Menu

Premium

Grieks worstelen aan de Jabbok

En dan opeens lees je iets in Inferno van Dan Brown en denk je aan Genesis 32.

Toen ze door de zaal liep, zag ze een groep studenten die om een beeld heen stonden en lachend foto’s maakten. Op het bordje stond: Hercules en Diomedes. Vayentha bekeek de figuren en gromde afkeurend. De sculptuur stelde de helden uit de Griekse mythologie voor die spiernaakt met elkaar worstelen. Hercules hield Diomedes ondersteboven om hem te vloeren en Diomedes greep stevig de penis van Hercules vast, alsof hij wilde zeggen: weet je zeker dat je me tegen de grond wilt gooien? Vayentha kromp ineen. Dat was nog eens iemand bij z’n kloten hebben. Ze wendde haar blik af van het eigenaardige beeld en liep snel de trap op naar het museum.[1]

Het betreft het beeld dat bij deze tekst is afgebeeld. Het staat in het Palazzo Vecchio in , en is in opdracht van Cosimo de Medici gemaakt door Vincenzo de’ Rossi in 1560. (Hij voltooide de twaalf werken van Hercules niet en bleef bij zeven beelden steken.)

Hercules (Grieks: Herakles) was een buitenechtelijk kind van Zeus. Hera, de jaloerse vrouw van Zeus, wil wraak nemen op Zeus via Hercules. In een van haar pogingen slaat ze Hercules met waanzin. Deze gooit zijn eigen kinderen in het vuur; zijn vrouw keert zich van hem af. Hercules komt weer tot zichzelf, wordt zich bewust van zijn daden, heeft spijt en probeert zich te verzoenen met de goden. Deze geven hem als straf dat hij opdrachten moet vervullen. Na deze opdrachten zal Hercules weer vrij zijn. Een van de ‘werken’ beslaat het ophalen van de vleesetende paarden van Diomedes. Deze koning is het hier natuurlijk niet zomaar mee eens en er volgt een gevecht tussen Diomedes en Hercules. Hercules wint, voert vervolgens Diomedes aan diens eigen paarden en neemt de dieren dan mee. Het achtste werk is volbracht. Uiteindelijk vervult Hercules de twaalf werken met succes.[2]

Grieks worstelen

Zou het kunnen zijn dat Jakob een potje Grieks worstelen deed met de bode van JHWH? Het is op zich geen gekke gedachte dat Jakob in zijn kruis werd getast in het gevecht. Hij raakt namelijk zó lelijk geblesseerd dat hij vanaf dat moment mank loopt. De verteller wijst erop dat de Israëlieten ‘de spier die op de heup ligt’ niet eten ‘tot op de dag van vandaag’, omdat God deze spier had aangeraakt. Rabbijn De Vries wijdt een hoofdstuk aan ‘de verwrongen spier’, die hij de ‘spanader bij het heupgewricht’ noemt: ‘Die moet eruit, we leven immers op Torahbodem.’[3]

Jakob lijkt na het gevecht met de bode geen nageslacht meer verwekt te hebben. Weliswaar krijgt Jakobs geliefde vrouw Rachel nadien nog een zoon, Benjamin (Gen. 35:16), maar vertelling van conceptie of zwangerschap ontbreekt en er staat dientengevolge niet expliciet vermeld dat Jakob/Israël de biologische vader is. Dit in tegenstelling met de verwekkingen die hiervóór aan de orde zijn geweest (zie bijvoorbeeld de vruchtbaarheidswedstrijd tussen Lea en Rachel in Gen. 30). Zijn heupblessure zou er dus uit hebben kunnen bestaan dat hij letterlijk getroffen was in zijn vermogen tot het verwekken van kinderen.

Vergelijkende mythologie

Dat een beeld van twee personages uit de Griekse mythologie gemaakt in de 16e eeuw te relateren zou zijn aan een verhaal uit het Oude Testament, is een aantrekkelijk idee. Griekse mythologie linken aan oudtestamentische verhalen is op zich geen activiteit die op een nieuw inzicht is gebaseerd. In de 18e eeuw ontstond de comparatieve mythologie.[4] Frazer ziet in Genesis 2 een overeenkomst met de Griekse mythen waarin de mensen uit klei geboetseerd worden.[5] Ook de overeenkomst tussen de zondvloedverhalen van Noach en de Griekse Deucalion is een van de vele bekende voorbeelden van overeenkomsten tussen de Griekse mythen en de oudtestamentische verhalen. Door de tijd heen is er veel commentaar gekomen op Frazers werk en de onderzoeksmethodes hebben zich verfijnd. Toch de vergelijkende mythologie nog steeds inzichten opleveren.

De beeldhouwer in de 16e eeuw geeft een specifieke invulling aan de wijze waarop geworsteld zou (kunnen) zijn door Hercules en Diomedes. Het is lastig zoeken naar bewijsplaatsen via internet. Voor je het weet kom je op een website waarvan je het bestaan wel vermoedde, maar waarvan je liever niet wilt dat anderen weten dat je die bezocht hebt. Ook niet als onderdeel van een hedendaags onderzoekje. Er werd in elk geval naakt gesport. In de hedendaagse variant mogen de sporters elkaar bij Grieks worstelen alleen bij de heup en alles wat daarboven zit, vastpakken. Bij vrij worstelen mag het hele lichaam meedoen.

De website van het NOC*NSF heeft diep verborgen een link naar een PDF-document met informatie over de geschiedenis van het worstelen,[6] waarin het onder meer gaat over worstelen in de antieke wereld:

Het ging en het gaat om een aan regels onderworpen gevecht waarbij de tegenstander niet aan de kleding maar aan het lichaam wordt aangegrepen en vastgezet. Na dit vastzetten is een techniek mogelijk, bijvoorbeeld verschillende worpen (o.a. heup, schouder, armworp), slingers, ceintuurs en zwaaien en volgt er een grondgevecht.

Naast worstelen kende het Panatheense festival ook een combinatie van worstelen en boksen, waarin bijna alles was toegestaan.[7] Jaarlijkse worstelwedstijden werden georganiseerd ter ere van de goden.

Zo bezien zouden Jakob en de bode van JHWH inderdaad wel eens op deze wijze aan het worstelen geweest kunnen zijn, als twee deelnemers aan een wedstrijd. Waarbij de een de ander beetpakte op een wijze waar de mannelijke lezers waarschijnlijk liever niet aan denken… En waarvan de verbeelding door een 16e-eeuwse beeldhouwer bij de 21e-eeuwse toeschouwer lacherig afgrijzen oproept.

Wellicht ook interessant

None

Preview: God. Naar een andere filosofie

We beginnen dus nu aan een boekje over denken over God, over de Naam. Goed, maar is dat nog wel nodig? Kan dat zelfs nog wel? Niet dat het taboe zou zijn, nee, merkwaardig genoeg loopt de boekenmarkt over van titels over God en godsdienst. Iedereen schrijft over God tegenwoordig. Sinds kort bestaat het prestigieuze Journal for Continental Philosophy of Religion (Brill). Dat betekent dat er in elk geval interesse wordt getoond in dat filosofische terrein. Theologen, natuurlijk, maar ook filosofen, wetenschappers, politici, kunstenaars en nog anderen kunnen er niet over zwijgen.

None

Nicea voor Nu; hoe een oude belijdenis ons vandaag kan helpen

Drie initiatiefnemers – Jelle Huismans, Margriet Westes en Arnold Smeets – hebben ervoor gezorgd dat 32 schrijvers samen 47 korte, puntige bijdragen schreven over de Geloofsbelijdenis van Nicea. Steeds namen de auteurs een paar woorden uit de belijdenis voor hun rekening, waarover zij twee à drie pagina’s schreven. Dat maakt het tot een zeer toegankelijk boek. Met dank daarvoor: ik heb het met plezier gelezen en hier en daar zinnen onderstreept en smileys of kruisjes gezet bij uitspraken die mij boeiden of juist tegenstonden.

Basis

Boekrecensie Verblijven in de ziel van Esther Stoorvogel door Ludy Fabriek

Het boek Verblijven in de ziel van Esther Stoorvogel is een geweldige uitdaging om je innerlijke relatie met God als je hemelse Vader meer en meer te verdiepen. Het beeld van de ziel als een burcht met zeven verblijven spreekt heel erg tot de verbeelding. Zeker om de ontwikkeling van je geestelijke leven te zien als een reis door die verblijven op weg naar het hart van de burcht: de troonzaal. Het uiteindelijke doel van een kind van God is om zó dicht bij Hem te zijn, dat we volkomen één met Hem zijn. Vandaar dat de subtitel van het boek ook treffend gekozen is: De innerlijke reis naar het hart van God.

Nieuwe boeken