Menu

Premium

Het kruiswoord ‘Ik heb dorst’

Preekschets Johannes 19:28-30, Goede Vrijdag, Pasen

Toen Jezus wist dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan, zei hij: ‘Ik heb dorst’. Er stond daar een vat water met azijn; ze doopten er een spons in en brachten die, gestoken op een majoraantak, naar zijn mond. Nadat Jezus ervan gedronken had, zei Hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest. (Johannes 19:28-30, NBV21)

  • Bijbelgedeelte: Johannes 19:13-37
  • Preektekst: Johannes 19:28-30
  • Thema: De dorst van de Heer

Liturgisch kader

Goede Vrijdagdienst en Pasen

Goede vrijdag staat in een cyclus van vieringen van Witte Donderdag tot en met Pasen, met lezingen uit Hosea 6:1-6; Exodus 12:21-33 en Johannes 19:13-37, volgens Luthers gebruik.

Het Bijbelgedeelte van de kruisiging van de Heer is overbekend, talrijke liederen zijn erover geschreven. Op veel grafteksten staan kruiswoorden, een grote troost voor velen tot op de dag van vandaag. Elke Goede Vrijdag komt de kruisiging ter sprake; in Rooms-Katholieke kerken (en ook sommige Anglicaanse en Lutherse gemeenschappen) is er een kruisweg, die staat voor de laatste dag van de Heer en de kruisiging in het bijzonder, een ‘via Dolorosa’.

Uitleg

Kruiswoorden

Opvallend is dat er maar drie kruiswoorden zijn:

  • De zorg voor zijn moeder (via Johannes, die als haar zoon wordt aangesproken) in vers 26
  • ‘Ik heb dorst’, in vers 28
  • ‘Het is volbracht’, in vers 30

De vertaling ‘Ik heb dorst’ van het werkwoord Dipsaoo (hier vorm: dipsoo) is omstreden, omdat het werkwoord twee lagen heeft:

  • gewoon dorstig zijn
  • een sterk verlangen hebben naar. Vandaar de vertaling in oudere Bijbels: ‘Mij dorst’. Het gebeurt aan Hem’ (Analytical Lexicon of the Greek New Testament’)

Dr. J. P. Boendermaker en dr. D. Monshouer wijzen erop, dat ook deze uitspraak gezien moet worden in het licht van wie Jezus was, voluit Jood, Zoon der Wet. De laatste hoofdstukken van Johannes staan in het licht van Pasen. Volgens hen cirkelt het Evangelie naar Johannes als een ellipsachtige structuur in een cyclus van drie keer Sukkoth, Loofhutten, en drie keer Pasen, met een verwijzing naar een voorloper van het Chanukkahfeest in 8-10.

Dorst

Dorst komt al voor bij de uittocht en wordt gezien als noodzaak tot leven: Exodus 15:24, onder gehoorzaamheid eerst aan God (vers 26). Dorst en brood: Exodus 15 en 16, de oase Elim (met 12 (!) waterbronnen en 70 (!) palmbomen: de stammen en de volheid van schepping en Thora; en Sin met manna, brood uit de hemel, voor elke dag genoeg.

Dorst! Een bevriend arts vertelde me, dat dorst één van de ergste vormen van lijden is die een mens kan ervaren. Want drinken is een levensbehoefte. Kan een mens lange tijd – als het moet maanden – zonder eten, denk maar aan hongerstakers in politiek gevoelige situaties, zonder drinken kan een mens hooguit drie dagen. Drinken is nóg meer een levensbehoefte dan eten. Honger heeft de Heer dan ook niet aan dat kruis, maar het naakte, gewonde en doorboorde lichaam van Hem is aan het uitdrogen in de brandende zon. Ondanks de scheurende pijn die Hij moet hebben gehad, heeft Hij dorst.

Zo hangt de Heer tussen hemel en aarde en Hij heeft dorst. Maar de vraag kan worden gesteld, of Johannes het alleen maar over dorst heeft. Ongetwijfeld zal dat ook wel een rol gespeeld hebben, ook Mattheüs en Marcus schrijven over zure wijn die aan Jezus gereikt wordt. Maar zij gebruiken het woord ‘dorst’ nergens. Bovendien schrijven die beide evangelisten dit ná het kruiswoord ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’

Volbracht

Daarna geeft Hij bij beiden een luide schreeuw en gaf de geest. En alleen Lucas verbindt dat letterlijk met een Psalmwoord uit Psalm 31:6, ‘In Uw handen leg ik mijn leven’; hiermee sterven gelovige Joden nog steeds. Maar Johannes legt daar duidelijk het accent niet op. Als we dan ook de tekst goed bestuderen, blijkt dat Johannes vanuit een ander blikveld spreekt. Het gaat niet alleen om het dorst hebben, maar om wát is volbracht! Het drinken is de laatste krachtsinspanning om te laten zien Wie heeft gewonnen.

De kruiswoorden in Johannes kunnen niet los van Pasen worden gezien: de derde dag na Zijn overwinning.  ‘Het is volbracht’ eindigt in de voltooiing van de overwinning: de opstanding van de Heer. Kruisiging en opstanding kunnen niet uit elkaar worden gehaald, zijn in de tekst met elkaar verweven. Zie het derde kruiswoord.

Context

Als Johannes spreekt over ‘dorst’, heeft hij het duidelijk over meer dan alleen maar over de lichamelijke behoefte aan drinken. Er moet dus gekeken worden naar de context, waarin dat woord bij Johannes wordt gebruikt: dat is de context van de Joden die Pesach vieren. In de Thora gaat het om dorsten naar gerechtigheid, dorsten naar vrede, dorsten naar de messiaanse tijd dat alles nieuw zal zijn. (midrash Qoh Rabba I:9). Zie ook de Hebraïst Breukelman. Dorst en het dorsten naar gerechtigheid (vgl. ook Matteüs 5, Bergrede!) horen bij het leven naar Thora. Zo als de eerste verlosser (Mozes)  was, zo zal het ook zijn bij de tweede Verlosser. Waarschijnlijk heeft Johannes dit aangevoeld.

Munt van twee euro - Afbeelding van Michal Jarmoluk op Pixabay.
Zoals een munt twee kanten heeft, heeft het verhaal van Goede Vrijdag ook twee kanten. Het verwijst naar de kruisdood én roept op tot nieuw leven. Afbeelding van Michal Jarmoluk op Pixabay.

Eén verhaal

De kruisiging is wel het einde van het leven van deze kant, maar het leven van de ‘andere’ kant komt naar ons toe, als God Jezus opwekt uit de dood. Kruisiging en Pasen zijn één en hetzelfde verhaal: dat heeft Johannes willen benadrukken. Zó is Jezus Zoon van God, zó draagt Hij verzoenend ons leven en worden wij op dat nieuwe leven betrokken. ‘Het is volbracht’ verwijst naar de dorst die Jezus’ leven beheerste: het doen wat God zegt. En het wijst vooruit en erna naar het leven van de opgestane Heer, dat ook óns leven wordt.

Uitleggers hebben erop gewezen, dat de symbolen van verlangen naar drinken en naar leven ook al voorkomen in Johannes 3:5 ‘Niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren worden uit water en uit Geest’. Uit water en uit Geest! En hier heeft de Heer dorst en geeft de geest uit handen. Water en Geest aan het begin van een leven met God, dorst en een teruggeven van de geest aan het einde, bij het sterven van Jezus.

De traditionele verzoeningsleer geeft niet het hele plaatje! Het gaat vooral om leven vanuit de voltooiing: ‘Het is volbracht’ en daarmee ook onze opstanding. De Heer volbrengt het leven. Hij dorst ernaar om dat te tonen. Wat gedaan moest worden, wat getoond moest worden is getoond, wat geleefd moest worden is geleefd en wat geleden moest worden is geleefd. Nu kan zijn geest aan God teruggegeven worden.

Dorst heeft in het eerste testament bijna altijd te maken met dorsten naar recht, dorsten naar een tijd van heelwording en heelheid. Wanneer het waar is, dat Johannes de historische feiten symbolisch rangschikt, is het dan teveel om te veronderstellen, dat ‘dorst’ hier ook spreekt van een dorsten naar Gods plan met deze wereld? Die Samaritaanse vrouw bij de bron van Jacob (!) uit Johannes 4 verlangde naar water; Jezus wees haar op het levende water dat tot een levende fontein wordt. En ook hier weer die verbinding met de Geest: waarachtige aanbidders zullen God de Vader aanbidden in Geest en in waarheid.

Aanwijzingen voor de prediking

Het lijkt me van belang om niet alleen te kijken op Goede Vrijdag naar een stervende man aan een kruis, onschuldig, dat wel. En ook niet alleen naar de traditionele verzoeningsleer, hoe belangrijk die ook is. Wiersinga wijst er terecht op, dat het leven van Jezus en zijn sterven ook een schokeffect in ons leven teweeg moet brengen om een leven in navolging te leven. Tegenwoordig worden klokkenluiders ook nog steeds aan economische en maatschappelijke kruisen genageld. Dorsten naar de gerechtigheid, dankbaar voor wat is geschied, moedig om vanuit het ‘volbracht’ van de Heer te handelen. Want die draagt de kiem van de opstanding in zich. En dat is levend water voor een dorstige wereld. Het zou wel eens een goede zaak kunnen zijn, dat uitleggers elkaar niet bestrijden met elkaars verzoeningsleer, maar nadenken over het simpele beeld van een munt: beide kanten maken dezelfde munt zichtbaar.

Liederen

  • Prachtig is Hemelhoog 185, Taizélied ‘In manus Tua, Pater’
  • Ook lied 547, Psalm 22 natuurlijk, klassieke passiemuziek van bijvoorbeeld Bach; mogelijk een verwijzing naar de musical ‘Jesus Christ, Superstar’
  • Met Pasen kan goed Avondmaalslied 567 worden gezongen in die kerken waar op Paaszondag Heilig Avondmaal wordt gevierd.
  • Ook valt te denken aan lied 71 uit de Evangelische Liedbundel, vol van Johanneïsche symboliek.

Johan Lotterman is gepensioneerd voorganger van de Lutherse kerk Zeist en de Vrij Evangelische gemeente (VEG) Beverwijk.

Geraadpleegde literatuur

  • J.P. Boedermaker en D. Monshouer, Johannes, Zoetermeer, 1993
  • Dr. E. L. Smelik, De weg van het Woord, Nijkerk, 1956
  • dr. H. Ridderbos, Johannes, deel 2, Kampen, 1987
    De traditionele verzoeningsleer komt bij Ridderbos goed aan bod, ook taalkundig interessante zienswijzen. Maar de verwijzing naar de Joodse context, zoals die door Boendermaker en Monshouer, en in mindere mate ook door Miskotte en Smelik is beschreven, komt bij Ridderbos nauwelijks aan bod.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken