Bij Ruth 2,5-23 De lezer hoort aan het begin van het tweede hoofdstuk dat Boaz een iesj gibbor chajil is. Dat doet denken aan de esjet chajil (Spr. 31): een daadkrachtige, zorgende, energieke, machtige en invloedrijke vrouw. Boaz is óók een moda‘, een familielid; Ibn Ezra (Spaans-joodse geleerde, 12e eeuw) vertaalt: ‘vertrouwd familielid’, van het werkwoord jada‘ (= kennen, begrijpen, zich bekommeren). Maar tussen Noömi en hem ontstaat geen contact. Boaz is verplicht zijn familie te helpen en bij zich op te nemen en Noömi heeft het recht om bij hem om hulp te vragen. Maar er zijn kennelijk aan
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden