Geloven is God liefhebben
Bij Deuteronomium 6,1-9, Johannes 13,31-35
als je me ziet
mis je me niet,
maar als ik weg ben
en het duurt te lang
rolt er een traan
over je wang.
ga dan niet eenzaam en alleen
zitten huilen op een steen,
maar speel met ieder kind dat je ziet
en voor je het weet,
weg is je verdriet.
Wie mis je weleens? Wie zou je graag weer eens willen zien? Wat kun je allemaal doen om toch te denken aan die mens (of een weggelopen kat) die je mist? Wat deed je graag met je verhuisde vriendin, of je overleden vader, of je gescheiden moeder, of je broertje in het ziekenhuis, of je opa en oma die ver weg wonen, of je juf die nu een baby krijgt?
Suzanne mist haar vriendinnetje. Die is verhuisd naar de andere kant van het land. Ze bellen elkaar weleens, maar het samen spelen was het leukste. Dan moesten ze altijd zo lachen. Nu hebben ze met elkaar afgesproken dat ze op zaterdagochtend allebei met een ander vriendinnetje hetzelfde spel spelen. Dan denken ze aan elkaar en ze hebben allebei lol, want ook met nieuwe vriendinnetjes kun je lachen. In de Bijbel zegt Jezus tegen de discipelen dat Hij er over een tijdje niet meer zal zijn. Dan moeten ze niet verdrietig bij elkaar zitten, maar dan moeten ze juist de wijde wereld intrekken om over God te vertellen. Ze moeten nieuwe vrienden maken en ze moeten de mensen helpen. Als ze dat doen, zal het net lijken of Jezus heel dicht bij hen is.