Menu

Basis

Evelyn Underhill: de waarheid is mystiek

Vuur waar vonken vanaf komen
Het ‘vonkje van de ziel’, dat deel heeft aan God. (beeld: fsHH, Pixabay)

Dit najaar verschijnt een vertaling van een standaardwerk over mystiek door Evelyn Underhill. Zij beschrijft de fases van de mystieke weg wanneer mystici de hele ‘Waarheid’ schouwen. Die waarheid is God, voorbij onze zintuigen. Hij is de ‘Werkelijkheid’ die actief aan ons werkt om ons om te vormen naar zijn gelijkenis. Mystici als Underhill hebben door hun werk anderen dichter bij de goddelijke werkelijkheid gebracht.

Tijdens de lockdown vanwege de corona-epidemie heb ik een standaardwerk over mystiek vertaald: Mysticism, a Study in the Nature and Development of Spiritual Consciousness van Evelyn Underhill. Ruim honderd jaar na de eerste druk wordt het in de Engelstalige wereld nog steeds gebruikt in cursussen over spiritualiteit. Underhill maakt in haar boek de wijsheid van de middeleeuwse mystici beschikbaar, wat bekende schrijvers als de dichter T.S. Eliot, C.S. Lewis en de monnik Thomas Merton heeft geïnspireerd. Tot op de dag van vandaag hebben boeken over spiritualiteit veel aan dit werk te danken.

Ieder mens ziet maar een stukje van de waarheid, mystici schouwen de hele Waarheid

Underhill werd gedreven door het verlangen om haar eigen mystieke intuïties te verstaan. In haar omgeving was niemand die haar daarin kon helpen. Begin vorige eeuw werd er vaak fronsend op mystiek neergekeken, als een exotische vorm van navelstaarderij. Het natuurwetenschappelijke denken was in opmars, waardoor zelfs binnen de kerk het geloof eenzijdig rationeel benaderd werd. Het tien jaar eerder verschenen boek De varianten van religieuze ervaring van godsdienstpsycholoog William James was een van de eerste Engelstalige studies die mystiek serieus nam.

Evelyn Underhill

Omkeer

Opgegroeid in een min of meer agnostisch gezin, was Underhill jarenlang atheïst totdat ze op een reis door Italië getroffen werd door de oude christelijke kunst. ‘Die leerde mij meer dan ik uit kan leggen.’ Kunst bracht haar dichter bij God en in haar boek speelt die dan ook een voorname rol. Later, nadat ze uit een retraite was weggelopen, overkwam haar iets wat ze als haar omkeer of bekering zag. ‘Een plotselinge ervaring van vrede op een niveau van de werkelijkheid waar geen veelheid of behoefte aan verklaring is.’ In de anglicaanse kerk werd ze geestelijk begeleider, waarbij haar nuchtere aanpak opvalt. Zo schrijft ze aan iemand: ‘Het is goed om nederig te zijn maar om nou wormen te gaan eten die God jou niet heeft voorgeschoteld, geeft alleen maar spirituele buikpijn.’

Ik kende het boek van mijn tijd in de Verenigde Staten. Het opende voor mij een deur naar die ‘moeilijke’ mystici. Underhill focust op de waarneming. De Bijbel wrijft ons in dat we ‘ziende blind en horende doof’ zijn. Want wat we zien, horen en voelen is niet de werkelijkheid. De kleuren die ik zie bestaan slechts in mijn hersenen; de harde baksteen die ik in mijn hand voel is in feite een storm van atomen. Sinds Underhill dit schreef is het besef dat onze zintuigen en hersenen ons misleiden en we daardoor elk in onze eigen kleine ‘bubbel’ leven alleen maar gegroeid. Ieder mens ziet maar een stukje van de waarheid, zeggen we. Mystici schouwen de hele Waarheid.

De kleuren die ik zie bestaan slechts in mijn hersenen.
(beeld: PxHere)

Reddende dwaasheid

Die waarheid is God, voorbij onze zintuigen. Hij is de Werkelijkheid die actief aan ons werkt om ons om te vormen naar zijn gelijkenis. Dit is de mystieke weg. Die heeft fasen die Underhill beschrijft op een manier die klassiek is geworden: ontwaken (bekering), loutering, verlichting, de donkere nacht en eenwording met God. In de praktijk volgen deze fasen elkaar niet netjes op maar kunnen ze door elkaar heenlopen.

In ieder mens sluimert een spiritueel besef

Het woord ‘mystiek’ komt van het Griekse muo dat iets aanduidt wat net onder de oppervlakte verborgen ligt (het Engelse ‘muscle’, een spier onder je huid, komt hier ook vandaan). Onder ons alledaagse bewustzijn waarmee we aan de computer werken of een kind horen roepen, sluimert in ieder mens een spiritueel besef. Door mystici wordt dit het ‘vonkje van de ziel’ genoemd, dat deel heeft aan God. Het verklaart de nooit uitdovende belangstelling voor spiritualiteit, in welke vorm dan ook. Het is ook de bron van alle kunst. Pastores en geestelijk verzorgers die zich soms afvragen wat ze eigenlijk doen, hebben hier het antwoord: mensen dichter bij dat onderliggende spirituele besef brengen, door middel van ‘verdiepende’ gesprekken, riten, symbolen enzovoorts.

Soms wordt het spirituele besef even wakker geschud door een ‘reddende dwaasheid’, zoals een geliefde, de natuur, een kerkdienst of muziek. We vergeten onszelf en worden er één mee. Zulke eeuwigheidservaringen (‘Ik vergat de tijd’, zeggen we dan) zijn voorproefjes van de eenwording met God. Die momenten zijn zo werkelijk, zo waar, dat ze een vormende invloed op ons hebben. Ze geven kleur en diepgang aan het bestaan.

Het eerste mystieke leven

In de fase van ontwaken of bekering wordt het spirituele besef zich blijvend bewust van de goddelijke werkelijkheid. Dat betekent grote vreugde maar geeft ook een besef van ‘zonde’, van hoe weinig je leven nog met die Werkelijkheid overeenstemt. Dit zwengelt het proces van loutering aan. Hier vallen geduchte woorden als ascese, onthechting, versterving en levensheiliging. De bevrijding uit illusies is een harde weg. Dat kan een bewust gekozen kloosterdiscipline inhouden, maar voor de meeste mensen zorgen de tegenslagen van het gewone bestaan al ongevraagd voor die loutering. Als we ze zo kunnen zien, promoveren ze van zinloze ervaringen tot spirituele leermeesters. Marie du Bourg zei zelfs (daar was ze dan ook een heilige voor): ‘Als ze pijn op de markt zouden verkopen, zou ik me haasten om die daar aan te schaffen.’ Christelijke mystici identificeren zich in dit proces met de kruisweg van Jezus.

De dove Beethoven hoorde de stem van de Werkelijkheid

Ze zeggen: we zien wat we zijn en we zijn wat we zien. Wat ik als waar herken wordt bepaald door wie ik ben. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Als die een wantrouwend type is, zal hij de gasten als potentiële dieven zien die zijn glazen in hun tas willen stoppen. Dit mechanisme werkt ook door in ons godsbeeld. Zijn we angstig of kritisch ingesteld, dan zien we God waarschijnlijk als een veroordelende rechter. Hebben we daarentegen veel behoefte aan harmonie, dan zullen we hem vooral als liefdevol zien. Door het proces van loutering wordt onze persoonlijkheid veranderd waardoor we, voorbij zulke beelden, open worden voor de goddelijke werkelijkheid.

Uiteindelijk kun je dan ‘verlicht’ worden. Alles verschijnt in een nieuwe glans; de wereld is geladen met betekenis. Elk grassprietje wordt ‘een smaragd in de stad van God’. Deze verlichting is het geheim van de originele inzichten van kunstenaars, dichters, denkers en wetenschappers. Maar ook wie broedend op een vraag of probleem ineens uitroept ‘Ik heb het!’, ziet even het licht. En altijd weten we ergens wel dat we die briljante oplossing niet zelf gevonden hebben. De dove Beethoven hoorde de stem van de Werkelijkheid en vertolkte die beter naarmate hij dover werd. Deze drie fasen van ontwaken, loutering en verlichting noemt Underhill ‘het eerste mystieke leven’.

‘Als ze pijn op de markt zouden verkopen, zou ik me haasten om die daar aan te schaffen.’
(beeld: Mircea, Pixabay)

Het tweede mystieke leven

In het populaire denken is een mysticus iemand die ‘verlicht’ is. Vaak stopt hier de mystieke weg. Maar Underhill beschrijft nog twee fasen: de donkere nacht van de ziel en de eenwording met de Werkelijkheid. Dit noemt ze het tweede mystieke leven. Vooral mystici die de hele weg zijn gegaan, komen in haar boek aan het woord.

Je wordt voorgoed uit je eigen middelpunt gegooid

De donkere nacht is een tijd van doffe leegte en gemis. Van je ‘bergtopervaring’ (verlichting) word je teruggeworpen in de duisternis, een periode van stagnatie. De grootste ellende is dat je totaal niet meer bidden of mediteren kunt. God laat zich kennen ‘als de woestijn waar niemand thuis is’ (Eckhart). Deze periode, die soms lang kan duren, beoogt een nog radicaler ik-verlies dan in de fase van loutering. Dit leidt tot nederigheid. Die is als het ware de koningin waarmee we God ‘schaakmat’ zetten, zegt Teresa van Avila. Hij moet zich wel aan ons gewonnen geven. Je wordt voorgoed uit je eigen middelpunt gegooid: God is nu ons centrum.

Volkomen ik-verlies leidt tot het volkomen winnen van God – voor zover dat in dit aardse bestaan mogelijk is. In de woorden van de apostel Paulus: ‘Niet ik maar Christus leeft in mij.’ Dit wordt ook eenwording of ‘vergoddelijking’ genoemd. De moslim mysticus Roemi zegt tot God:

Mijn ziel is met de jouwe vermengd
als water met wijn.
Wie scheidt water van wijn,
of mij van jou in ons samenzijn?
Jij bent mijn grotere zelf geworden;
er zijn geen grenzen meer die mij benauwen.

Dit maakt een enorme energie en bewogenheid voor de wereld vrij. ‘Je wilt voor de eeuwige goedheid zijn wat de hand voor een mens is’, zegt het geschrift Theologia Germanica dat Luther onder zijn hoofdkussen had liggen. In en door de mystici heen, bevrijdt God met speelse ernst de wereld van haar illusies. Paulus stichtte overal kerken waarin de culturele waanbeelden die slaven en vrijen, armen en rijken, vrouwen en mannen van elkaar scheidden, verbroken werden. Het leven van de troubadour Franciscus van Assisi was één lange mars op de maat van muziek, waardoor verstarde geloofsvoorstellingen weer gingen dansen.

Je kunt een contemplatief mysticus zijn tussen de wolkenkrabbers van New York.
(beeld: Pexels, Pixabay)

Antiek?

Underhills boek is geen antiekshop. De mystieke waarheid is niet beperkt tot de Middeleeuwen. Om dat te laten zien voeg ik aan mijn vertaling moderne mystici toe. Zoals Kierkegaard, die het zelfgenoegzame zelfbeeld van de Deense staatskerk onderuit haalde. Of Mahatma Gandhi die hetzelfde deed met de Britse koloniale overheersers van India. Etty Hillesum stond uitzinnig gelukkig middenin nazikamp Westerbork; VN secretaris-generaal Dag Hammarskjöld leefde als een contemplatieve mysticus tussen de wolkenkrabbers van New York. Zij en vele anderen hebben ons door hun werk dichter bij de goddelijke werkelijkheid gebracht, waardoor de wereld werd vernieuwd. ‘Waarom voelen wij ons zo ver van God? Omdat hij ons zo verschrikkelijk nabij is’, daverde de predikant K.H. Miskotte.

Het verlangen naar die Werkelijkheid is het verlangen van de liefde

Laten we vooral niet vergeten, zegt Underhill, dat het verlangen naar die Werkelijkheid bovenal het verlangen van de liefde is. Liefde verheugt zich in de waarheid. Liefde is uit op eenwording. God in ons (het ‘vonkje’ van de ziel) verlangt naar God buiten ons. De vervulling van dat verlangen kan alleen maar symbolisch worden uitgedrukt, in zang en poëzie. Roemi’s gedicht eindigt als volgt:

Als een fluit rust ik op jouw lippen
als een luit lig ik tegen je aan.
Adem diep in mij zodat ik zucht
beroer mijn snaren, zie mijn traan.

Jean-Jacques Suurmond heeft een praktijk in coaching en supervisie in Amersfoort. Website: www.jean-jacquessuurmond.nl.

Literatuur

Alle citaten zijn uit het boek van Evelyn Underhill: Mystiek: hoe God werkt in de mens, door Suurmond vertaald en bewerkt. Het verschijnt dit najaar bij uitgeverij Skandalon.


Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken