Bij Ezechiël 1,1-14Er was eens een man die Ezechiël heette. Hij woonde in een land, ver van zijn eigen huis. Daar was hij door een vreemde koning, samen met andere mensen, naartoe gebracht. Eigenlijk waren ze gevangenen in een vreemd land. Hun echte thuis was in Jeruzalem. Elke dag dacht Ezechiël aan Jeruzalem. Hij droomde over de vertrouwde huizen en over de tempel, waar hij priester was geweest. En op een keer droomde hij zelfs met open ogen, zomaar overdag. Maar het was geen gewone droom. Het was een droom die van God kwam, een visioen heet dat. Er was
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden