Menu

None

Graceland 2026: lezing Jirska van Hooijdonk

Grond onder je voeten ná een alles-echt-gebeurd-geloof

Graceland

Is de Bijbel echt gebeurd? En zo niet, waar is dan de grond onder je voeten in het geloof? Jirska van Hooijdonk gaf op Graceland Festival een lezing over het verlies van een alles-echt-gebeurd-geloof én de winst die daarmee te behalen valt. Over hoe God in de Bijbel wordt vertaald, verbeeld en verteld. Over het verschil tussen tijd en tijdsbeleving. En over het leren waarderen van de beperkte grond waarop jij staat.

Het Woord van de Almachtige in twijfel trekken

Ik neem jullie mee in een lezing over het verlies van een alles-echt-gebeurd-geloof. Oftewel, ik stel de historiciteit van de Bijbel im frage en ik probeer een antwoord te vinden op de vraag of je nog grond hebt onder je voeten als je twijfelt aan de historische waarde van de Bijbel.

Ik ben Jirska van Hooijdonk, ik vind het heerlijk om nieuwe dingen te leren en ben zodoende historica, theoloog en systemisch teamcoach en teamtrainer. Als theoloog heb ik vooral vakkennis over bijbelwetenschappen en hermeneutiek (dat is het nadenken over het lezen en interpreteren van teksten: wat is eigenlijk betekenis en hoe komt die betekenis tot stand) en precies op het snijvlak van die drie disciplines: geschiedwetenschap, bijbelwetenschap en hermeneutiek schreef ik deze ‘roze darling’: “Is de bijbel echt gebeurd? Alternatief voor een alles-echt-gebeurd-geloof”. Een boek dat wil ontdekken of er nog geloof kan zijn als je gezien hebt dat veel verhalen die in de Bijbel staan niet zo gebeurd zijn zoals ze zijn opgeschreven.

Op Insta vroeg ook Frangelico Divino zich af wie ik ben, want hij schreef het volgende (en ik zeg erbij dat ik hem zonder toestemming, maar wel volledig citeer): ‘Wie in GODSNAAM (!) denkt deze dame dat zij is om het WOORD van de Almachtige GOD in twijfel te trekken…!? Het WOORD VAN GOD ALMACHTIG is HEILIG, EEUWIG, ONVERANDERLIJK EN FEILLOOS…!!!’ Dank je wel voor je vraag, Frangelico Divino, je statement vind ik wat massief, maar je verwoordt denk ik ongeveer een gevoel dat bij veel orthodoxe gelovigen leeft bij dit thema. Ik vermoed dat er bangheid is voor verlies, wanneer je met deze dingen aan de slag gaat. En misschien is dat ook wel zo, dat je in je geloofsreis eerst iets moet durven te verliezen om iets anders terug te vinden.

Ik vermoed dat er bangheid is voor verlies

En ik vind het altijd heel interessant, wanneer het gebeurt dat je vragen stelt of dingen in twijfel trekt – vaak gebeurt dat bij mij automatisch, zonder dat ik de intentie heb om de tent af te breken – dat mensen dan reageren alsof je hun lievelingsspeeltje afgepakt hebt. En dat begrijp ik ook, omdat je dan als vragensteller bent gestuit op een systeem, een wereldbeeld, waar mensen zich aan overgegeven hebben. En ik weet inmiddels: het systeem wil overleven en een systeem dat wil overleven is hard voor wie het systeem bevragen. En op sommige plekken in de evangelische wereld – ik druk mij met opzet voorzichtig uit – wordt de geloofsbetekenis niet vrij ontdekt, maar streng bewaakt en met man en macht verdedigd.

En toch vond ik het belangrijk om de vraag te stellen: is de Bijbel echt gebeurd? Juist vanwege de spanning die de vraag nog steeds oproept. Omdat ik merkte dat de energie in de evangelische gemeenschap gaat naar het steeds maar bevestigen van de waarheid, dan weet je dat daaronder iets zit dat niet gezien mag worden. En dan begint bij mij die nieuwsgierigheid te kriebelen…

En ik was ook nieuwsgierig naar de theologische inhoud van twijfel: waar wordt eigenlijk aan getwijfeld en met welke reden? En ik vind dat twijfelaars géén pastoraal boek nodig hebben – zoals een recensent voorstelde, die zich afvroeg voor wie mijn boek eigenlijk nuttig kon zijn – maar volop mee mogen praten als het gaat om de betekenis van het geloof, óók in het centrum van de gemeenschap én op het podium. Omdat twijfel niet iets is dat verholpen moet worden, maar voortkomt uit betrokkenheid én intelligentie. Twijfelaars hebben geen pastoraat nodig, maar goede informatie en denkwerk van mensen die zich al eerder hebben beziggehouden met hoe geloof eruit kan zien ná historische twijfel.

Ook denk ik dat het goed is voor het systeem zelf om óók de twijfel en de weerstand in te sluiten, omdat het systeem daar sterker van wordt. En ik denk dat twijfelaars niet per se ongelovige mensen zijn die weg willen uit het geloof, maar wel vaak weggeduwd worden of zelf de conclusie trekken dat ze dan maar moeten gaan. Voor hen schreef ik dit boek. Omdat ik denk dat er grond is om op te staan, ook als je niet meer gelooft dat alles in de Bijbel echt gebeurd is.

Op welke plek staat de Bijbel in jouw boekenkast?

Is de Bijbel echt gebeurd? En zo niet: wat dan? Kunnen we dan nog iets met God in de Bijbel?

Dat hangt ervan af op welke manier we lezen. Er zijn grofweg twee manieren:

  • De Bijbel als geschiedenisboek. Hoe we over God in de Bijbel lezen, is ongeveer hoe wij het nieuws lezen, als een verslag van iets dat iedereen die erbij was heeft meegemaakt. En dat heeft gevolgen voor de manier waarop je de Bijbel leest. Je hebt vertrouwen nodig dat de Bijbel werkt als een geschiedenisboek. De logica bij deze manier van lezen is: als je erbij was geweest, dán had je God kunnen ontmoeten. Je verplaatsen in het verleden is je lijntje naar een ontmoeting met God. Maar daar zitten heel veel eeuwen tussen. Je hebt iets nodig om ervoor te zorgen dat die boodschap die eeuwen moet overspannen gedragen is door iets anders dan jezelf (een inspiratieleer, de heilige geest), want je voelt ook wel dat het lastig is.
  • De Bijbel als religieus boek. En daar passen andere manieren van lezen bij. Ik kom daar straks op terug.

Als je overstapt, is het alsof je de Bijbel in je boekenkast weghaalt bij de geschiedenisboeken en op de plank zet bij de religieuze boeken.

Het probleem met die eerste manier is: op het moment dat je de Bijbel wilt lezen als geschiedenisboek, dan heb je de geschiedwetenschap nodig om hem te lezen. Daarom doen theologen ook hun best om iets over de historische context van de Bijbel te vertellen. Maar tegelijkertijd gooit dezelfde geschiedwetenschap, met dezelfde methodiek, roet in het eten van het lezen van de Bijbel als verslag van de historische werkelijkheid. Juist omdat die wetenschap de tekst behandelt als bronmateriaal. En dan loop je tegen een aantal serieuze problemen aan:

  • Er zijn nauwelijks primaire bronnen, wat je leest is het eindproduct van een lange geschiedenis van de redactie van teksten. Er zitten stukjes in de tekst die niet horen bij de tijd van het verhaal. Dat is een beetje alsof je naar een film over de Tweede Wereldoorlog zit te kijken en er vliegen drones door het beeld. Dan denk je niet: ‘Hé, wat enig, ze hadden toen ook al drones’, maar dan denk je: ‘Deze film is gemaakt door iemand uit onze tijd die vergeten is zijn huiswerk te maken’.
  • Degenen die het verhaal uiteindelijk afschreven, hadden hun eigen belang bij het schrijven. De tijd dat geschiedenis objectief moest zijn, was nog niet aangebroken. Je schreef een geschiedenis die je nodig had.
  • Voor de tijd van de koningen (David) is het verhaal überhaupt historisch onwaarschijnlijk, omdat archeologie een ander verhaal vertelt. Ja, er zijn genoeg websites die willen aantonen dat archeologie het bijbelse narratief wél ondersteunt, maar de academische handboeken vertellen echt een ander verhaal.
  • Er staan veel dingen in de Bijbel die niet met elkaar te verenigen zijn. Bijvoorbeeld: in het boek Handelingen wordt twee keer gesproken over Paulus die Jezus ontmoet op weg naar Damascus, de ene keer wordt gezegd dat zijn reisgenoten wel de stem hoorden, maar niemand zagen, de andere keer wordt gezegd dat zijn reisgenoten wel het licht zagen, maar niet de stem hoorden.
  • En niet in de minste plaats: een aantal teksten lijken helemaal niet bedoeld te zijn als verhalen over de geschiedenis. Het is me een raadsel waarom we zo graag willen dat verhalen zoals die over Job of Jona echt gebeurd zijn, terwijl er geen aanwijzingen ín de tekst te vinden zijn die daar op wijzen. Ook al komt God erin voor (Jezus vertelde ook gelijkenissen over God).

Dus als je daar in gaat duiken, dan kan je eigenlijk niet volhouden dat de Bijbel een geschiedenisboek is. Maar wat is dan dat verlies?

Wat écht op het spel staat als je de Bijbel niet meer als geschiedenisboek leest, is het idee dat de Bijbel één groot geschiedenisverhaal vertelt over God en de mensen. Heilsgeschiedenis pakt stukjes tekst uit de Bijbel en zorgt ervoor dat deze stukjes tekst gaan over Jezus. Het is een belangrijke basis onder de theologie van de Reformatie. Gelovigen in Jezus hebben heilsgeschiedenis nodig om gerustgesteld te worden dat het verhaal over Jezus helemaal past bij het Oude Testament. Er zijn alleen twee problemen hiermee:

  • De Bijbel is geen geschiedenisboek, het is een samenraapsel van verzamelde teksten die helemaal niet logisch zijn verbonden met een geschiedenis erachter. Ze zijn niet eens geschreven voor een groot publiek, want bijna niemand kon lezen of schrijven, ze zijn geschreven om te bewaren voor wie het kon gebruiken, zoals bestuurders, of sprekers.
  • Het idee van heilsgeschiedenis is pas bedacht na de reformatie, daarvoor lazen de mensen de Bijbel überhaupt niet als geschiedenis in de moderne zin van het woord.

En dan besef je: daar waar veel orthodoxe bijbeluitleggers nu voor vechten, is dus eigenlijk een relatief nieuw idee? Ja, en dat stelt ons voor een fundamentele vraag: wat is dan eigenlijk bijbelgetrouw? Wil je aansluiten bij hoe de Bijbel echt is geschreven en ontstaan, of wil je vasthouden aan wat je hebt geleerd, ook al is dit een laat idee?

Wat is eigenlijk bijbelgetrouw?

De Bijbel lezen als religieus boek

Oké, dus stel dat je de Bijbel loslaat als geschiedenisboek. En je wil nog wel iets met God. Of je merkt gewoon dat hoe jij God beleeft past bij de God van de Bijbel, of in ieder geval bij Jezus. Wat dan? Heb je dan nog wel grond onder je voeten? Gaat de Bijbel dan wel over God? Dat hangt samen met hoe je de Bijbel leest als een religieus boek.

Heb je je weleens afgevraagd waarom God zich niet laat zien als Hij zo belangrijk is voor iedereen? Dat Hij gewoon even uit de hemel zwaait en zegt: joehoe! Hier ben ik. Dan komt dat gewoon in de krant en kunnen we zeggen: jongens, we zijn eruit, God bestaat. Maar helaas…

En zou dit niet altijd al zo geweest zijn? Niemand heeft ooit God gezien, zegt Jezus volgens Johannes. En Paulus zegt dat God woont in een ontoegankelijk licht. God wordt niet beschreven als een journalistiek verhaal, Hij wordt beschreven in religieuze taal.

Als je goed gaat lezen, dan merk je dat God in de Bijbel vaak wordt beschreven op een manier waar de historische wetenschap niet zoveel mee kan. Mijn stelling: God wordt in de Bijbel vertaald, verbeeld en verteld.  

  • Vertaald. Ook in de oudheid konden de mensen God dus niet zien. De Bijbel spreekt de taal van de menselijk verbeelding.
  • God wordt vergeleken met vuur, met licht, met een rots, met een herder, met een koning. God wordt dus ook verbeeld: er wordt over Hem gesproken in metaforen.
  • Een spannende stap: ik denk dat God ook wordt verteld. Dat er verhalen in de Bijbel staan die niet beschrijven wat er echt is gebeurd, maar die vertellen over hoe God kan zijn. En dan heb ik het niet alleen over de gelijkenissen, maar ook over de ‘historische’ verhalen. Voor mij zijn dat metaforen in verhaalvorm. Dus voor mij maakt het eigenlijk geen verschil of er wordt gezegd ‘God is als een verterend vuur’ of dat er een verhaal wordt verteld over hoe God zichtbaar is als een vuurkolom.

Dus wat helpt om de Bijbel als religieus boek te lezen is ten eerste: de symbolische taal van de Bijbel serieus nemen.

Het tweede is: God woont in een andere tijd dan onze tijd. Wij kennen de tijd van jaren, maanden, dagen, uren. In de Bijbel gaat tijd meer over tijdsbeleving. Er is bijvoorbeeld zoiets als wat Paul Ricoeur de mythische tijd van de Bijbel noemt: verhalen over een ver verleden, of verhalen over een verre toekomst. In het begin… Op de dag des Heren… Deze verhalen geven niet aan wat er echt is gebeurd of wat er zal gebeuren, maar ze zorgen bij ons als lezer wél voor een beleving van een ver verleden en een verre toekomst. Zo kunnen we door deze verhalen te lezen terugverlangen naar het paradijs, dat door de mensen wordt verpest, maar dat ook hersteld kan worden in de toekomst. Merk je dat je op deze manier wel mee kan gaan met het verhaal, zonder dat je je de hele tijd af hoeft te vragen of en wanneer dit echt gebeurd is, of zal gebeuren? Dus eigenlijk lukt het lezen beter wanneer je loslaat dat je de hele tijd bezig bent met die verhalen plaatsen op een tijdsbalk.

God woont in een andere tijd dan onze tijd

De tijd waarin God wordt verteld in de Bijbel is de eeuwigheid. Wat is dat voor tijd?Misschien is dat wel niet: onze tijd, die dan altijd duurt. Misschien is het wel de ideale tijd, de tijd waar we naar verlangen. En soms raakt die tijd aan onze tijd. In de Middeleeuwse filosofie werd dit de ‘nunc stans’ genoemd; het eeuwige nu. Wij zouden zeggen: het moment dat de tijd even stil staat. Boethius zei: ‘Het nu dat voorbijgaat brengt tijd voort, het nu dat blijft brengt eeuwigheid voort’. Bijvoorbeeld: de komst van Jezus wordt beschreven in zo’n tijd. Hij wordt geboren in de kalendertijd, daar gaan we vanuit. Maar het bijzondere is juist de manier waarop dit wordt beschreven: er is sprake van een engelenkoor en een ster die gezien wordt door magiërs. De komst van Jezus is verpakt in een mythologische representatie van het universum. Het verplaatst ons als het ware naar een andere wereld waar er geen tijdslogica meer geldt.

Hoe is het dan om de Bijbel in je mentale boekenkast verplaatst te hebben naar een andere plank? Hoe is het om de Bijbel te lezen ná een alles-echt-gebeurd-geloof?

Wat helpt is, het idee loslaten dat de Bijbel van tevoren het Woord van God moet zijn. Dat belooft te veel. Het belooft dat alles wat in de Bijbel staat voor ons is. Maar dat is niet zo. Heel veel dingen gaan helemaal niet over ons. En er zijn manieren van spreken die niet altijd voor ons werken. Soms is er gewoon geen resonantie, sommige verhalen over God staan je gewoon tegen en dat mag. Grote massieve waarheden over wat de Bijbel is, kunnen in de weg zitten om echt mee te maken wat het verhaal vertelt.

Wat ook helpt is leren om de symbolische taal van de Bijbel opnieuw te leren lezen. We zijn dat door onze wetenschappelijke gerichtheid een beetje verleerd. Het is volgens Paul Ricoeur, juist omdat hij de historische wetenschap serieus nam, tijd om ‘opnieuw naief’ te worden. Niet letterlijk lezen is ook beseffen dat we te maken hebben met een voor-wetenschappelijke weergave van de wereld, een beleving van God waar wij niet meer in mee kunnen gaan, omdat wij moderne mensen zijn met wetenschappelijke kennis. Wanneer we de verbeeldende taal van de Bijbel weer leren waarderen, symbolische taal die geschikt is om God te verbeelden en te vertellen, dan kan de Bijbel weer een geloofsboek worden die over een ándere werkelijkheid gaat dan de werkelijkheid die past in de geschiedenis.

Wat ook helpt, is erkennen dat we leven in het hier en nu en het verleden niet meer kunnen bereiken. We kunnen ons niet mentaal verplaatsen naar een andere wereld. Gelovigen weten niet beter dan anderen hoe de geschiedenis is geweest of hoe de toekomst wordt. Wij kunnen niet over de grenzen van onze tijd heen kijken, ook niet met hulp van de heilige geest. Dat helpt om te zoeken naar de betekenis van de verhalen in het hier en nu.

Grond onder je voeten

Ook wanneer je een alles-echt-gebeurd-geloof verloren bent en dus niet meer gelooft dat de Bijbelverhalen een soort tijdbalk weergeven, kunnen we de tijdsbeleving van de verhalen meemaken. Ons hele bestaan is tijdsbeleving. Dat betekent dat de bijbelverhalen opnieuw onderdeel kunnen worden van onze tijd, wanneer we ze laten resoneren in het hier en nu. En dat is een ander aanrakingspunt dan denken dat we ons kunnen verplaatsen in het verleden. Als je de bijbelverhalen laat resoneren in het hier en nu, dan mag je als mens helemaal mee doen met de betekenis van het verhaal. Dan merk je beter hoe het echt voor je is.

Dan komen we makkelijker in het ongemak van de tekst terecht, in de worsteling van de bijbelschrijvers om in hun tijd betekenis te geven in hun verwarring over de wereld. Het is grappig, gezien de stelligheid van de theologie, dat schrijvers van de Bijbel vaak schreven omdat zij in de war waren over de wereld en over hoe God daar dan in paste. De verwarring van Paulus in de Romeinenbrief! De rondjes die hij draait! Hoe kan het dat we daar ons geloofssysteem op hebben gebaseerd? Schrijvers schreven dus vaak juist níet omdat zij precies wisten hoe God werkt. En dat ongemak, dat zoeken naar God omdat de wereld niet klopt, dat past precies bij het ongemak van ons leven. Want meestal hebben we echt geen idee.

De grond onder je voeten is déze grond onder je voeten. In déze wereld. Dat is de enige plek waar jij bent. Hier en nu heb jij die snaren die resoneren met de verhalen in de Bijbel, áls je ze los laat trillen en je klankkast vult met lucht. Je kunt de verhalen uit de Bijbel alleen in het hier-en-nu laten gebeuren. Dan gaat de Bijbel niet meer over wat er is gebeurd, maar over wat er te gebeuren is. De grond onder je voeten is déze grond onder je voeten. Je betreedt deze grond met een ‘herinnering’ aan een mythisch verleden en met een blijvende hoop op toekomst. Zo is de eeuwigheid waar de Bijbel over gaat jouw ideale tijd. Dat je alleen maar hier kan staan waar je nu staat, is een uitnodiging om het uit te kunnen houden met de verwarring en het ongemak van het leven. Dat er grond onder je voeten is, dat betekent dat het leven jou zelf uitnodigt – mét de inspiratie van veel verhalen in de Bijbel – om het waar te maken.

Jirska van Hooijdonk

Jirska van Hooijdonk is docent Bijbelwetenschappen, Hermeneutiek, Exegese en Ethiek binnen het hoger onderwijs en werkt daarnaast als systemisch teamcoach. Ze schrijft momenteel haar nieuwe boek Is de Bijbel echt gebeurd?.

Bestel Is de Bijbel echt gebeurd? bij onze partner Boekenwereld

Cover van Is de Bijbel echt gebeurd? Geschreven door Jirska van Hooijdonk.

In ‘Is de Bijbel echt gebeurd?’ laat theoloog en historica Jirska van Hooijdonk zien dat de Bijbel niet bedoeld is om volledig letterlijk te nemen. De verhalen en mythes die we erin vinden laten zien dat de bijbelse werkelijkheid veel meer lagen kent dan alleen de historische. God wordt daarin vooral verbeeld en als verhaal verteld. Jirska van Hooijdonk laat vervolgens zien hoe je ook ná een alles-echt-gebeurd-geloof aangehaakt kan blijven bij deze werkelijkheid. Een intrigerend boek dat uitnodigt om ruimte te maken voor de historische wetenschap en voor de geloofservaring in het hier-en-nu.


Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast. 

Word lid van Theologie.nl 

Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand. 

Wellicht ook interessant

Israël
Israël
Basis

De Bijbel is politiek.

Vorig jaar stond een aantal mensen te demonsteren bij de ingang van Opwekking, de jaarlijkse Pinksterconferentie van de gelijknamige stichting. Met het uitgangspunt ‘Praat over Palestina’ was Kairos-Sabeel Nederland, een organisatie die Palestijnse bevrijdingstheologie bekendheid wil geven in Nederland (en waarvan ik covoorzitter ben), namelijk niet welkom bij Opwekking. De stichting Opwekking zei ‘niet politiek’ te willen zijn. Christenen voor Israël was wél welkom. Op het terrein zwaait bovendien, naast de blauwwitte Opwekkingsvlag en de Nederlandse vlag, ook steevast de Israëlische. In een tamelijk vage tekst op de site van de stichting (die spreekt van ‘vlag met de Davidsster’) staat dat het om ‘theologische erkenning gaat’, niet om ‘politieke beoordeling’. Nu wordt christelijke steun aan de staat Israël vaak gepresenteerd als apolitiek, want die zou simpelweg theologisch zijn.

None

Symposium ‘Inferno. De ontdekking van de hel’

We hebben het er liever niet over: de hel. Maar Arnold Huijgen, de Theoloog der Nederlanden, schreef er een boek over: Inferno. Daarin biedt Huijgen ons een nieuwe manier van spreken over de hel, want ‘belangrijke theologische tradities schieten daarin tekort.’ Tijdens dit symposium zoekt hij het gesprek met wetenschappers, theologen en kunstenaars over hun ‘heltaal’. Met onder anderen historicus Beatrice de Graaf, theoloog Kees van der Kooi, beeldend kunstenaar Egbert Modderman en schrijver Niña Weijers.

Rechterhamer die op een Bijbel ligt met op de achtergrond een kruis.
Rechterhamer die op een Bijbel ligt met op de achtergrond een kruis.
None

Bijbel en politiek

Al jaren speelt de Bijbel een rol in de politiek – soms als inspiratie, soms als wapen. Regelmatig zien we dat in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland grijpen politici regelmatig naar bijbelteksten om hun standpunten kracht bij te zetten. Maar hoe ver ga je daarin? De Bijbel is politiek, of in ieder geval: bepaalde verhalen eruit hebben een duidelijke politieke lading. Als redactie riep dat een aantal vragen op, want hoe moeten we hier mee om gaan? Kan je zomaar de bijbel gebruiken om een politiek punt te maken vandaag de dag? In deze serie hebben we een aantal theologen gevraagd om op deze vragen te reflecteren.

Nieuwe boeken