Menu

Premium

Ezechiël 1,1-14

Hebreeuwse tekst die wordt uitvergroot met een loep

Bij Ezechiël 1,1-14

Er was eens een man die Ezechiël heette. Hij woonde in een land, ver van zijn eigen huis. Daar was hij door een vreemde koning, samen met andere mensen, naartoe gebracht. Eigenlijk waren ze gevangenen in een vreemd land. Hun echte thuis was in Jeruzalem. Elke dag dacht Ezechiël aan Jeruzalem. Hij droomde over de vertrouwde huizen en over de tempel, waar hij priester was geweest. En op een keer droomde hij zelfs met open ogen, zomaar overdag. Maar het was geen gewone droom. Het was een droom die van God kwam, een visioen heet dat. Er was van alles te zien in dat visioen, het was heel spannend. Zo spannend, dat de joodse Schriftlezers er een regel voor hebben bedacht: het verhaal over dit visioen mag je pas lezen als je dertig jaar bent. Want pas dan kun je het echt begrijpen. En daarom vertel ik het visioen hier niet verder, maar vraag aan jullie:

Komen jullie dat ook wel eens tegen, dat sommige dingen voor grote mensen zijn, en niet voor kinderen? Wat dan? En hoe vind je dat? En over zo’n visioen: dromen jullie wel eens overdag, met je ogen open? En wat zie je dan?

(Maak een tekening van iemand die een visioen ziet.)

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken