God troost en zoekt troosters
Preekschets voor de tweede zondag van Advent
Troost, troost mijn volk, zegt jullie God. Spreek Jeruzalem moed in. (Jesaja 40:1-2a)
Schriftlezing: Jesaja 40:1-11, 2 Korintiërs 1:3-5
Liturgisch kader
Zondag Populus Sion is de tweede zondag van advent. In het missaal wordt de zondag begonnen met een gezang dat gebaseerd is op Jesaja 30:19 ‘Populus Sion, ecce Dominus veniet ad salvandas gentes: et auditam faciet Dominus gloriam vocis suae, in laetitia cordis vestri’ (Volk van Sion, ziet! De Heer zal komen om alle naties te redden:
en de Heer zal u de heerlijkheid van zijn stem laten horen, tot vreugde uwer harten).
Uitleg
Het boek Jesaja valt in drie delen uiteen: 1-39; 40-55; 56-66. Jesaja 40 is het eerste hoofdstuk van een nieuw deel. Zeer waarschijnlijk is het geschreven ten tijde van de ballingschap in Babel. De auteur wordt vaak aangeduid als Deutero-Jesaja.
In de tekst klinken verschillende stemmen. Volgens sommigen zijn er vier stemmen te onderscheiden (bijvoorbeeld Beuken, 17-18), volgens anderen gaat het om drie stemmen (bijvoorbeeld Buitink-Heijblom, 223). Hieronder een illustratie:
1-2 In deze verzen is de Heer Zelf aan het woord. De tekst begin met een imperatief in de pluralis (nchm, Pi’el). Door zowel de herhaling als het feit dat de imperativi voorop geplaatst zijn valt alle nadruk op het troosten. Troost bieden is een opdracht. De geboden troost is verrassend. God, de Heer, straft zijn volk niet langer. Omdat de schuld is voldaan opent zich een nieuw perspectief. God blijft zijn verbond trouw, want ‘mijn volk’ en ‘jullie God’ zijn typisch verbondswoorden. De Heer weet hoeveel zijn volk, na de verwoesting van Jeruzalem, behoefte heeft aan troost. Zowel in Israël als Babel (cf. bijvoorbeeld Klgl.1: 1-3, 9b, 16-17 en Ezech.14: 22-23). Die behoefte resoneert alle eeuwen door. Daarom raakt het begin van de Messiah van Händel ook vandaag nog vele harten: ‘Comfort ye, comfort ye My people, saith your God’.
3-5 Iemand, we weten niet wie, geeft gehoor aan de oproep troostvolle woorden te spreken. De Heer Zelf zal in actie komen. Zie daarvoor ook vers 10. Er zal een tweede exodus plaatsvinden. De heerlijkheid van de Heer zal daarin schitteren. Het volk moet zich op Gods ingrijpen voorbereiden. Johannes de Doper verstond zichzelf in het licht van Jesaja 40 (cf. Marc. 1:2-3, Mat. 3:3 en Joh.1:23).
6-8 Nu klinkt er een tweede stem. Een aansporing Gods troost van de daken te roepen. De profeet is gevoelig voor die oproep, maar proeft tegelijk verzet in zichzelf. ‘Wat zou ik roepen?’ Israël is als gras en als een bloem. Als de zon er verzengend op brandt of de woestijnwind opsteekt, blijft er niets meer van over. Israël is ten dode opgeschreven. Troost verkondigen is zinloos. Er klinkt een tegenstem. God zal doen wat Hij zegt. Met dezelfde bemoediging wordt het boek van Deutero-Jesaja ook afgesloten lezen we in Jesaja 55:10-13. Een echo hiervan is te vinden in 1 Petrus 1:24-25.
9-11 De profeet heeft zich laten overtuigen en neemt het woord. Hij roept Jeruzalem op de intocht al te verkondigen, ook al zijn er nog geen politieke veranderingen die op terugkeer van de ballingen duiden. Het driemaal hinee (dat is: ‘let op!’) vertelt dat er bijzondere dingen zullen gaan gebeuren. Met dezelfde macht als waarmee de Heer zijn volk uit Egypte bevrijdde, zal Hij ook nu optreden. Namelijk met een sterke arm. (cf. bijvoorbeeld Deut.34:4, Deut.5: 15 en Ps.136: 12) Als overwinnaar heeft Hij de buit bij Zich, namelijk de ballingen. Bemoedigende woorden voor machteloze ballingen. Zij zullen ervaren dat de Heer hen niet is vergeten. Zoals een herder ieder schaap persoonlijke aandacht geeft, zal de Heer naar hen allen omzien. De wijze waarop het maatwerk van de herder is verwoord, doet sterk denken aan de terugkeer van Jakob uit Paddam Aram (cf. Gen.33: 12-17) en aan wat Jezus later over Zichzelf als de goede herder zou zeggen. (Joh.10: 11-18 en Joh.11: 27-28) Zoals de profeet heeft ook Paulus geleerd de van God ontvangen troost op zijn beurt weer door te geven. (cf. 2 Kor.1: 3-5)
Aanwijzingen voor de prediking
Troosters gezocht!
Als ik in de auto zit zie ik onderweg steeds meer vrachtwagens en busjes waarop staat: Collega’s gezocht! Of: Word jij onze nieuwe collega? Zo ook in winkelstraten en supermarkten. Jesaja 40 begint ook met een oproep. Troosters gezocht! roept God. Want Troost, troost, mijn volk, is geen wens, ook geen bemoediging, maar een opdracht.
God weet hoeveel behoefte wij hebben aan troost. Geef hierbij voorbeelden uit eigen praktijk of ervaring. Troost is als een warme deken voor mensen die zich in de kou voelen staan en als een streep licht voor mensen die weinig perspectief meer zien of hebben. Zo was de situatie destijds ook voor zowel degenen die in Jeruzalem waren achtergebleven, als voor degenen die in ballingschap waren weggevoerd. Zie bijvoorbeeld Klaagliederen 1:1-3, 9b en 16-17. God kent hun situatie en gevoelens en wil hun troost bieden. Daarom zoekt Hij troosters.
Door God die trouw is aan zijn verbond
Dat zich een nieuw perspectief opent is verrassend, want Israël had afwisselend steun gezocht bij grootmachten als Egypte en Babel en bij afgoden. Ondanks deze ontrouw blijft God zijn volk trouw! Hij spreekt het aan met mijn volk en jullie God. Het is dus op basis van het verbond dat God de stilte doorbreekt en zijn volk wil troosten. De Heer zal Zelf in actie komen. Hij zal komen en hen terugbrengen naar het beloofde land. De toekomst gaat open. Een nieuw perspectief lonkt. Er is troost! De weggevoerde ballingen moeten zich voorbereiden op hun terugkeer, zoals men zich voorbereidt op de komst van een koning of keizer.
Later zou Johannes de Doper zichzelf in het licht van Jesaja 40 verstaan. Toen priesters en levieten hem vroegen: ‘Wie bent u?’ zei hij: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: Maak recht de weg van de Heer, zoals Jesaja gezegd heeft’ (Joh. 1:23). Dankzij Jezus Christus mogen ook wij, christenen uit de heidenen, participeren in het verbond. In het vervolg van de preek kun je puntsgewijs uitwerken hoe de troost die God biedt, ervaren kan worden.

Troost ervaar je als je schuld belijdt
Johannes leerde de mensen concreet zonden te belijden. De tollenaar moest zeggen: ‘Ik heb mensen afgeperst’. De soldaat: ‘Ik heb huizen geplunderd’. De rijke man: ‘Ik heb de arme Lazarus laten creperen’. Een vierde: ‘Ik heb de vrouw van mijn broer gepakt’. Een vijfde: ‘Mijn godsdienst is één brok schijnheiligheid geweest’. Belijd je zonden en je zult opluchting en bevrijding ervaren. Want Johannes wees naar het lam van God dat ook jouw zonden op zich heeft genomen. Wat een troost!
Nadat de eerste stem geroepen had: ‘de Heer komt jullie bevrijden, bereid je daarop voor’, klinkt er een tweede stem. Die stem spoort aan Gods troost van de daken te roepen, dat wil zeggen: zijn trouw, vergeving en bevrijding. Hoor, een stem zegt: Roep! Op de een of andere manier heeft Jesaja die stem opgevangen en voelt hij aan: misschien moet ook ik het volk wel gaan troosten. Maar er is verzet in zijn hart (vers 6-7). Hij is bang dat hij tegen dovemansoren zal spreken.
… als je je oriënteert op Gods woord
Deze proteststem wordt gecorrigeerd door een tegenstem (vers 8). God zal doen wat Hij zegt. Daarom is zijn woord zo krachtig. Jesaja, waar laat jij je door overtuigen? Door de omstandigheden of door Gods woorden? Waar laat jij je door imponeren? Door dat wat voor ogen is of door wat uit Gods mond komt? Die vraag kun je ook voorleggen aan de hoorder: waar laten u en ik ons door overtuigen? Door de omstandigheden of door Gods woorden?
Jesaja staakt zijn protest en gaat om. Hij laat zich corrigeren en geeft gehoor aan God die troosters zoekt. Hij spoort de inwoners van Jeruzalem aan een vreugdebode te zijn (vs. 9).
… als je oog krijgt voor Gods hulp
En dan klinken er woorden van troost die precies aansluiten bij het levensgevoel van de Jeruzalemmers in Israël en Babel. Zij denken: God was niet bij machte de Babyloniërs tegen te houden en het verwoesten van de stad en tempel te voorkomen. Laat staan ons te bevrijden uit de ballingschap. Jesaja roept: God de Heer, komt met kracht, zijn arm zal heersen. Door het zo te zeggen herinnert Jesaja aan de uittocht.
… en zijn persoonlijke aandacht voor jou
Jesaja’s woorden sluiten ook nog op een andere manier aan bij het levensgevoel van de Jeruzalemmers in Israël en Babel. Zij dachten: De Heer vergeet ons, Hij ziet ons niet, Zijn recht gaat aan ons voorbij. Er is geen troost. Daarop reageert de profeet in vers 11. God is de goede herder die alle schapen van zijn kudde persoonlijke aandacht schenkt. Groot en klein. Jong en oud. Zie daarvoor ook Jezus, die sprekend zijn Vader is.(Joh. 10:11 en Joh. 11:27-28)
Je wordt getroost om te troosten!
In Jesaja 40 horen we hoe God op zoek is naar mensen die in zijn naam willen troosten. Wat zij van Hem horen, mogen zij doorgeven. Ook vandaag zoekt God nog troosters! Zie daarvoor Paulus in 2 Korintiërs 1:3-5. Hoe je kunt troosten? Als je bijvoorbeeld weet dat het leven voor iemand koud aanvoelt, mag je een warme deken aanreiken door er gewoon te zijn, je hart en je oor te geven. Of als je weet dat iemand in het donker zit en geen perspectief meer ziet, mag je licht brengen door woorden van wijsheid aan te reiken, samen naar beloften uit de Bijbel te zoeken. En misschien ook door met elkaar te bidden.
dr. Kees de Groot is predikant van de NGK Nunspeet en doceerde gedurende vele jaren homiletiek.
Geraadpleegd
Beuken, W.A.M. (1979). Jesaja deel IIA.(Prediking van het Oude Testament). Callenbach.
Brueggemann, W. (1998). Isaiah 40-66. John Knox Press.
Buitink-Heijblom, M.A. (2011). Jesaja (Commentarenreeks op het Oude Testament: De Brug VIII), Groen.
Van den Brink, G. (1993). Matteüs (1) Hoofdstuk: 1-9. Buijten en Schipperheijn.
Van Dusseldorp, K. (2014). Preek over Jesaja 40. www.keesvandusseldorp.com.