Bij Openbaring 4,2-11, 1 Petrus 4,7b-11 en Johannes 15,26-16,4Wat is het verband tussen het hemelse visioen uit Openbaring en de wat verdrietige stemming bij de afscheidsmaaltijd van Jezus met zijn leerlingen? De setting in beide lezingen is een bijeenkomst, maar het zijn werelden van verschil. In de evangelielezing gaat het over een kwetsbaar begin, in Openbaring over een gegarandeerde voltooiing. En wordt in de Petrusbrief de route aangegeven die de begintijd en het einde van de tijd met elkaar verbindt? Grote thema’s uit het Eerste Testament, zoals het verbond met de Eeuwige en het liefdesgebod, resoneren in de lezingen mee.Algemeen