Menu

None

Hans Alderliesten – Op de school van het lijden

In Op de school van het lijden ontmoeten we Job en Augustinus in een modern klaslokaal. Het universele lijdensverhaal van Job wordt gecombineerd met fragmenten uit het werk van Augustinus. Op de school van het lijden gaan ze in gesprek over vragen die ons allemaal raken: hoe gaan we om met het kwaad, met verlies en met kwetsbaarheid? Dankzij de toegankelijke schrijfstijl en de aansprekende opdrachten word je als lezer niet alleen meegenomen in het lijdensverhaal van Job, maar ook gestimuleerd om te reflecteren op je eigen ervaringen met lijden en omgang met kwetsbaarheid.

______________________

Les 1: Leerling voor altijd

Job

Welkom! Ik had jullie liever niet ontmoet, althans niet hier. Dit is geen fijne school. De lessen duren lang, de lokalen zijn muf, de stof is niet om door te komen. Ik zou willen dat ik vergeten was – dat mijn leven in het grote vergeten van de geschiedenis was opgenomen. Dat mijn naam geen spreekwoord zou zijn en mijn verhaal geen verdrietig voorbeeld.

Maar dat is niet zo. Er was een man, Job was zijn naam. Dat ben ik. Aangenaam. Er is een school en er zijn leerlingen. Dat zijn jullie. En er is leerplicht. Welkom.

Augustinus

Welkom in dit lokaal, op deze bijzondere school, bij deze inleidende les. Deze school bestaat al heel lang. De school heeft mij overleefd en was er al voordat ik er was. Er is in die jaren veel veranderd – en tegelijkertijd is alles hetzelfde gebleven. Het is nog net zo stil op de gang als vroeger. Nog steeds wordt niemand bevorderd tot het volgende leerjaar. Niemand verlaat deze school met een diploma. Hier telt niet vooruitgang, maar achteruitgang. We tellen niet op, maar af. Het gaat hier niet om wat je hebt geleerd, maar om wat je hebt afgeleerd. Het percentage afhakers is nog net zo hoog als vroeger; dat is niet verrassend, deze school is de moeilijkste van allemaal. We werken zonder voorbereiding, het lesmateriaal is anekdotisch van aard en wat we hier delen is niet bedoeld om te kopiëren. We bespreken hier geen waarheden maar werkelijkheden, geen oplossingen maar oefeningen en we geven geen antwoord maar aandacht.

Ik prijs mij gelukkig met Job aan mijn zijde. Dank, Job, dat je de moeite nam te komen, dat je jouw verhaal niet aan de vergetelheid hebt prijsgegeven. Hoe zou ik jou, Job, kunnen introduceren? Als ervaringsdeskundige avant la lettre, iemand in wie velen zich kunnen herkennen, een universeel mens? Misschien moet ik er niet veel woorden aan vuilmaken. We zullen je ongetwijfeld beter leren kennen, Job.

Job

In het verhaal dat over mij is opgetekend, word ik geïntroduceerd als godvrezend en vroom. Nou, dat valt nog te bezien, ik zou er zelf andere woorden aan hebben gegeven – misschien het tegenovergestelde? Ik weet ook niet met welk doel mijn verhaal aan het papier is toevertrouwd, van mij hoefde dat ook niet zo, er viel voor mij weinig te winnen.

Het is een dramatisch verhaal, een universeel verhaal, heb ik later begrepen; mijn verhaal heeft de aandacht van velen getrokken – een deel van het verhaal althans. Ik ben groter dan het verhaal, ik ben meer dan mijn boek. In het verhaal waar ik bekend mee geworden ben, ontmoet je mij op middelbare leeftijd. Goedlopend bedrijf, fijn opgroeiend gezin, aan weinig gebrek, geen zichtbare breuklijnen.

Het was een gewone dag, een dag als alle andere, en een van mijn collega’s meldde zich. Ik zag gelijk dat er iets was – dat zie je, dat voel je, dat hoor je. In no time stortte mijn wereld in, mijn kinderen kwamen bij een raadselachtig ongeluk om het leven – een onmogelijke samenloop van omstandigheden. Het familiebedrijf bleek minder solide dan het leek, we kwamen in financiële problemen, mijn gezondheid kwam onder druk te staan en bovendien kreeg ik relatieproblemen. Van hundred to zero in luttele momenten. Vroeger zou ik gezegd hebben: dat overkomt mij niet. Nu zeg ik: waarom zou het jou níét overkomen?

Eerst was de vraag: wat gebeurt er? Later, vrij snel denk ik, veranderde die vraag: wáárom overkomt mij dit? En waarom míj? Ik zag de gebeurtenissen als een ernstige verstoring van mijn leven. Als een onderbreking, een bijna letterlijke streep door de rekening. Niet dat het dat niet was – niemand, werkelijk niemand, had dit zien aankomen. Ik weet ook niet of er ooit iemand is geweest die zo’n diepe én snelle val heeft meegemaakt. Hebben jullie een idee?

De gebeurtenissen hebben diep op mij ingegrepen. Het verlies van mijn kinderen, bedrijf en gezondheid heeft mijn leven drastisch veranderd. Ik ben nooit meer de oude geworden en tegelijkertijd ben ik wel dezelfde gebleven. Vreemd genoeg, dat ga je later pas zien, hield ik altijd al wel rekening met een andere afloop. Ik was er niet gerust op. Ik dacht antwoorden te hebben, maar kende ik de vraag van het leven eigenlijk wel? Maar eerlijk is eerlijk: ik hield altijd meer rekening met onheil bij de ander, dan met onheil in mijn leven.

Misschien hebben mijn kinderen gezondigd en God in hun hart vaarwel gezegd. Job 1:5b

Want wat mij angst aanjoeg, is tot mij gekomen; dat waarvoor ik beducht was, is mij overkomen. Job 3:25

Augustinus

Een onderbreking van je leven, dat is mooi gezegd, Job. Ik meende ook dat ik antwoorden moest geven – dat het leven bestaat uit het formuleren van een zo goed mogelijk antwoord. Ik had mijn route uitgestippeld, was zeker van mijn zaak, had de competenties in huis om de regisseur van mijn leven te zijn.

Tot ik een kinderstem hoorde. Een kinderstem, nota bene! Het leven praat terug, noem ik dat nu weleens. Je hoort iets, je leest iets, vaak onverwacht, je denkt: hoe kan dit? Dit gaat over mij! Durf je je te laten onderbreken? Kun je een onderbreking zien als voortzetting?

Ik zie dat ik te snel ga. Je spreekt over wat je is overkomen, alsof je het niet verwachtte. Nu, dat is ook zo, het leven is niet af te wachten, het leven wil geleefd worden. We leven vooruit, ons ‘worden’ is ingebed in een groter geheel. We hebben er niet om gevraagd om hier te zijn, maar we zijn er, we worden nu gevraagd te worden – het leven te aanvaarden, niet langer voor vreemd houden wat bij het leven hoort.

Kwetsbaarheid en verlies zijn, helaas, onderdeel van het menselijk bestaan geworden. Ik heb lang geworsteld om dit te aanvaarden. Ik wilde ófwel het leven zelf verbeteren ófwel me overgeven aan de willekeur. De last van het eerste is te groot, de gevolgen van het tweede niet te overzien. Nee, het is veel radicaler: we zijn hier niet toevallig. We worden geroepen het goede te doen – ook als we dat niet (meer) kunnen. Ons wordt niet gevraagd of we het ermee eens zijn, ons wordt gevraagd of we bereid zijn het te aanvaarden.

Het leven is dus geen antwoord, maar een vraag. Een vraag naar wie je bent, waar je bent, waar je naartoe gaat. Een vraag naar betekenis, niet naar status. Niet over ‘zijn’, maar over ‘worden’. Geen grote antwoorden dus, maar grote vragen. We zijn onderweg; in het leven, door het leven. En dat zijn we samen met anderen, met onze naasten, collega’s, buren, vrienden. Onderweg zijn betekent dat je er nog niet bent, dat je een bestemming hebt, dat je niet te lang op de stopplaats moet blijven.

Dat betekent dat we hier nu geen punt zetten, hoewel dit eerste college-uur nu is afgelopen.

Quia repente pleraeque accidunt tribulationes.
De meeste beproevingen komen onverwacht.
Augustinus, Adnotationes in Iob 10

Et sicut quotidiani mercenarii vita eius.
Wij leven hier op aarde als een dagloner die op zijn loon wacht.
Augustinus, Adnotationes in Iob 7

Semel enim loquitur Dominus: quasi vocationem omnium iustorum semel fecit Dominus, et temporaliter circa singulos hoc agit divina providentia. Per somnium, aut in visitatione nocturna: aut in ignorantia aut in tribulatione.
God spreekt tot de mens – soms maar één keer. Het is alsof Hij in één roep alle rechtvaardigen heeft geroepen, en vervolgens zorgt Hij op Zijn eigen tijd en wijze voor ieder afzonderlijk, door Zijn goddelijke voorzienigheid. God spreekt via dromen, of door nachtelijke bezoeken – dat wil zeggen: in momenten van onwetendheid of in tijden van beproeving.
Augustinus, Adnotationes in Iob 33

Reflectievraag

Welke onderbreking in jouw leven heeft de meeste sporen nagelaten?

Huiswerk

Vraag iemand die jou goed kent naar wat diegene jou heeft zien loslaten de afgelopen jaren. Reflecteer voor jezelf op het antwoord

Hans Alderliesten werkt bij Movisie als senior onderzoeker op het gebied van dementie. In zijn werk staat de vraag centraal hoe mensen, ook wanneer zij te maken krijgen met kwetsbaarheid, ziekte of verlies, volwaardig kunnen blijven meedoen aan de samenleving.


Hans Alderliesten, Op de school van het lijden. Augustinus in gesprek met Job. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2026. 160 pp. € 19,99. ISBN 9789043545198

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken