Menu

Basis

Het volk dat in duisternis wandelt

7e zondag van de Zomer (Matteüs 14:13-21)

Jezus heeft gehoord dat Johannes vermoord is. Hij ‘wijkt uit’ met een schip en wil alleen zijn. Het in het Grieks gebruikte woord anachooreoo heeft voor mij de klank van zich uit de voeten maken. De grond daaronder wordt Hem te warm. Hij voelt de hete adem van Herodes in zijn nek.

Hetzelfde woord gebruikt Matteüs wanneer Jezus hoort dat Johannes gevangengenomen is, dan ‘wijkt’ Hij ‘uit’ naar Galilea (4:12). Hij is daar nu nog (of weer) in zijn vaderstad Nazaret (13:54) en gaat daar nu dus vandaan. Hoe Hij dat met een schip doet, is topografisch niet duidelijk, want Nazaret ligt niet aan water. Wél aan het water ligt Kafarnaüm, 45 kilometer bij Nazaret vandaan. In Matteüs 4:12-17 worden Kafarnaüm, Zebulon en Naftali en het Galilea der heidenen in één adem genoemd, en wordt dat alles samengevat in ‘het volk dat in duisternis wandelt’. Dát volk zal volgens Jesaja 8:23-9,1 een groot licht zien. Voor mijn gevoel doet dit allemaal mee in Matteüs 14:13-14. Wie zijn die scharen, die uit alle hoeken en gaten naar Hem toe stromen, anders dan dat volk in duisternis? En dat grote licht dat over hen opgaat, wat is dat anders dan Jezus in zijn diepe ontferming?

Zijn hart breekt

Het Griekse splangchnizomai, ‘met ontferming bewogen worden, medelijden hebben’, is een heel krachtig woord. Het komt ook voor in Matteüs 9:36, wanneer Jezus ook daar de scharen ziet. Zijn hart breekt, zo zou je het moeten vertalen. De scharen zijn als schapen zonder herder, voortgejaagd en afgemat. Zwak, ziek en misselijk. Ook daar geneest Hij alle ziekte en alle kwaal, maar daar doet Hij nog iets meer: Hij verkondigt het evangelie van het Koninkrijk (9:35). Dat wil minstens zeggen dat Hij verkondigt dat het lot van deze scharen niet godgewild, maar godgeklaagd is, en in zijn genezend handelen voegt Hij de daad bij dit woord. Zo treedt Hij nu ook op in 14:14. Dit optreden is niet alleen verkondiging van het Koninkrijk, maar het feitelijk aanbreken daarvan. De profetie van Jesaja gaat in vervulling, dát is wat Matteüs hier vertelt. Ook het tekenverhaal dat nu volgt heeft dezelfde boodschap.

Het is laat geworden

Het is laat geworden (14:15), evenals in Matteüs 26:20. Dáár is deze tijdsaanduiding het begin van de paasmaaltijd die Jezus houdt met zijn leerlingen aan de vooravond van zijn gevangenneming; en ook hier is deze aanduiding het begin van een maaltijdviering en wel in de woestijn. Wat volgt is een hoogst symbolische vertelling, die met kleine variaties in alle vier de evangeliën te vinden is; en die bij Matteüs en Marcus bovendien een verdubbeling kent die juist in zijn afwijking hoogst interessant is en licht werpt op de zeggingskracht van de vier andere spijzigingsverhalen. Laten we om te beginnen vaststellen dat het literaire genre van de evangeliën dat van de fictie is, en dus niet non-fictie. In het literaire kleed van een historische vertelling wordt hier een bepaalde boodschap gebracht. Wat is die boodschap?

De maaltijd des Heren

Vijfduizend mensen nemen deel aan dit avondmaal, vrouwen en kinderen niet meegerekend (14:21). Die waren er dus wel, en het feit dat dit vermeld wordt, betekent dat ze wel degelijk meetelden. Maar het gaat natuurlijk om dat getal vijfduizend. Waar staat dat voor? Niets is zeker bij getallensymboliek, maar wel dat vijf het getal van Israël is. Vijfduizend betekent dan: heel (erg) Israël. Het gaat dus niet over kwantiteit. Het is onzinnig dat er vijfduizend mensen geweest zouden zijn en al even onzinnig dat de discipelen dat precies geteld zouden hebben. Het getal vijf verwijst mogelijk ook naar de vijf boeken van Mozes, de Tora. Als het in de Tora ergens over gaat, dan is dat bevrijding van onderdrukking en bevrijding van honger, armoede en gebrek. Denk aan het manna in de woestijn. En hier, in deze woestijn? In deze samenkomst van mensen die gebukt gaan onder honger, armoede en gebrek? Manna!

Vijf plus twee. Meer dan Israël is hier! Hier is een nieuw Israël. Er is sprake van een nieuw verbond, waarin ook de volkeren meedoen. Alle mensen, zonder onderscheid, worden genodigd aan deze Tafel des Heren. Niet omdat ze geloven, maar omdat ze lijden, omdat ze in duisternis wandelen, omdat ze als schapen zijn zonder herder, omdat ze behoren tot het volk dat de wet niet kent. Jezus doet niet aan identiteitspolitiek. Hij is het licht der wereld, dat opgegaan is voor álle volkeren. De profetie van Jesaja gaat in Hem in vervulling.

Een nieuw verbond

Het is laat geworden. Ja, dit is werkelijk de instelling van het avondmaal avant la lettre. Een nieuw verbond in zijn bloed? Ook dat, al is dat bloed op dit moment nog niet vergoten. Dat komt nog wel, want wat Jezus hier doet is ongehoord. ‘Terwijl de rabbijnen discussieerden over de kwestie wie men wel en wie niet tot de maaltijd moest toelaten – kan men een Samaritaan wel toelaten, terwijl men de ‘am-ha-’arets niet toelaat, waarbij dan ook weer bediscussieerd werd wie wel en wie niet tot de ‘am-ha-’arets behoorde (…)’,[1] is hier op deze eenzame plaats sprake van een open avondmaal. Niemand wordt geweerd. Niemand is onwaardig, en waar brood en vis, beeld van het leven zelf, onder dankzegging gedeeld worden, is er altijd genoeg. Vis, Ichthus, zinnebeeld ook van Jezus zelf. Twaalf manden blijven over. Twaalf is het getal van de stammen van Israël. Deze manden zijn beeld van de nieuwe roeping die het nieuwe Israël ontvangt. Beeld van een nieuw verbond, ja, inderdaad in zijn bloed, om het van God gegeven leven en het van God gegeven Woord wereldwijd te delen.

Deze exegese is opgesteld door Jaap Goorhuis.

Voetnoot

[1] . J.T. Nielsen, Het evangelie naar Matteüs, Nijkerk 1978, 49-50

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken