Menu

Premium

Het bezoek van de ‘wijzen uit het Oosten’

Toelichting bij Matteüs 2,1-12

Waar is Jezus geboren? En wanneer eigenlijk? De lezer van nu zal misschien ‘weten’ dat het in Betlehem is, maar Mattheüs heeft dat aan het begin van zijn Evangelie nog niet verteld. Pas nu geeft hij deze informatie. De eerste zin van deze perikoop heeft zo op een prachtige manier een gebalde lading. Hier komt opeens Betlehem als plaats van handeling naar voren en er wordt iets bij verteld wat we ook nog niet wisten: Het is de tijd van koning Herodes.

Geboorte van een koning

Opeens heeft het verhaal een plaats, Betlehem, en een tijd, die van koning Herodes. Tijdsaanduidingen door verwijzingen naar iemands heerschappij waren in de antieke wereld gebruikelijk, maar ze doen meer dan alleen maar informatie geven. Tijd en plaats zijn altijd ook inhoudelijk gevuld. Met het noemen van koning Herodes is aangegeven wie er aan de macht is. Dat dat komt na de informatie over de plaats lijkt weinig opvallend, maar is het wel: Betlehem is de stad van koning David.

De relevantie hiervan blijkt uit de vraag van de hier plotseling ingevoerde ‘wijzen uit het Oosten’, vermoedelijk geleerden of priesters die aan de hand van natuurverschijnselen de staat van de wereld duiden. (Het aantal geleerden is overigens onbekend; alleen de geschenken worden geteld, zijzelf kunnen ook met twee of twintig geweest zijn). Zij vragen waar de pasgeboren koning van de Joden is. Dat past bij wat de lezer net gehoord heeft: dat Jezus in Betlehem geboren is en bij zijn naam die net iets eerder genoemd en uitgelegd is: ‘Jezus’, omdat hij degene is die het volk van zijn zonden zal verlossen. Het verhaal verschuift zo naar een politiek niveau: in het jongetje dat in de koningsstad Betlehem geboren is, is een nieuwgeboren koning te herkennen, een directe concurrent voor de machtige koning Herodes. Bedoeld is Herodes de Grote, één van de meest succesvolle heersers over Judea tijdens de Romeinse opperheerschappij. Hij sponsorde zelfs een keer de olympische spelen.

Voor een lezer is het niet eens nodig om deze informatie hebben. Matteüs maakt het ook op een andere manier duidelijk: hij laat het ‘alle’ hogepriesters en schriftgeleerden van het volk in koor zeggen: Betlehem is de stad waaruit een leidsman (Grieks: ἡγεμών) zal voortkomen die herder zal zijn over Israël. Herder zijn is, zeker in relatie tot David, een metafoor voor een koning bij uitstek: God is de eigenlijke herder (vgl. psalm 23), de koning herdert in Gods naam.

Dit is een heftige boodschap: er is een alternatieve koning geboren, in de koningsstad en zoals de Schriften het aangeven. Dat alle hogepriesters en schriftgeleerden direct in koor zo antwoorden en uit de Schriften van Israël citeren past goed bij de omvang van de consternatie in Jeruzalem. Ze citeren Micha 5,1, een tekst die vooruitblikt op het herstel van het koningschap in Israël. Net zoals het bij de identiteit van de wijzen uit het Oosten past dat een ster voor hen aanleiding was om op weg te gaan. Astrologie was binnen het Jodendom niet toegestaan, in ieder geval niet officieel. Het interessante is dat Jezus’ geboorte zo vanuit twee invalshoeken herkend en erkend wordt als een bijzondere gebeurtenis: de heidense en de Joodse. Wil Matteüs daarmee zeggen dat de hele wereld het erover eens is dat Jezus van bijzonder belang is?

De Christus

Voor het eerst sinds het eerste vers van het Evangelie van Matteüs klinkt hier ook de ‘achternaam’ van Jezus: Christus. Tot dusver is het alleen over Jezus gegaan en is die naam uitgelegd. Uit het niets schakelt Herodes om van ‘koning’ (in de vraag van de wijzen) naar ‘Christus’ (in zijn vraag aan de hogepriesters en schriftgeleerden). De hogepriesters en schriftgeleerden zeggen dat de Christus in Bethlehem geboren moet worden. Je kunt je afvragen hoe Herodes op dit idee komt. Wie vertrouwd is met de Schriften van Israël zal wellicht op het idee komen dat Herodes denkt aan dat wat Christus (dan wel het Griekse Christos) in het Hebreeuws is: Messias, wat ‘gezalfde’ betekent. Het woord ‘Messias’ heeft dankzij zijn gebruik voor Jezus een heel bijzondere betekenis gekregen – Jezus is de Messias – maar was oorspronkelijk veel breder van betekenis. Allerlei mensen werden gezalfd, hogepriesters bijvoorbeeld, maar ook koningen, eigenlijk steeds die personen die met Gods volmacht en ten behoeve van het volk Israël optraden. David was hier als Israëls meest beroemde en geroemde koning ook één van. Tegelijkertijd ontwikkelde de titel ‘gezalfde’ zich tot een aanduiding voor degenen die, als een nieuwe David, het volk zouden bevrijden en verlossen van wie en wat hen gevangen hield. Wanneer Herodes opeens over de Christus begint, sluit hij dus aan bij de traditie van Israël en geeft aan dat de nieuwgeboren koning in de stad van David een nieuwe David zou kunnen zijn, een verlosser van het volk Israël. Dat Herodes daar niet bepaald op zit te wachten en daar ook naar zal handelen, doet daar weinig aan af.

Eer bewijzen

Herodes stuurt de wijzen er met een duidelijke opdracht op uit: ze moeten nauwkeurig uitzoeken waar de nieuwe koning geboren is, zodat Herodes hem ook kan gaan huldigen. Het Grieks dat gebruikt wordt, προσκυνέω, betekent zoveel als iemand de grootst mogelijke eer bewijzen. Het kan ook ‘aanbidden’ betekenen. Dat zullen de wijzen en Herodes wel niet bedoeld hebben, maar Mattëus beschouwde Jezus als Heer van goddelijke status (vgl. Matteüs 28,18-20). Zijn lezers hoorden hier misschien bij de geboorte al iets over de eer en aanbidding die Jezus toekomt. Woorden en beelden betekenen voor een lezer soms meer dan ze voor de personages in een verhaal betekenen.

De wijzen blijven de ster volgen die hen feilloos aangeeft waar Jezus te vinden is. Hun eerbewijs houdt alles in wat je mag verwachten: ter aarde vallen, knielen en geschenken. De drie geschenken, goud, wierook en mirre, hebben in de traditie een bijzondere interpretatie gekregen: goud staat voor Jezus’ koningschap, wierook is een teken van zijn goddelijkheid (wierook wordt aan God geofferd) of van zijn priesterschap (priesters gebruikten wierook in de tempel in Jeruzalem) en mirre als teken van zijn aanstaande dood en begrafenis (mirre werd gebruikt om een lijk te balsemen). Het is een mooie maar secundaire interpretatie. Vermoedelijk gaat het er in eerste instantie om dat het kostbare geschenken zijn die alle drie niet in het land Israël zelf voorkomen, hele dure importproducten dus. Daarmee vervullen de wijzen hun rol tot in de puntjes: zijzelf komen van ver, ze volgen een ‘buitenlandse’ methode om Jezus te vinden (astrologie) en ze brengen ook nog eens exotische cadeaus mee, die net zo duur zijn als hun huldiging van Jezus eerbiedig is.

Het kan zijn dat er nog een laag in het optreden van deze buitenlandse gasten zit: het hoorde bij de eschatologische verwachting van Israël dat de niet-Joodse volkeren aan het einde der tijden, wanneer Gods heerschappij definitief gevestigd is, naar de berg Sion zullen trekken en God daar eer zullen bewijzen terwijl ze geschenken meebrengen. Deze scène komt ook in Matteüs voor, bijvoorbeeld in 8,11: ‘Ik zeg u dat velen uit oost en west zullen komen en aan tafel zullen gaan met Abraham, Isaak en Jakob in het koninkrijk der hemelen’, en gebruikt het motief van de ‘pelgrimage van de volkeren’ zoals dat in de profeten en de psalmen veelvuldig voorkomt. Het kan goed zijn dat de wijzen uit het Oosten hier een eerste aanwijzing van zijn en daarmee ook aangeven wat de betekenis van Jezus zal zijn boven de grenzen van het volk Israël uit.

Groter dan Rome

Daarbij komt een andere dimensie die opvalt wanneer je dit verhaal in de bredere context van het Romeinse rijk plaatst. De ‘koning van de Joden’, Herodes de Grote, is een tamelijk zelfstandige heerser, maar toch afhankelijk van het Romeinse rijk: hij is heerser over een vazallenstaat. Als er één heerser over de hele wereld is, is dat de Romeinse keizer. Het is dan ook een merkwaardige scène: vertegenwoordigers van de volken die aan de rand van de wereld wonen, het verre Oosten, komen juist aan een koning van de Joden eer bewijzen? Hier is meer aan de hand dan alleen een bedreiging voor Herodes (de Grote): het gaat om de ordening van de gehele, toenmaals bekende wereld. Is dan toch Israël – op het moment dat Matteüs schreef net ook militair aan Rome onderworpen! – het centrum van de wereld en niet Rome? Deze dimensie zet het verhaal op scherp. Misschien zit er zelfs nog een bijzonder politiek addertje onder het gras: het gebied waar de wijzen vandaan lijken te komen, Arabië, misschien Parthië, was een gebied dat de Romeinen maar niet onder controle kregen. Nu komen uitgerekend vertegenwoordigers van deze volkeren vrijwillig een hommage brengen aan de nieuwgeboren koning van de Joden. Is zijn uitstraling dan groter dan die van Rome? Is Gods belofte aan Abraham, aan wie zo’n groot nageslacht beloofd was, toch nog geldig? Dat belooft wat voor het vervolg van het verhaal.

Zelfs ‘buitenlanders’ zien het

De ‘inzet’ van de wijzen uit het Oosten om Jezus te ontdekken en te huldigen, kan goed nog een laag hebben, die alles te maken heeft met het latere optreden van Jezus en met de ervaringen van de gemeente waar Matteüs voor schreef. Het waren vaak mensen uit de marge van het volk Israël of zelfs van daarbuiten die inzagen wat de betekenis van Jezus was. De elite van het volk, in dit verhaal gerepresenteerd door Herodes, heeft daar duidelijk meer moeite mee.

Dit is duidelijk een van de thema’s waar Matteüs mee worstelt: enerzijds trouw willen blijven aan de gemeenschap van Israël en anderzijds recht willen doen aan de herkenning en erkenning die Jezus van buiten dit volk kreeg. Het is goed mogelijk dat het verhaal over de wijzen daarin een dubbele rol speelt: het legitimeert de opening van het volk Israël voor ‘buitenlanders’ door al heel vroeg in het verhaal juist mensen van buiten het volk Israël Jezus te laten aanbidden. Dit was al voorbereid door de buitenlandse vrouwen in de stamboom van Jezus. Voor een ‘ethnoreligie’ zoals de religie van het volk Isräel, waarbij de religieuze gemeenschap samenvalt met een bepaalde ethniciteit, vallen noties als buitenlander en ongelovige vaak samen. Kortom: wat de ervaring van Matteüs’ gemeente is, namelijk dat mensen van buiten het volk Israël erbij komen, is diep geworteld in Jezus’ afkomst en in zijn vroegste kindertijd. Dat is één kant van het verhaal.

Een andere kant is dat het voor een volk of groep als uitdaging kan gelden wanneer ‘zelfs’ buitenlanders zien waar het in de eigen traditie in de kern om gaat. Van Romeinse sprekers is bekend dat ze, als ze hun gehoor echt wilden opzwepen en uitdagen, zeiden dat zelfs barbaren beter wisten wat echte moed en eer was dan de Romeinen van hun generatie. Kortom: ze moesten zich schamen, zich bezinnen op wie ze eigenlijk waren en zich daarnaar gedragen. Anders zouden zelfs buitenlanders Romeinse deugden beter belichamen dan zij. Misschien is het verhaal over de wijzen uit het Oosten ook zo bedoeld: als zelfs ‘die astrologen’ het snappen, wie zijn wij dan om achter te blijven?

God grijpt in

Net als in de perikoop over Maria’s zwangerschap en Jezus’ naamgeving geeft een droom een beslissende wending aan het verhaal, op een manier die lijkt op wat Jozef gebeurde. Zoals Jozef van plan was het juiste te doen, waren de wijzen bezig netjes te doen wat Herodes hen opgedragen had. Zou er geen droom geweest zijn, dan zouden ze direct verslag hebben uitgebracht. De droom verhindert dat en geeft zo een beslissende wending aan het verhaal: het kind is gered. Zoals in het geval van Jozef blijkt uit de droom nog iets anders: de loop van dit bijzondere verhaal wordt niet bepaald door mensen – of specifieker: door mannen die de macht in handen lijken te hebben – maar door God de ingrijpt en bezorgd is om de toekomst van het kwetsbare kind. Eerst werd vermeden dat het met zijn moeder weggestuurd werd, nu wordt het ervoor behoed omgebracht te worden.

Dr. Peter-Ben Smit is hoogleraar contextuele bijbelinterpretatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bijzonder hoogleraar vanwege het Oud-Katholiek Seminarie aan de Universiteit Utrecht.

Hij publiceerde recent Verdiep je in… het kerstverhaal. Leren kijken met andere ogen. 13 bijbelstudies. NBG, 2019.

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Amsterdamse Cahiers: Jesaja

Als predikant heb je je vaak te buigen over fragmenten uit het complexe Bijbelboek Jesaja. De bekendste flarden keren jaarlijks terug, vaak in combinatie met het Nieuwe Testament. Tekstfragmenten die ‘iedereen’ kent, roepen vaak allerlei beelden en herinneringen wakker (‘je hebt me bij de naam geroepen/ je bent de mijne’; ‘het volk dat in duisternis ronddoolt’; ‘zwaarden, ploegscharen…’). Tegelijkertijd blijft het grootse deel van de profetie doorgaans gesloten.

None

Thema: Medische verrassingen in de Bijbel

In de Bijbel staat verrassend veel informatie over gezondheid en ziekte, vanuit het oude testament komen veel regels naar voren om ziekte en de verdere verspreiding van ziekte te voorkomen. Veel van deze regels zijn nog steeds actueel. Van oud-testamentische narcose tot het nut van de reinheidswetten. Tom Mikkers gaat in deze aflevering in gesprek met Alie Hoek-van Kooten die het boek Medische verrassingen in de Bijbel schreef. Zij gaat in het gesprek ook in op de manier waarop mensen in de Bijbelse tijden met ziekte omgingen en welke rol hun geloof daarin speelde. Een nieuwe invalshoek op bekende materie, toegankelijk en verrassend.

Nieuwe boeken