Geroepen worden door het leven
Over het onderscheid tussen uiterlijke en innerlijke roeping
Geïnspireerd door het onderscheid van de filosoof Cornelis Verhoeven tussen ‘uiterlijke’ en ‘innerlijke’ roeping, stelt geestelijk verzorger Annemarieke van der Woude dat de uiterlijke roeping een verbijzondering is van de innerlijke roeping. Maar wat is een innerlijke roeping eigenlijk en kan je die ook weigeren?
Ainara voelt zich aangetrokken tot het kloosterleven. Zij heeft roeping, om zo te zeggen. Haar familie begrijpt er niet veel van of, sterker, maakt zich grote zorgen. Dat Ainara pas 17 is, speelt een rol. En komt haar wens niet voort uit het feit dat ze al jong haar moeder heeft verloren? Toch blijkt haar verlangen sterker dan de tegenwerpingen van haar vader, haar tante, haar oma, haar vriendinnen en vrienden. Aan het einde van de film Los Domingos zijn we getuige van Ainara’s intrede.
De kracht van deze Spaanse film uit 2025 van Alauda Ruiz de Azua is dat er geen oordeel in doorklinkt. Als kijker leef je mee met Ainara die haar eigen pad wil volgen, maar net zo goed met haar tante, die vindt dat Ainara eerst moet gaan studeren en feesten – kortom, van het leven moet proeven. De verschillende posities kun je samenvatten in twee zinnen uit de film: ‘Als je gaat, zal ik je vreselijk missen.’ En: ‘Het is een roeping, die verdwijnt niet voor een beter plan.’ De film liet mij, tot mijn eigen verrassing, achter met een vraag die helemaal niet voor de hand lag: ‘Om wiens roeping draait de film nu werkelijk?’ Om die van Ainara, of misschien wel om die van haar tante Maite, die woedend is omdat het haar niet is gelukt haar nichtje te beletten om het klooster in te gaan? Wat is ‘roeping’ eigenlijk?
‘Uiterlijke’ en ‘innerlijke’ roeping
In het woord ‘roeping’ klinkt ‘roepen’ door: ‘Je geroepen voelen’. Maar ook ‘beroep’: ‘een beroep doen op…’ Wat je in ieder geval kunt zeggen, is dat er een stem gehoord wordt. Een stem van elders, die niet volledig samenvalt met jouw persoon.
Als ik kauw op de betekenis van een woord neem ik regelmatig mijn toevlucht tot de filosoof Cornelis Verhoeven. Het essay over roeping in zijn boek Dierbare woorden begint hij met een waarschuwing: ‘Er is in een geseculariseerde samenleving een zekere durf voor nodig om nog met enige ernst en voor eigen rekening het woord ‘roeping’ te gebruiken.’ Je wordt al gauw voor vroom versleten, zeg ik in mijn eigen woorden. Dat komt omdat we vandaag de dag geneigd zijn om roeping uitsluitend nog in verband te brengen met geloof, bijvoorbeeld de roeping tot het priesterschap. Verhoeven noemt dat een ‘uiterlijke roeping’: er klinkt een roep tot een positie binnen een religieuze context. Zoals een kloosterbestaan aan Ainara trekt. Het is een ‘geroepen worden door God’.
Maar met die zogenaamd uiterlijke roeping is het begrijpen van roeping als een innerlijke stem op de achtergrond geraakt. Terwijl, zeg ik voor mijn eigen rekening, dat misschien wel de meest wezenlijke is. Over ‘innerlijke roeping’ schrijft Verhoeven: het is een stem die gehoord wordt ‘in de intimiteit van de ziel’, soms zelfs ‘allang voordat de persoon in staat is de taak die de roeping hem (of haar) oplegt, uit te voeren’. Een stem die gehoord wordt ‘in de intimiteit van de ziel’: prachtig. Dat is een ‘innerlijke roeping’. Die kán een religieuze connotatie hebben, maar niet noodzakelijk. Je kunt je ook geroepen voelen om een goede vader te zijn, kunstenaar, docent. De ‘uiterlijke roeping’, die dus verbonden is met het gelovige domein, vat ik op als een verbijzondering van de ‘innerlijke roeping’.
Geroepen door het leven
In wat volgt, richt ik mij op die innerlijke stem die tot je kan spreken. Je zou het kunnen opvatten als ‘geroepen worden door het leven’. De stem klinkt niet heel hard, maar wel nadrukkelijk. Er gaat iets onweerstaanbaars van uit. Je kunt natuurlijk je vingers in je oren stoppen, maar je moet wel je best doen om die stem van binnen te negeren. Bovendien is het niet altijd aangenaam. De zinnen uit de film die ik aanhaalde, laten al iets voelen van de pijn die gepaard kan gaan met het volgen van je roeping: ‘Als je gaat, zal ik je vreselijk missen.’ ‘Het is een roeping, die verdwijnt niet voor een beter plan.’ Je breekt uit je verband van dierbare mensen. En de roep is niet te weerleggen met rationele argumenten.
‘Ja, maar’
Roeping gaat aanvankelijk vaak samen met een ‘nee’. In de Bijbel staan daar treffende voorbeelden van. Als God Mozes roept om de Israëlieten te gaan bevrijden uit de slavernij in Egypte, klinkt er keer op keer een ‘ja, maar’ van Mozes (Exodus 3,11-4,17).
‘Ja, maar, wie ben ik dat ik de Israëlieten zou kunnen bevrijden?’
‘Ja, maar, stel dat ze aan mij vragen wie mij gestuurd heeft, wat moet ik dan zeggen? Uw naam ken ik niet eens.’
‘Ja, maar, ze zullen me niet geloven. Ze zullen denken dat ik alles verzonnen heb.’
‘Ja, maar’ – en deze vind ik eigenlijk de allermooiste, want je voelt dat Mozes door zijn smoesjes heen aan het raken is – Mozes zegt: ‘Ja, maar, ik ben geen goed spreker. Ik kan nooit de juiste woorden vinden.’
En, tot slot, en dáár gaat het Mozes eigenlijk echt om: ‘Ja, maar, neemt u mij niet kwalijk, Eeuwige, stuur toch iemand anders.’
Mozes wil helemaal niet geroepen worden. Hij wil dat zijn leven blijft zoals het was: de schapen en geiten van zijn schoonvader hoeden. Maar uiteindelijk gáát hij toch. Op weg, om zijn mensen te bevrijden.
Bestemming en weigering
Wat een wonderlijke paradox gaat er in roeping schuil. Aan de ene kant lijkt het voor iedereen belangrijk om je innerlijke stem op het spoor te komen. Het geeft je leven zin en betekenis. Aan de andere kant lijkt de boodschap van diezelfde stem weerstand op te roepen. Die twee – bestemming en weigering – zijn bij roeping onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gehoor geven aan je roeping vergt moed. Het betekent nogal eens dat je moet uitbreken uit je vertrouwde en comfortabele bestaan, terwijl je geen idee hebt wat dat nieuwe leven je gaat brengen.
Ieder mens
Ieder mens heeft een roeping – dat is mijn stelling. Ieder mens wordt ergens toe geroepen. Als dat ontbreekt, verliest het leven zijn glans. Het is de kunst om de stem die zich roertin je innerlijk te leren verstaan. Hoe stem je daarop af? Hoe weet je of die stem echt is en niet wordt overschreeuwd door andere stemmen, die niet de jouwe zijn, maar je wel een richting op lijken te duwen? Ainara’s tante is ervan overtuigd dat haar nichtje wordt geïndoctrineerd. Hoe weet Ainara zo zeker dat de roep die ze hoort een zuivere is?
Deze vragen stellen is niet moeilijk; ze beantwoorden wel. Een hoop lawaai en prikkels maken het in ieder geval lastiger. Stilte en rust kunnen je helpen om je oor te luisteren te leggen bij wat er zich afspeelt ‘in de intimiteit van je ziel’. En om vervolgens moed te verzamelen om aan die stem gehoor te geven, je roeping te volgen.

Annemarieke van der Woude is theoloog, remonstrants predikant in Oosterbeek en practicumdocent Geestelijke Verzorging aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze promoveerde op oudtestamentisch onderzoek en werkte tien jaar als geestelijk verzorger. Als redactiesecretaris van Speling en publicist schrijft ze geregeld over zingeving en het levenseinde.