tekst terugkomen: ‘Uit het midden van het uit de hemel komende vuur klonk een absoluut schrikwekkend geluid terwijl de vlam tot de taal werd die toehoorders gewend waren’ (Philo, De decalogo 46). Philo’s uitleg refereert aan de joodse traditie dat het geluid of de stem op de Sinai zich opsplitste in de zeventig talen van de zeventig volken van de wereld.
Zoals volgens deze traditie de Tora aan alle volken van de wereld in de eigen taal bekendgemaakt werd, zo ook de verkondiging van het evangelie op de Pinksterdag. In Jeruzalem woonachtige joodse vertegenwoordigers ‘van alle volken onder de hemel’ (Hand. 2,5) horen in hun eigen taal ‘over de grote daden Gods’ (Hand. 2,11).
Ongekende communicatiemogelijkheden
Lucas vertelt – weer eens – niet alles. Kennelijk zijn degenen die net nog allemaal samen waren in het huis, opeens buiten; want anderen, die het geraas te hoop heeft doen lopen, reageren op het gedrag en de woorden van deze groep. Hun reacties zijn nogal uiteenlopend, zoals dat vaker gebeurt bij een fenomeen dat met religie te maken heeft. Volgens Petrus kunnen bepaalde interpretaties door logisch denken worden uitgesloten. Dronkenschap van een groep ’s ochtends om negen uur is geen plausibele duiding. Er werd weliswaar wijn gedronken met sjavoeot, maar de eerste maaltijd werd pas om tien uur genuttigd.
De interpretatie als dronkenschap doet ook het vermoeden opkomen dat het niet uitsluitend om ‘praten over de grootse daden van God’ (vs. 11) in de talen van de aanwezigen gaat. De gebeurtenissen in het huis schijnen een soort extase teweeggebracht te hebben. Extase en dronkenschap werden in de oudheid vaker naast elkaar gelegd. Ook wijst een aantal woorden dat Lucas gebruikt op het ‘spreken in talen’ dat uit andere contexten van het vroege christendom bekend is (Hand. 10,46 en 19,6; 2 Kor. 14,2-39). De gave van de Geest brengt in degenen die hem hebben ontvangen, ongekende communicatiemogelijkheden tot stand die beperkingen door hun afkomst (‘Zijn degenen die hier praten niet allemaal Galileërs?’ – Hand. 2,7) te boven gaan.
Joël volgens Lucas/Petrus
Net zoals in het Lucasevangelie Jezus na de ontvangst van de Geest zijn openbare optreden met een programmatische redevoering begint (Luc. 4,14-30), is de ontvangst van de Geest in Handelingen het startschot voor de verkondiging van het evangelie. Het is Petrus die de eerste publieke redevoering uitspreekt.
In de algehele verwarring over de duiding van wat er gebeurd is, plaatst Petrus het spreken in vreemde talen in het kader van de dingen die voor de laatste tijden te verwachten zijn: wat de omstanders hier horen, is profetie. Deze, ooit verstomd met de laatste profeet, komt in de laatste tijd weer terug, zoals Joël heeft voorspeld. En dan maakt het niet meer uit of iemand jong is of oud (Hand. 2,17) – evenmin of iemand slaaf of vrij is, of man of vrouw (Gal. 3,28). Wie dienaar van God is, ontvangt de Geest (Hand. 2,18). Terwijl andere details uit de geciteerde profetie van Joël nog op zich laten wachten, is de profetie in de kerk van Jezus Christus terug. Hoelang de tijd van de kerk ook gaat duren, het einde is nu aangebroken.
Deze exegese is opgesteld door Martin Ruf.