Menu

Premium

Herdenken

Bij Matteüs 25:1-13

De oma van Lisa is gestorven. Het was nog wel haar lievelingsoma. Als haar moeder en vader moesten werken, kwam oma Lot altijd oppassen. Samen gingen ze naar de speeltuin of naar de dierentuin. Samen gingen ze naar de winkel en kookten het eten voor als vader en moeder thuiskwamen. Oma Lot was altijd vrolijk. Maar op het laatst lag ze in een bed in het ziekenhuis. Toen kon ze niet eens meer glimlachen als Lisa op bezoek kwam. En nu is ze dood. Nu is ze begraven. Lisa vindt het een heel raar gevoel dat oma Lot er niet meer is.

Thuis op haar kamer moet ze soms huilen. In de klas moet ze ook vaak aan oma denken. Dan houdt ze op met werken en kijkt uit het raam. Juf Sandra heeft dat wel door. ‘Weet je wat,’ zegt ze op een ochtend, ‘als jullie vanmiddag allemaal een kaarsje meenemen, dan steken we die vanmiddag aan en dan gaan we denken aan iemand die we lief vonden, maar die nu dood is.’

‘Ja, voor mijn konijn!’ roept Dennis enthousiast.

‘Of voor die prins, hoe heet hij ook al weer?’ roept Sem.

‘Voor mijn oma Lot natuurlijk,’ denkt Lisa in stilte.

Die middag hebben de kinderen allemaal een kaarsje mee. Of toch niet, een paar kinderen zijn het vergeten. ‘Juf, mogen we in de winkel gauw even een kaarsje gaan kopen?’

‘Als je snel weer terug bent,’ zegt juf Sandra.

In de winkel is van alles te koop. Snoep, nieuwe cd’s en computerspelletjes. De kinderen gaan alles bekijken. Ze merken niet dat ze al heel lang weg zijn. Een verkoopster vraagt op het laatst: ‘Zoeken jullie iets speciaals?’ Ja, wat was het ook weer. O, ja, kaarsen.

‘Hier staan ze,’ zegt de verkoopster. De kinderen kopen snel een doosje waxinelichtjes en gaan terug naar school. Maar de school lijkt wel dicht. Ze bellen aan.

Niemand doet open. Ze bellen nog een keer.

Geen reactie.

Ze bonken op de deur.

Dan gaat boven een raampje open. De schoonmaker steekt zijn hoofd naar buiten. ‘Wat moeten jullie? Niemand mag er meer in, want het alarm zit al op de deur.’

De kinderen druipen af. Op de stoep voor de school ligt nog de doos met waxinelichtjes.

Wie wil jij vandaag herdenken?

Wellicht ook interessant

Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
None

Interview: “Ik wil een eerlijk gesprek over de doodswens”

Mensen die niet meer willen leven, krijgen niet zomaar euthanasie. Er zijn strenge eisen waaraan moet worden voldaan, voordat het eigen leven bewust gestopt kan worden. Maar als een euthanasieverzoek wordt afgewezen, is de wens om te sterven vaak niet verdwenen. Soms kiezen mensen dan voor ‘de autonome dood’, een zelfgeorganiseerd levenseinde. Hoe is dit voor nabestaanden? Krina Huisman deed er onderzoek naar en schreef het boek Nabestaan. Leven na de autonome dood. Redacteur Maartje Amelink ging met haar in gesprek.

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

Nieuwe boeken