Concentrisch denken en handelen binnen de kerk
We vergaderen en organiseren in onze gemeenten van alles… en vaak, en meestal als vanzelf, ‘voor onszelf’. Voor de eigen gemeenteleden over wat hèn boeit en bezighoudt. Dat kan ook anders, doordat ‘de samenleving steeds meer ‘ontgrenst’. Maar hoe dan? En wat is de grond, de Bron van zulke gedachten? Een vernieuw(en)de blik op gemeente-zijn.
We hadden in onze woonplaats vanuit meerdere wijkgemeenten een avond georganiseerd over het puberbrein. De insteek was er niet eentje van ‘geloof & pubers’, maar meer algemeen: wat gebeurt er met kinderen ‘van binnen’ als ze in de puberteit komen? Met deze avond wilden we ouders van pubers helpen: hoe gaat hun ontwikkeling en hoe kunnen we ze de ruimte én de grenzen bieden die ze nodig hebben?
Het was dus een breed toegankelijke avond, maar niemand van ons had eraan gedacht om ook buiten de eigen gemeente de publiciteit te zoeken. Dat had heel gemakkelijk gekund, via bijvoorbeeld het plaatselijke huis-aan-huis blad. Puberen is immers bepaald geen kerkelijk monopolie!
Dit voorval is misschien wel typerend voor veel kerken. We organiseren allerlei interessante avonden, maar beperken ons daarbij vaak tot mensen uit de eigen kerkelijke kringen. In de wereld van het pionieren gaat dit vaak anders. Daar wordt vrij consequent concentrisch gedacht. Dit artikel is bedoeld om deze manier van denken en handelen ook (meer) binnen het blikveld te brengen van bestaande kerken.
Geen scherpe grens, wel een heldere bron
Een beeld dat ons hier kan helpen komt uit Australië. Kerkelijke pioniers gebruiken dat om op een nieuwe manier na te denken over kerk-zijn. Anders dan de Nederlandse boer plaatst de Australische boer meestal geen hek om zijn land. De veeteelt is er minder intensief, de weidegronden zijn er veel groter. Een hek is feitelijk onbegonnen werk. De boer slaat een bron met goed water en laat het vee dan los. Vroeg of laat zullen ze naar die bron toekomen.
Als we in dit beeld blijven, zul je kunnen zeggen dat de Nederlandse kerken gewend zijn aan hekwerk. Daarmee heb je heldere grenzen: iemand hoort erbij of niet. De kaartenbak, de doop of het doen van belijdenis zijn hier van belang.
Veel geloofsgemeenschappen werken bewust of onbewust nog steeds met ‘hekken’. Maar dat lijkt steeds minder te passen in onze samenleving, want die ‘ontgrenst’ steeds meer. We leven in een wat je zou kunnen noemen vloeibare samenleving. Grenzen zijn vaak onscherp. Traditionele verbanden en klassieke begrenzingen doen er minder toe.
Pioniersplekken hebben daar vaak direct mee te maken, ze zoeken immers verbinding met de (post)moderne samenleving. Gemeenschapsvorming ziet er nu anders uit dan 50 jaar geleden. Pioniersplekken lopen daar tegen op en spelen er actief op in. Ze lijken op de Australische veeboer. Niet de grenzen zijn scherp, wel het centrum, het hart.
Geloofsgemeenschappen werken met ‘hekken’, de samenleving ‘ontgrenst’ steeds meer
Ook anoniem hoor je er bij…
Nu is dit uiteraard geen volkomen nieuwe benadering. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de Rotterdamse Pauluskerk, die in de jaren ’80 van de vorige eeuw veel opzien baarde met haar vergaande diaconale presentie. Ds Hans Visser was toen een grensverleggende voorganger. Zo vond hij, dat ook een veilige gebruikersruimte deel uitmaakte van de kerk. Omdat verslaafden overal in de stad werden opgejaagd en vrijwel nergens ongestoord konden verblijven, bood de Paulus in haar souterrain een ruimte aan waar drugsgebruikers ongestoord en als ze wilden ook helemaal anoniem, hun drugs konden gebruiken.
Visser zag deze ruimte als een deel van de buitenste cirkel van de kerk als concentrische gemeenschap. In de cirkel daarbinnen zaten zaken als vormingsactiviteiten, diaconale werkgroepen en hulpverlening. Het hart van de gemeenschap – de binnenste cirkel – werd gevormd door de zondagse eredienst, het avondgebed, het pastoraat, de biecht en de voorbede. Dit hart pompte het bloed van de gemeenschap naar de twee andere cirkels.
Sommige bezoekers bleven in de buitenste cirkel, maar er waren er ook die één of meerdere stappen richting het hart van de gemeenschap durfden te zetten. Maar waar mensen ook vertoefden binnen de Pauluskerk, voor Visser hoorden ze er allemaal volop bij.
Dit hart pompte het bloed van de gemeenschap naar de twee andere cirkels
‘Mensen van goede wil’ verbinden
De toenmalige Pauluskerk is natuurlijk een heel radicaal voorbeeld van concentrisch denken en handelen, maar die kerk maakt het principe wel heel duidelijk. En zoals gezegd, deze manier van denken is heel gebruikelijk bij de zoekers naar nieuwe vormen van kerk-zijn.
De Amsterdamse pionier Tim Vreugdenhil is bijvoorbeeld zo iemand. In 2021 verscheen zijn boek Opener dan ooit. Nieuwe kansen voor kerken. In dat boek onderscheidt hij drie vormen van ‘meedoen’, die je concentrisch zou kunnen uitleggen.
In de buitenste cirkel gaat het om mensen, die iets goed willen doen en goed willen leven, vanuit welke inspiratie dan ook. De kerk kan een plek zijn om elkaar daarin te stimuleren, bijvoorbeeld door haar gebouw ter beschikking te stellen voor ontmoetingen of door (groepen) mensen met elkaar in contact te brengen. Zo helpt ze bij het bouwen van coalities tussen ‘mensen van goede wil’.
In de cirkel daarbinnen gaat het om het zoeken van zin. Hier is veel openheid voor elkaars zoektochten en antwoorden. Mensen verzamelen zich primair rond gedeelde zingevingsvragen, niet rond specifieke antwoorden. Wat dus verbindt is een gedeelde zoektocht.
De binnenste cirkel wordt gevormd door de toewijding aan Jezus Christus. Hier gaat het, zoals Vreugdenhil dat uitdrukt, om mensen die zich ‘kind van God’ weten of ‘in Christus zijn’. Deze binnenste cirkel is cruciaal, zonder deze cirkel kan de kerk domweg niet bestaan. Net als bij Hans Visser klopt In deze binnenste cirkel het hart van de gemeenschap, maar Vreugdenhil ziet dus wel heel graag ruimere vormen van verbondenheid, beschikbaarheid en deelname.
‘Ik wens jullie vrede…’
Ik noem hier ook graag een al wat ouder boek van Gerben Heitink, Kerk met karakter (2007). Heitink grijpt terug op de verschijning van de opgestane Heer in de kring van (bange) leerlingen (Johannes 20:19-23). Voor hem is deze verschijning een behulpzaam beeld voor de gemeente van nu.
Jezus komt onverwacht midden in de kring van zijn leerlingen en spreekt daar het vredeswoord: ‘Ik wens jullie vrede’. Het hart van de gemeente is Jezus Christus en zijn vredeswoord. Mensen scharen zich om hem heen, sommigen heel dichtbij, anderen meer op afstand. In Heitinks eigen woorden: ‘Zo vormen zich om Jezus heen concentrische cirkels van mensen, die worden aangetrokken door het levende midden of afgestoten naar het schemerdonker of verder de duisternis in. Daar doorheen speelt de trekkracht, die God zelf op mensen uitoefent: ‘Niemand kan tot Mij komen’, zegt Jezus, ‘tenzij de Vader, die mij gezonden heeft, hem trekke…’ (Joh. 6:44). De weg naar het midden blijft voor iedereen open.
Zo komt hij tot zijn model van concentrische gemeentevorming. De gemeenschap rond Christus is een inclusieve gemeenschap. ‘De buitenste cirkel omvat alle mensen, niemand wordt uitgesloten.’ Mensen moeten daarbij wel de vrijheid hebben een eigen plek te zoeken. Dat is voor Heitink overigens wel iets anders dan volstrekte vrijblijvendheid. Want dat is uiteindelijk de dood in de pot. Als het gaat om de eigen leden zal de kerk bijvoorbeeld blijvend mensen willen wekken uit een ‘standby-geloof’, maar dat zal ze niet doen door het dreigen met sancties (‘uitschrijven’ bijvoorbeeld). Ze zal vóór alles een uitnodigend klimaat moeten bieden om mensen te doen proeven, dat het leven in de nabijheid en het spoor van Jezus Christus kostbaar is en veelbelovend.
Het hart van de gemeente is Jezus Christus en zijn vredeswoord
Concreet concentrisch denken en handelen
Het is zinnig om dit concentrische denken nog wat concreter te maken. Ik keer daarvoor even terug naar het voorbeeld waarmee ik begon. Het was uiteraard geen onwil om mensen van buiten de kerk te betrekken bij de avond over het puberbrein. Het was vooral onwennigheid. We zijn in de kerk niet echt gewend om concentrisch te denken en te handelen. Daar ligt dan ook een eerste uitdaging.
Kunnen we de activiteiten die we aanbieden eens bekijken met een concentrische bril op? Welke bestaande activiteiten zijn bijvoorbeeld laagdrempelig en zouden ook aantrekkelijk kunnen zijn voor mensen buiten onze gemeente? En als we dergelijke activiteiten helemaal niet hebben, zouden we ze dan kunnen ontwikkelen? En zo ja, welke? Zijn er bijvoorbeeld behoeften in onze omgeving waar we op zouden kunnen inspelen?
Kunnen we onze activiteiten eens bekijken met een concentrische bril op?
Geen verborgen agenda
Een tweede uitdaging is het gesprek over de plek van een buitenste cirkel. Soms wordt deze gezien als een manier om mensen meer ‘naar binnen’ te krijgen. Het is dan het aas aan de missionaire hengel. Maar zo’n benadering trekt de zaak scheef. Het is niet integer, mensen proeven dat vaak ook. De buitenste cirkel heeft waarde in zichzelf, ook als dat voor de cirkels daarbinnen ‘niets’ oplevert. Het is onbaatzuchtige dienst aan de samenleving. Ik verwijs hier ook terug naar het vorige nummer van dit blad over de pioniersreis. Elke ‘etappe’ in de pioniersreis heeft waarde in zichzelf.
Hier ligt natuurlijk wel een spanning die binnen de kerk ook nooit helemaal is op te lossen. Een gezonde gemeente hoopt immers ook, dat meer mensen de kracht van het Evangelie gaan proeven en zich gaan toewijden aan Jezus Christus. Maar hoe kom je in dat spanningsveld dan tot een goed evenwicht tussen de vrijheid, die je wilt bieden in je aanbod en het verlangen, dat mensen gaan proeven dat een leven in het spoor van Jezus Christus kostbaar is? Er is hier geen simpel antwoord te geven, telkens is het weer maatwerk.
Een kerkelijke pionier vertelde eens, dat het bijna twee jaar duurde voordat een vaste bezoeker werkelijk geloofde, dat niemand probeerde hem ergens toe te dwingen. Heel lang bleef hij op zijn hoede. Toen hij doorkreeg dat er echt geen verborgen agenda was, ontstonden gesprekken over geloof.
We moeten niet onderschatten hoeveel wantrouwen er in onze samenleving nog is richting kerken. Er is gelukkig ook een groeiende openheid rond het christelijk geloof, maar ook dan is integriteit en onbaatzuchtigheid in elke cirkel geboden. Sommige spanningsvelden moet je als gemeente blijven koesteren en goed blijven onderhouden…
Dr. Sake Stoppels is emeritus-lector Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Hij is tevens lid van de redactie van Ouderlingenblad.
Voor wie nog iets meer wil lezen over dit thema, zie een themanummer van het tijdschrift Inspirare.