Hemelvaart, een feest van vreugde
Alternatief bij Hemelvaart van de Heer (Lucas 24,36-53 en Handelingen 1,1-12)
Met Hemelvaart vieren we dat na een periode van veertig dagen waarin Jezus lijfelijk aan zijn leerlingen verscheen, er een nieuwe tijd is aangebroken: de belofte dat de leerlingen kracht zullen ontvangen van de heilige Geest (Luc. 24,49) zal snel worden ingelost.
Een hemelvaart (van de aarde weggenomen worden zonder een lichaam achter te laten) is in de oudheid een van de unieke kenmerken van een belangrijk persoon. Daarnaast zijn ook de maagdelijke geboorte en de opstanding uit de dood zulke kenmerken. De zonnegod Horus in de Egyptische mythologie komt bijvoorbeeld voort uit Isis door een maagdelijke geboorte. In de Bijbel kennen we Lazarus uit Betanië, die door Jezus al vóór Hem en door Hem is opgewekt uit de dood. De profeet Elia is in 2 Koningen 2,11 geëerd met een hemelvaart. Opmerkelijk is dat Jezus zowel een maagdelijke geboorte kent, als een fysieke dood met een lichamelijke opstanding, én in de hemel wordt opgenomen – voor de ogen van zijn leerlingen. Alleen Jezus heeft ze alle drie.
Voor de gelovige was het echter niet gemakkelijker toen Jezus leefde en toen Hij na Pasen lijfelijk verscheen: Jezus’ lijfelijke aanwezigheid leek eerder te verhÃnderen dat Hij werd herkend en begrepen door zijn leerlingen, dan dat het hen hielp. Toch was het vanwege de opstanding belangrijk dat de verschijningen van Jezus tussen Pasen en Hemelvaart zo lijfelijk waren als het maar zijn kon. Dit is haast nog belangrijker dan het feit dat deze verschijningen met Hemelvaart geheel zijn opgehouden – tot de Wederkomst natuurlijk.
Aanvullend bewijs
Alleen als de verschijningen van Jezus gepaard gaan met ‘aanvullend bewijs’, willen de leerlingen – en wij in hun voetspoor – hun ogen geloven. Dat bewijs bestaat aanvankelijk uit het kunnen betasten van zijn lichaam, de wonden aan zijn handen en voeten te kunnen voelen, en met Hem te kunnen eten (het breken van het brood, Luc. 24,35). Maar vooral de verkondiging maakt het verschil. Pas als Jezus hun verstand (Gr.: nous, Eng.: mind) ontvankelijk maakt en de Schriften uitlegt zoals Hij dat vóór Pasen deed, geloven de leerlingen echt dat Hij het is. Met andere woorden: Jezus’ woord en zegen waren, én zijn, belangrijker dan Hem te kunnen zien en voelen. Zo is Jezus ook werkelijkheid voor ons: Hij is bij ons in Woord en liturgie. Het punt is dus dat ondanks kruis en Hemelvaart, Jezus altijd bij ons is: vóór Pasen, tussen Pasen en Hemelvaart, en na Pinksteren. Zalig wie niet zien en toch geloven.
Betekenis van Betanië
Wat is de betekenis van de locatie waar Jezus’ hemelvaart plaatsvindt? Lucas 24,50 noemt als plaats Betanië, Handelingen 1,12 volstaat met het noemen van de Olijfberg. Het komt op hetzelfde neer. Voor wie niet zo thuis zijn in de bijbelse topografie: Betanië ligt op de zuidoostelijke helling van de Olijfberg, vlak bij Jeruzalem, ten oosten van de stad, met uitzicht op Sion, de tempelberg. In Betanië is het huis van Simon de melaatse, waar een vrouw kostbare olie over Jezus heeft uitgegoten (Mat. 26,6; Marc. 14,3). Het is ook de woonplaats van Marta, Maria en hun broer Lazarus, die Jezus uit de dood had opgewekt (Joh. 12,1). Als in Jesaja 52,7 de vreugdebode over de bergen komt aangesneld om aan Sion vrede en redding te verkondigen, moeten we aan de route via Betanië denken. Daarom lijkt het ook de favoriete uitvalsbasis van Jezus en zijn leerlingen te zijn van waaruit de intocht in Jeruzalem wordt ondernomen (Marc. 11,1; Mat. 21,1; Luc. 19,29). De Messias is als de zon die vanuit het oosten opkomt en zijn licht over Jeruzalem laat stralen.
Het verhaal van de Hemelvaart wordt in het tweede boek van Lucas, Handelingen, aangevuld met de vermelding van de aanwezigheid van twee mannen in witte gewaden. Zij stellen de leerlingen een retorische vraag, waarbij ze hen aanspreken als ‘Galileeërs’. Daarmee wordt benadrukt dat zij een ander slag zijn: noorderlingen, vreemdelingen in deze omgeving vlak bij de heilige Tempelberg. Witte gewaden kunnen duiden op priesters, aan wie de kostbare, witte kledingkleur was voorbehouden, of natuurlijk aan engelen, net als bij het graf van Jezus. Boodschappers die ineens verschijnen en dan precies de juiste vraag stellen, en precies dat zeggen wat je op dat moment moet weten: waarom huil je? Wat staan jullie naar de hemel te kijken? Zoek de levende niet onder de doden. En nu: ‘Deze Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan’ (Hand. 1,11, NBV21). Een nieuw tipje wordt opgelicht van de sluier over Jezus’ belofte aan zijn leerlingen dat zij kracht zullen ontvangen (Luc. 24,49).
Vreugde in de tempel
Toch is Betanië niet de plaats waar deze belofte zal worden ingelost. Dit moet in Jeruzalem zelf gebeuren. Dáár moeten de leerlingen heengaan om samen in het bovenvertrek af te wachten. Niet omdat Jezus het koningschap van Israël spoedig zal herstellen, maar om eensgezind te bidden (Hand. 1,14). De levens van de leerlingen worden daar tussen Hemelvaart en Pinksteren als het ware even stilgezet, in afwachting van wat moet komen. Het Griekse kai èsan dia pantos en tooi hierooi (Luc. 24,53) betekent letterlijk: ‘en zij waren door alles in de tempel’. Èsan is een imperfectum (de onvoltooid verleden tijd van ‘zijn’) waardoor het als het ware nu nog zou kunnen voortduren. Versterkt door het ‘door alles’, door de tijd met al haar hoogte- en dieptepunten heen, is de periode van tien dagen, van Hemelvaart tot Pinksteren, als één dag, één ondeelbaar moment van vreugde in de tempel, dat nog steeds door mag gaan, van toen tot nu.
Deze exegese is opgesteld door Matthijs de Vries.