Menu

None

God als ons thuis

Vos die uit een grot kruipt
(Beeld: MriyaWildlife/iStock.com)

Iedereen heeft een schuilplaats nodig. Een plek waar je veilig bent. Ook in woorden kunnen we wonen. Woorden die ons wijzen op wat belangrijk is, wat er echt toe doet.

Hoe belangrijk een schuilplaats is, kan iedereen je vertellen die dakloos is. Een eigen plek heb je nodig en het mag van alles zijn: een kartonnen doos, een bootje of een tent. Maar iedereen heeft, zeker voor de nacht, een holletje nodig. Zonder enige beschutting slapen, daar zijn wij mensen niet op gebouwd. Precies daarom begint Psalm 91 zo:

‘Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende, zegt tegen de HEER: ‘Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op U vertrouw ik.’

God als veilige plek

Eigenlijk zet die eerste regel al direct de toon, namelijk die van nabijheid en intimiteit. Slapen is iets intiems, dat kun je niet overal. Je moet je eerst veilig voelen. Er is een mooie dichtregel van Judith Herzberg: ‘zoals een dier, dat weet bij wie je kunt gaan liggen en bij wie niet…’ Dieren weten perfect wie veilig is en wie niet. En misschien weten wij dat vaak ook wel.

In Psalm 91 wordt God zo’n veilige plek genoemd. Iemand bij wie je rustig kunt gaan liggen. Dat is belangrijk, omdat het niet voor iedereen vanzelfsprekend is dat je huis ook je thuis is. God wordt beschreven als je thuis, een plek waar je kunt rusten.

Wonen in woorden

Wat deze psalm zo bijzonder maakt, is dat hij vaak op een papiertje wordt geschreven, of op een stuk hout, en dan gebruikt wordt als een beschermende tekst. In Chili, maar ook elders in Latijns-Amerika, schrijven mensen deze psalm op een plankje en spijkeren dat naast de deur. Wij vinden dat misschien bijgeloof, maar je kunt ook zeggen dat een mens niet alleen in stenen woont, maar ook in woorden. De dichter Slauerhoff schreef het al: ‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.’ Woorden die je huis tot thuis maken, goede woorden om in te wonen, dat wil deze psalm zijn.

In het oude Israël was het trouwens heel gewoon om een tekst, opgerold in een kokertje, op je deurpost te spijkeren. En dat gebeurt nog steeds. Woorden kunnen je beschermen tegen slechte gedachten en je bij de kern houden, bij wat belangrijk is.

De spoken van de nacht

 ‘De verschrikking van de nacht hoef je niet te vrezen, ook de pijl niet die overdag op je afvliegt’ (vers 5). Wat zouden die verschrikkingen van de nacht kunnen zijn? Zouden dat misschien alle gedachten zijn die je ’s nachts niet de baas bent? Waartegen je niet beschermd bent? In het bijbelboek Hooglied lezen we over kleine vossen die de wijngaard verderven. Vossen zijn met name actief tijdens de schemering en in de nacht. Overdag gaat het nog wel, maar ’s nachts als het stil is, komen de verschrikkingen en de angsten. ‘Wees dan niet bang’, zegt deze psalm ons, ‘De Allerhoogste is jouw schuilplaats, jouw thuis.’

Pijlen overdag

En die pijlen overdag? Ze vliegen op je af, zegt de psalm. Ze komen uit onverwachte hoek en ze kunnen je verwonden. Misschien zijn die pijlen wel woorden van mensen die met hun stekeligheid je bedoeld of onbedoeld kunnen treffen. Juist als je niet zo’n dikke huid hebt, kun je je aan die pijlen bezeren. De cabaretier Hans Dorrestijn bijvoorbeeld moet leven met een extra hoge gevoeligheid. ‘Wat voor anderen een speldenprik is, is voor mij vaak een mokerslag’, zei hij in een documentaire over zijn leven. Wie zo in elkaar steekt, ervaart het leven als een voortdurende pijlenregen. Psalm 91 zegt dat we ook van die pijlenregen niets te vrezen hebben omdat God ons schild is.

Gods bescherming

Hoe beschermt God dan? Dat doet Hij allereerst door zijn woorden: woorden om in te wonen en woorden om in te schuilen als het leven guur is geworden. ‘Maar’, schrijft de dichter van psalm 91, ‘ook door zijn engelen, die je op hun handen zullen dragen…’ Met andere woorden: als het zwaar weer wordt, zullen er gestaltes zijn die je zullen dragen. Ik geloof dat God in allerlei situaties daar ook mensen voor gebruikt: mensen als reddende engelen die precies op het juiste moment een hand uitsteken. Engelen in vermomming: dat is de belofte van Gods bescherming.

Folly Hemrica is theoloog en redactielid van Open Deur. Zij werkte o.a. als justitiepredikant en straatpastor.


Bescherming
Open Deur 2025, nr. 9

Wellicht ook interessant

Rood Kruis
Rood Kruis
None

Hebben goede voornemens zin in een onvoorspelbare wereld? 

Piekeren over werk, relaties, familie – we doen het allemaal. Heeft mijn leven zin? Doe ik het juiste werk? Ben ik er wel voor mijn vrienden? Waar geloof ik in? Soms voelen we ons eenzaam, vinden we onze richting niet en blijven we in rondjes draaien. Maar dat hoeven we niet alleen te doen. Onze zingevingsexpert Mathieu van Kooten draait sinds deze week vanuit het klooster Nieuw Sion een rondje met je mee. In deze maandelijkse column beantwoordt hij de ‘grote vragen’ waar veel lezers mee rondlopen. Deze week de vraag: ‘Hebben goede voornemens zin in een onvoorspelbare wereld?’

Petra Schipper
Petra Schipper
Basis

Korte Metten: Wat is roeping eigenlijk?

“Ik krijg maar geen briefje uit de hemel, dus ik zal maar gaan.” Zo kwam ik 40 jaar geleden als 18-jarige tot de stap om theologie te gaan studeren. Als kleindochter van Nederlandse zendelingen in het toenmalige Nederlands-Indië leefde ik sterk met het idee van roeping. Maar hoe werkt dat eigenlijk? Ik had wel ideeën, maar roeping volgen begint met een eerste stap. Zonder briefje, maar vanuit een onmiskenbare drang. Rechtstreeks het onbekende in.

Nieuwe boeken