Menu

Premium

Ezechiël 17,22-24

Bij Ezechiël 17,22-24

God zei tegen de profeet Ezechiël: ‘Uit de top van een hoge boom breek Ik een takje af en Ik zet het in de grond, bovenop een trotse berg. Daar groeit het kleine takje uit tot een prachtige cederboom, die vruchten draagt en onder zijn takken schuilplaats zal bieden aan verschillende soorten vogels. Zo zal iedereen kunnen zien, hoe deze nieuwe boom die Ik geplant heb, prachtig en groot is geworden, terwijl de oude boom waar Ik het takje van afbrak, intussen verdord is. Zo zal Ik, de Heer God, het doen.’ God laat de grote boom verdorren, en uit het kleine, dorre takje laat Hij een machtige boom groeien.

Als je van een echte boom een takje afbreekt en het in de grond plant, wat groeit er dan verder: het takje, of de boom waar het van afkomt? Wat wordt er in dit verhaal verteld?

(Raap een takje van de grond, of breek eentje van een boom of struik af, en stop het in de grond. Kijk na een week wat er met het takje gebeurd is. Gaat het net zo als in het verhaal?)

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken