Menu

Basis

Pastoraat bij jong ouderverlies – handreikingen

Omzien naar kinderen

Het gebeurt nog regelmatig dat rouwende kinderen ‘gespaard’ worden en dat er meer over hen wordt gepraat dan met hen. Toch mogen kinderen niet vergeten worden!

  • Geef kinderen correcte informatie en betrek hen bij de laatste momenten zoals het condoleren en (de voorbereidingen van) de uitvaart.
  • Laat kinderen merken: ik zie en hoor jou met je vragen en verdriet. Áls je erover wilt praten, kan je bij mij terecht.
  • Zorg voor routine. Kinderen moeten kunnen rekenen op de praktische zorg van volwassenen, zodat ze hun leven ondanks alles zo gewoon mogelijk kunnen leven.
  • Stuur kinderen niet onnodig weg van huis of naar een therapeut. Laat zien dat ze de moeite waard zijn.
  • Respecteer het als kinderen niet willen praten. Als ze het wél willen, praten ze vaak makkelijker over degene die is overleden en over alle veranderingen dan over hun emoties.
  • Houd herinneringen aan de overleden ouder levend, zwijg de overleden ouder niet dood en blijf het gemis benoemen op gedenkwaardige momenten voor het kind.

Omzien naar volwassenen

  • Vraag en luister naar hun verhaal. Mijn advies voor het omgaan met volwassenen met jong ouderverlies is vrij simpel: stel vragen en luister naar hun verhaal. Als volwassene schaam je je vaak om er zelf over te beginnen, je moet een drempel over, want dit had toch al lang over moeten zijn? Daarom helpt het als de omgeving, bijvoorbeeld een pastoraal werker, een begin maakt: ‘Mag ik je vragen hoe het voor jou is om als kind je vader/moeder te verliezen? Wat is er precies gebeurd? Wat is de invloed van het verlies voor je leven nu? Wat betekent het verlies voor je geloofsleven?’Soms is het verhaal rondom het vroege ouderverlies bij de omgeving niet bekend. Omdat de volwassenen het vaak moeilijk vinden om er zelf over te beginnen, is het fijn als het verlies vanzelf ter sprake komt. Vragen tijdens huisbezoeken naar het voorgeslacht, het gezin van herkomst, kunnen hiervoor een aanleiding zijn. En ook de vraag: ‘Hoe is jouw weg met God geweest?’
  • Blijf het verlies benoemen. Als je volwassen bent geworden, blijft de geboortedag of sterfdag van je overleden ouder, net als Vaderdag of Moederdag, vaak een dag waarop het gemis extra wordt gevoeld. Houd als omgeving rekening met die dagen en benoem het verlies. Doe dat ook rondom bijzondere gelegenheden zoals trouwen, dopen, jubilea, uitvaarten.
  • Organiseer contact met ervaringsgenoten. Voor volwassenen met jong ouderverlies biedt contact met ervaringsgenoten troost: ik ben niet de enige, ik ben niet raar. Het is een veilige mogelijkheid om je verhaal kwijt te kunnen. Je verhaal delen met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, geef herkenning en erkenning. Organiseer daarom als omgeving, bijvoorbeeld als kerkelijke gemeente, contact tussen ervaringsgenoten.

Handreikingen voor de volwassenen zelf

  • Vertel je verhaal. Het is moedig als je jouw verhaal over het verlies van je ouder durft te vertellen, ook al is het zolang geleden. Zoek iemand die je vertrouwt en tegen een stootje kan; iemand die oprecht geïnteresseerd is. Stort je hart uit en vertel. Schaam je niet voor je tranen, huil maar. Huilen is helend. Tranen spoelen schoon. Je hoeft je niet groot te houden.
  • Geef het verlies een zichtbare plek. Geef het verlies een zichtbare plek in je leven, je hoeft het niet (meer) te verstoppen. Zoek mensen met wie je kunt praten over wie je ouder was en haal samen herinneringen op. Bezoek af en toe het graf of steek op bijzondere dagen een kaars aan. Geef je overleden ouder een zichtbare plek door een herinneringsmap te maken, oude videobeelden te bekijken of foto’s en spullen van je overleden ouder neer te zetten in je kamer. Zichtbaarheid helpt om het overlijden van je ouder als een verlies te erkennen, je overleden ouder in ere te houden en hem of haar nooit te vergeten.

Henrike Dankers was negen jaar toen haar vader overleed. Deze ervaring was aanleiding voor haar onderzoek ‘Pastorale zorg aan volwassenen met jong ouderverlies’, als onderdeel van haar studie theologie. Op basis van de resultaten van dit onderzoek publiceerde ze het boek Na zo lang nog. Leven met jong ouderverlies (KokBoekencentrum, 2019).

Wellicht ook interessant

Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
None

Interview: “Ik wil een eerlijk gesprek over de doodswens”

Mensen die niet meer willen leven, krijgen niet zomaar euthanasie. Er zijn strenge eisen waaraan moet worden voldaan, voordat het eigen leven bewust gestopt kan worden. Maar als een euthanasieverzoek wordt afgewezen, is de wens om te sterven vaak niet verdwenen. Soms kiezen mensen dan voor ‘de autonome dood’, een zelfgeorganiseerd levenseinde. Hoe is dit voor nabestaanden? Krina Huisman deed er onderzoek naar en schreef het boek Nabestaan. Leven na de autonome dood. Redacteur Maartje Amelink ging met haar in gesprek.

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

Nieuwe boeken