Menu

Premium

Geen tempel is genoeg

Alternatief bij 5de zondag van Pasen (Johannes 4,5-42 en Handelingen 11,19-30)

Bijbelwetenschappen

In vele toonaarden komt in het Evangelie van Johannes water voor. Bij de doop in de Jordaan, bij de bruiloft van Kana, bij het gesprek met Nikodemus die herboren moet worden uit water en geest. Steeds is er sprake van water waarbij het gaat om opnieuw leven, opnieuw tot leven komen. Ook bij het gesprek met de Samaritaanse speelt water een belangrijke rol.

Samaria is de middelste provincie van het toenmalige Palestina. Ten zuiden daarvan ligt Judea, het bolwerk van religieuze orthodoxie, en ten noorden ligt Galilea, vanuit Judea beschouwd als ‘achterlijk, heidens’. Tussen Samaritanen en de andere inwoners van Palestina boterde het bepaald niet. Dat had alles te maken met de weigering van de Samaritanen mee te betalen aan de bouw van de tweede tempel, en met keuzes die gemaakt waren tijdens gewapende conflicten. Als rechtgeaarde Jood vermeed je Samaria, en Samaritanen wezen Joden onherroepelijk de deur. Jezus’ optreden vond dus plaats in een no-go-area.

Maar er is nog meer belangrijk in de beschrijving. Het gesprek vindt plaats bij de bron van Jakob. Dat is de oergrond van Israël, het eerste stukje grond dat waarlijk aan Israël toebehoorde. Dat stuk grond schenkt Jakob bij zijn dood aan zijn lievelingszoon Jozef; wanneer Jozef sterft in Egypte wordt zijn lichaam teruggebracht naar zijn eigen grond en dáár, waar zich die bron bevindt, begraven. Het is dáár waarnaar Jezus terugkeert, naar de plek van het begin. Met daarbij de vaststelling dat deze plek van de geloofsvaderen zich dus bevindt in het gebied van de heterodoxie, in het gebied van de afvalligen.

Bijzonder is ook dat de hoofdpersoon een vrouw is, met wie Jezus zich onderhoudt. Diverse sociale codes worden zo doorbroken: contact met iemand uit de Samaritaanse gemeenschap en ook nog eens een vrouw die Hij onder vier ogen spreekt (de leerlingen zijn immers inkopen gaan doen). Toch gaat het in dit verhaal vooral om het onderscheid in geloofszaken tussen Samaritanen en andere Palestijnse inwoners. Bij Johannes is dit een belangrijk thema.

De vijf mannen

En dan moeten we toch echt stilstaan bij die vijf mannen die de vrouw gehad heeft. Dat heeft niets, maar dan ook werkelijk niets te maken met ontrouw of met het oudste beroep ter wereld. Dat heeft alles te maken met die orthodoxie. Juist Samaritanen erkennen slechts één profeet, de grote profeet Mozes. Het zijn de geschriften die op zijn naam staan die volledige erkenning verdienen, de eerste vijf boeken van de joodse en onze Schrift, de Tora. Dat zijn de vijf mannen waarnaar Jezus verwijst. In de woorden van Jezus wordt op geen enkele manier gezinspeeld op een verkeerde levenswandel, noch wordt er enig oordeel uitgesproken. Maar in hoeveel preken in de geschiedenis zal deze vrouw als ‘hoer’ zijn neergesabeld?

Daarmee wordt bepaald geen recht gedaan aan deze Samaritaanse vrouw. In haar optreden zien we iemand die welbewust haar weg gaat, die ook tegengas durft te geven en die haar ‘gast’ zo te lezen met opgeheven hoofd tegemoet treedt. Terecht krijgt zij een belangrijke rol in dit verhaal. Zoals op de bruiloft te Kana de moeder van Jezus naar Hem verwees (‘Doe maar wat Hij u zeggen zal’), zo getuigt in deze perikoop de Samaritaanse vrouw van de Messias. Wordt die rol bij de andere evangelisten vervuld door Petrus, hier is het een vrouw, nota bene een vrouw die staat in een heterodoxe traditie, die uitdrukkelijk van de Messias getuigt. De bruidegom Jezus zegt de vrouw haar ‘man’ te gaan halen. Dat is die zesde man die niet haar man is. Daaronder mogen we verstaan: de bruidegom. Ten diepste gaat het bij de kwestie van ‘haar man’ over de wijze waarop deze vrouw (en in haar heel haar volk) zich verhoudt tot de Eeuwige. En de verhouding tussen de Eeuwige en de inwoners van Samaria is kennelijk niet op de juiste leest geschoeid.

Daarbij wordt niet aangedrongen op een terugkeer naar welke orthodoxie dan ook. Nee, in de vraag naar water definieert Jezus zichzelf als de onuitputtelijke bron van leven-gevend water. Noch op jullie berg, noch in Jeruzalem zal men moeten zijn voor aanbidding: Hijzelf is de bron. Hij is het die God present stelt in de wereld door zijn woord te doen. Jezus schaft geen religie af, noch die van de Samaritanen, noch de joodse. Het gaat erom God te kennen, de bron van levend water te ontdekken. Dat kan alleen in mensen van vlees en bloed die in onze wereld de woorden dóen.

Bevoegdheid

De vraag waarmee de mensen in de tijd van Johannes worstelden, was naar de bevoegdheid én de rechtlijnigheid in de leer. Dat is kennelijk van alle tijden. Wanneer Mozes de geest afsmeekt over de zeventig, dan wordt er onmiddellijk gewag van gemaakt dat er twee mensen profeteren die niet bij deze ‘inwijding’ waren (Num. 11). In het Evangelie van Johannes is regelmatig sprake van de vraag naar iemands bevoegdheid: bij de tempelreiniging (Joh. 2,18), tijdens het gesprek met Nikodemus (3,2) en tijdens het optreden van Johannes de Doper (3,26). Die tendens kunnen we ook waarnemen in de perikoop van Handelingen 11,19-30. Wanneer er mensen optreden, mensen verkondigend rondgaan om de Naam des Heren bekend te maken, dan worden direct mensen vanuit het toenmalige bestuurlijke centrum gezonden om poolshoogte te gaan nemen: is het allemaal wel in de haak?

Juist het verhaal van de Samaritaanse vrouw bevat een weerwoord tegen vragen over orthodoxie. De Levende is niet te vangen in regels of dogma’s. Je vindt Hem uitsluitend in de andere mens die zijn Woord ten leven ten volle leeft.

Deze exegese is opgesteld door Henk Hudepohl.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken