Menu

Premium

Hoe de bevrijding van Ruth en Noömi begint

Bij Ruth 2,5-23

De lezer hoort aan het begin van het tweede hoofdstuk dat Boaz een iesj gibbor chajil is. Dat doet denken aan de esjet chajil (Spr. 31): een daadkrachtige, zorgende, energieke, machtige en invloedrijke vrouw. Boaz is óók een moda‘, een familielid; Ibn Ezra (Spaans-joodse geleerde, 12e eeuw) vertaalt: ‘vertrouwd familielid’, van het werkwoord jada‘ (= kennen, begrijpen, zich bekommeren). Maar tussen Noömi en hem ontstaat geen contact. Boaz is verplicht zijn familie te helpen en bij zich op te nemen en Noömi heeft het recht om bij hem om hulp te vragen. Maar er zijn kennelijk aan beide kanten obstakels. Aan zijn kant omdat Noömi met een Moabitische vrouw aankomt, aan haar kant omdat zij ‘bitter en leeg’ is en niets en niemand waarneemt: niet Ruths eed – onderweg naar Israël – op hun relatie (1,16-17) en niet de noodzaak om in Betlehem in hun levensonderhoud te voorzien.

Ruth en Boaz

Het contact met Boaz komt via Ruth tot stand. Zij neemt de rol van kostwinster op zich, ondanks haar Moabitische komaf die haar aan de zelfkant van de maatschappij plaatst (Moabieten mogen niet in het volk opgenomen worden, Deut. 23,3). Als vreemdelinge mag zij tijdens de oogst op de velden aren rapen en de hoeken van de velden oogsten, die een boer moest laten staan voor de armen en vreemdelingen (Lev. 19,9; 23,22; Deut. 24,19). Aan de ene kant is Ruth daadkrachtig en energiek (Ruth 2,3.7). Zij kent de rechten die de Tora haar toekent, maar ze is wel voorzichtig en wil naar iemand toegaan ‘in wiens ogen ik gunst vind’ (2,2). Aan de andere kant komt Boaz in beweging (2,4).

‘En zie’ betekent dat er iets nieuws gaat gebeuren. Er gebeuren twee dingen: Boaz voelt zich tot Ruth aangetrokken en hij begint met het zorgen voor zijn familie. Beide dingen lopen in elkaar over. Boaz merkt tussen de andere vreemdelingen op zijn veld een mooie vrouw op en informeert direct naar haar. Vanaf dat moment wordt, in verband met Boaz, gesproken over ‘jonge mannen’ (2,5.6.9.15). Boaz wil dat zij in zijn buurt blijft, zich aan de ‘jonge vrouwen’ houdt en haar ogen op het veld richt (2,8.9).

Ruth speelt daarmee tegenover Noömi als zij thuis komt: ‘Hij zei: (…) mijn jonge mannen (…)’ (2,21). Noömi raadt Ruth echter aan met ‘zijn jonge vrouwen’ naar het veld te gaan, want onderweg zou zij door andere jonge mannen aangevallen kunnen worden. Deze raad volgt Ruth op (2,23). Noömi is blijkbaar niet bang voor Boaz’ jonge mannen.

Verbondenheid, chesèd

Ruth is buitengewoon verbaasd over het toewenden van Boaz, omdat zij zich bewust is van haar status (2,10). Naast haar aantrekkelijkheid vinden we een andere reden daarvoor in zijn antwoord. Op de velden heeft hij Ruth voor het eerst gezien, maar hij weet al wat zij voor Noömi deed: Ruth verbond zich door een eed voor haar hele leven aan Noömi. Zij doet veel meer dan haar plicht. In de joodse traditie wordt deze houding met het woord chesèd, verbondenheid, aangeduid. Judith Kates omschrijft chesèd als: ‘daden van zorg en liefde die verdergaan dan het verplichte en de kwaliteit van generositeit, een overvloedig geven, hebben’ [1]. Ruth voelt zich met Noömi zo diep verbonden, dat zij alles opgeeft wat haar vertrouwd is. Anders dan Abraham, die met zijn familie wegtrekt, anders dan Rebekka, die naar een nieuwe familie toetrekt, volgt zij een vrouw zonder familie die niets meer van het leven verwacht en verbitterd is, naar een land waar zij op haar best met de nek aangekeken zal worden (zij is zelfs minder dan een slavin, 2,13). Van deze chesèd is Boaz zo onder de indruk, dat hijzelf met chesèd reageert: hij zorgt voor overvloedig eten en beveelt nadrukkelijk dat aren voor haar uit al gebonden schoven getrokken worden; zij mag zonder lastiggevallen te worden overal lezen (2,14-16). Daarmee begint Ruth uit haar marginale bestaan te komen.

Chesèd is in de bijbel een woord waarmee tevens Gods houding tegenover de wereld aangeduid wordt. Abraham Joshua Heschel vertaalt chesèd met ‘pathos’: ‘Het is een levendige zorg en indringende oproep, een dynamische relatie tussen God en mens die duidt op handelen, op een houding’ [2]. Chesèd is zoals alle bijbelse basiswoorden een relatiewoord. Relaties zijn wederzijds. Gods chesèd in de wereld wordt door mensen zichtbaar gemaakt, zoals door Ruth, de vreemdelinge uit Moab, en staat model voor de relaties tussen mensen onderling.

‘Lossen’ en verlossen

Noömi wordt levendiger als zij ziet met hoeveel eten Ruth terugkomt en hoort van wie het is. Zij begrijpt direct dat Boaz chesèd gedaan heeft en is daar blij mee: hij is een van hun ‘lossers’. Voor haar is dit het teken dat hij bereid is om zijn verplichtingen na te komen.

Het woord go’el, losser, komt uit het familierecht. De bepalingen in Leviticus dienen ertoe verloren gegane goederen en personen van de familie terug te winnen en haar eenheid en eigendommen te herstellen (Lev. 25,25.48v). In het geval van Noömi gaat het om het verkopen van een veld (4,4).

In Exodus wordt het begrip ga’al, lossen, uitgetild boven het familierecht: God bevrijdt Israël, een heel volk, uit de slavernij. In Jesaja (43,1 e.a.) zien we de meest verreikende betekenis ervan, waar het wordt uitgebreid naar de bevrijding van de gevangenen in Babylon. Dit vormt samen met de bevrijding uit Egypte in de joodse traditie een van de beelden voor de uiteindelijke verlossing.

Ook in het boek Ruth wordt het begrip uitgetild boven het familierecht: aan het einde zeggen de vrouwen uit Bet-lechem, het brood-huis (levens-huis), dat het nieuwgeboren kind Noömi zal bevrijden tot een nieuw leven. Maar voor het zover is, moet Boaz verder in beweging gebracht worden. In deze fase ziet hij kennelijk nog steeds alleen Ruth en niet het geheel. De positie van beide vrouwen begint in dit hoofdstuk vanuit de marge naar het centrum te verschuiven.

Wellicht ook interessant

Bernd Hirscheldt
Bernd Hirscheldt
Basis

Korte Metten: Wondertjes

Een van de mooiste kanten aan het vak van predikant is dat je nooit kan bepalen met wie je in contact zal komen. Dat klinkt misschien wat vreemd. Maar het is een voorrecht om met mensen te kunnen omgaan die je niet zelf hebt uitgekozen, omdat ze precies dezelfde interesses hebben of omdat ze het roerend met je eens zijn. Of omdat je een gemeenschappelijk verleden met elkaar deelt. Dat alles geeft een gevoel van vertrouwelijkheid, maar een nieuwe ontmoeting met een onbekende, iemand die in een heel andere wereld leeft, blijkt vaak veel boeiender te zijn.

Nieuwe boeken