Goedmaken
Bij Genesis 32,23-33
Verhaal 1: Hij loopt niet goed
Kijk, die man loopt mank! Heeft hij een ongeluk gehad? Nee, hij is zo geboren, je moet je er niet mee bemoeien. Deze man heet Jakob. Hij heeft een pak op zijn duvel gehad. Het is zijn verdiende loon.
Wat een raar verhaal. Jakob is op weg naar huis, naar zijn broer met wie hij ruzie had. Hij had hem bedrogen. Nu wil hij het weer goedmaken. Dat zal moeilijk zijn. Hij heeft cadeautjes bij zich, misschien helpt dat? Zal die broer hem vergeven?
Zal Jakob zichzelf vergeven? Het is zo erg wat hij gedaan heeft. Zijn blinde vader voor de gek gehouden. Zijn broer weggeduwd. Jakob is nu de oudste, de opvolger, de erfgenaam. Hij krijgt het familiebezit, de schapen, het land; en zijn broer moet het met de restjes doen.
Jakob ligt er wakker van. Hij moet de grens over, een beek, over het land van zijn broer. Hij durft zijn broer niet onder ogen te komen. Hij droomt van een vreselijk gevecht. Hij verliest, maar hij laat de man met wie hij vecht niet los. ‘We moeten als vrienden uit elkaar gaan,’ zegt de man. ‘Laat me gaan, het gevecht is over.’
Jakob heeft zijn heup ontwricht. Hij is gevallen, of hij heeft een klap gekregen. Hij weet het niet. Zijn leven lang loopt hij mank. Nooit kan hij dat gevecht vergeten. Toch is het goed afgelopen. Hij leeft nog! Hij kan de grens oversteken en zijn broer in de armen vallen.
De broer heet Esau. Hij is het verleden allang vergeten. Het is geen kwaaie man.
Verhaal 2: Het liep niet goed
Twee meisjes waren elkaars allerbeste vriendin. De ene was verliefd op een heel leuke jongen. Tenminste, dat dacht ze. Die jongen wist het niet eens. Haar vriendin was spuugjaloers. Ze draaide om die jongen heen. Hij vond haar ook wel leuk. Toen was het opeens aan.
Die andere vriendin was ontzettend boos. ‘Ik haat je,’ riep ze. ‘Ik vergeef het je nooit!’ Zo erg was het en zo bleef het. Ook toen het allang weer uit was met die jongen, bleef ze kwaad. Jammer hoor, want ze waren vroeger zulke leuke vriendinnen. Ze deden alles samen. Maar nu wilden ze elkaar niet meer zien, nooit meer. Tenminste, die ene. Die andere wilde het eigenlijk best weer goedmaken. Maar om het goed te maken zijn er twee nodig. Het is niet gelukt. Nooit meer.