Menu

Premium

Genadige tegenstellingen

5e zondag van de zomer (1 Samuel 1,1-20 en Lucas 10,38-42)

Bijbel

Twee van de lezingen van deze zondag gaan over één man en twee vrouwen. Het is dus verleidelijk en onontkoombaar om de teksten te bekijken op de rolverdeling en gender. Wat hebben de verhalen elkaar vanuit dit perspectief te vertellen? Vullen ze elkaar aan of spreken ze elkaar tegen?

De schijnbare concurrentie tussen twee vrouwen zoals in de perikoop van deze zondag, is een terugkerend thema in het boek Genesis. Aartsmoeder Sara concurreert daar met haar slavin Hagar, en later baren Rachel en Lea met de inzet van hun dienstmaagden alsof het een wedstrijd betreft. Wat valt hier op? Ten eerste dat aartsmoeder Rebekka zo’n concurrentie blijkbaar niet hoeft te leveren. En ten tweede dat de mannen, de aartsvaders, de onschuld zelve lijken te zijn. Vanwege dit soort opmerkelijke details noem ik daarom de concurrentie tussen de vrouwen schijnbaar en denk ik dat het vertellen in contrasten ten dienste staat van het grotere thema.

Het geheim van Rachel

Genesis vertelt over de roeping van Israël te midden van de volkeren; en die roeping bestaat uit de verwachting van de eerstgeborene, die de Messias zal zijn. JHWH God maakt die toekomst mogelijk, ook door de mannelijke potentie van de aartsvaders in te tomen en die van de aartsmoeders te ontsluiten.

Na de Tora vormen de boeken Samuel de kern van de geschiedschrijving van Israël. Die is niet bedoeld als historische terugblik op hoe het allemaal zo gekomen is, maar een presentatie van geschiedenis als profetie: ‘Zó zal het gaan.’ De boeken Jozua en Rechters vormen de opmaat onder de noemer ‘het land in’ en die vinden hun pendant in de boeken Koningen onder de noemer ‘het land uit’. Is de ballingschap dan het einde van Gods geschiedenis met zijn volk? Nee, in het midden staat wat Thom Naastepad muntte als het geheim van Rachel1: het erbarmen van JHWH God die zijn volk in genade aanziet en uit de ballingschap naar een nieuw Jeruzalem laat terugkeren. De profeet staat centraal, en onder het profetische woord zal de koning regeren (Ps. 72).

Hanna’s opstanding

De machtspositie die Peninna inneemt tegenover Hanna, lijkt te worden versterkt door de wijze waarop Elkana optreedt. Bij zijn jaarlijkse offer geeft hij Hanna één deel, net zoals hij delen aan Peninna en haar kinderen geeft. Het Hebreeuws is hier niet duidelijk, zodat vertalingen uiteenlopen en Elkana aan Hanna ‘het mooiste stuk’ (NBV21), ‘een extra-deel’ (WV) of ‘bekommerd – één part’ (NV) geeft. Van Elkana is dit ongetwijfeld goed bedoeld omdat hij Hanna liefheeft. Maar voor haar kan het desondanks een bevestiging van haar minderwaardigheid zijn.

Peninna treedt vervolgens nog een keer op om de benauwenis van Hanna op scherp te zetten. De verteller noemt haar dan ‘haar rivale’, die Hanna ‘tergt’: hetzelfde werkwoord dat in 1 Koningen gebruikt wordt voor koningen die JHWH God tergen door andere goden achterna te gaan (bijv. 1 Kon. 14,15 en 15,30). De scène wordt afgesloten met opnieuw een goedbedoeld optreden van Elkana, die Hanna vraagt of hij niet beter is dan tien zonen. Wat zou zij hierop moeten antwoorden? Ze zou Elkana erop kunnen wijzen dat hij beter haar kwelgeest tot de orde zou kunnen roepen in plaats van haar nog eens vast te pinnen op wat haar blijkbaar door JHWH onthouden wordt. Maar dat doet zij niet. Hanna’s reactie is de beslissende wending in deze perikoop. Ze laat zien dat ze de goede bedoelingen van Elkana overstijgt, want ze staat op, doet een gelofte en klaagt haar nood (1,9.11).

De ontmoeting met de priester Eli in de volgende scène toont opnieuw onbegrip van de kant van een man, waardoor het weerwoord van Hanna wordt opgeroepen. Zoals ze eerst protesteert tegen de berusting die Elkana haar biedt, doet ze dat nu tegen de verdenking van dronkenschap die Eli haar toedicht. Zij, Hanna, ‘begenadigde’, vraagt om genade (1,18), en die krijgt ze als JHWH haar protest verhoort. De lezer van de profetische geschiedschrijving wacht met Israël op de koning en zal die binnenkort ook vragen (Hebr.: sja’al, 1 Sam. 8-9), zoals hier Hanna vraagt om een zoon. De gevraagde (sja’ul) wordt haar gegeven, maar zijn naam wordt Samuel, ‘God heeft gehoord’. De gevraagde Saul bewaart de verteller voor later.

Het goede deel

De perikoop uit Lucas volgt direct op de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Daar vroeg de schriftgeleerde aan Jezus wat hij moest doen om het eeuwige leven te beërven. In het huis van de zusters Marta en Maria gaat het opnieuw over doen, en net als in het boek Samuel lijken de vrouwen met elkaar te concurreren. De tegenstelling betreft hier niet het krijgen van kinderen, maar datgene waarmee de vrouwen zich bezighouden. Maria zit aan de voeten van Jezus en hoort naar zijn woord, terwijl Marta in beslag genomen wordt door het vele dienstwerk (Gr.: diakonia). Zoals Elkana zich tot de verkeerde richtte met zijn goedbedoelde, onhandige vraag aan Hanna, zo kun je je hier afvragen waarom Marta haar vraag aan Jezus stelt en niet gewoon haar zuster vraagt om te komen helpen.

Vormen de activiteiten inderdaad de voor de hand liggende tegenstelling, met actief tegenover passief, ontvangen tegenover geven, horen tegenover dienen? Misschien kun je de activiteiten beter op verschillende niveaus zien. Het horen naar het woord als ‘het goede deel’ dat Maria heeft gekozen, prijst Jezus dan aan als uitgangspunt, óók voor het dienstwerk dat Marta doet. De activiteiten vormen geen tegenstelling in zich, maar de bron van waaruit alle doen en laten wordt gedaan. Dan is het horen naar het woord het goede deel, dat ook Hanna als begenadigde ten deel viel.

Deze exegese is opgesteld door Dick Schoon.

  1. Th.J.M. Naastepad, Het geheim van Rachel. Preken en nieuwe liederen over het
    boek Samuël.
    Voorburg 1988. ↩︎

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken