Menu

None

Hoe Franciscus ons leert opnieuw deel te worden van de schepping

Lezing van Kelly Keasberry die ze gaf op het symposium ‘Franciscus leeft! 1226-2026’

De berg La Verna waar Franciscus de stigmata ontving, Josep Benlliure, 2012, Wikimedia Commons.
De berg La Verna waar Franciscus de stigmata ontving, Josep Benlliure, 2012, Wikimedia Commons.

‘Doen’ is niet altijd genoeg. Soms moeten we stilstaan en ‘zijn’. Ook als het aankomt op de ecologische crisis. Kelly Keasberry bespreekt het belang van spiritueel bewustzijn om de relatie tussen mens en schepping te herstellen en grijpt daarbij terug op het charisma van Franciscus van Assisi.

Dit artikel werd als lezing uitgesproken op het symposium ‘Franciscus leeft! 1226-2026’ in Utrecht.

Duurzaamheid. In tijden van een meervoudige ecologische crisis klinkt dat als een nobel streven. Maar wat verstaan we er eigenlijk onder?

Stel je een vergadering voor bij een bedrijf dat wil verduurzamen. De agenda staat boordevol actiepunten. Eén voor één worden ze doorgenomen, afgevinkt en vertaald naar beleid. Herbruikbare bekers, zonnepanelen op het dak, minder papierverbruik. Allemaal zinvolle maatregelen. En toch… er ontbreekt iets.

Dat werd me nog duidelijker na een lezing over ecologische spiritualiteit die ik vorig jaar gaf. Een vrouw kwam naar me toe. ‘Dat klinkt allemaal mooi en inspirerend,’ zei ze, ‘maar hoe zetten we dat nu concreet om in actie?’

Een begrijpelijke vraag. Wie de ecologische crisis onder ogen ziet, wil iets doen. En terecht. We kunnen ons niet veroorloven achterover te leunen.

Maar is actie alleen wel genoeg?

Actiekoorts zonder bewustzijn

De jezuïet Paul de Blot wees in zijn werk over businessspiritualiteit op de dominantie van de ‘doetaal’. In onze westerse samenleving draait veel om doen, efficiëntie, meten en beheersen. De Blot waarschuwde: ‘Een eenzijdige concentratie op het doe-niveau is een actiekoorts zonder bewustzijn.’1

Zo’n ‘actiekoorts’ kan pijnlijke tegenstrijdigheden opleveren. Neem de VN-klimaattop COP30, vorig jaar in het Braziliaanse Belém. Terwijl wereldleiders spraken over de bescherming van de planeet, ontstond er ophef over de Avenida Liberdade, een vierbaansweg die dwars door beschermd Amazonegebied getrokken werd. De weg was al langer gepland,2 maar riep niettemin de vraag op: hoe verhoudt ons streven naar vooruitgang zich tot de bescherming van de natuur?

Het is een ongemakkelijke vraag. Want wat als we de ecologische crisis bestrijden met dezelfde manier van denken die haar mede heeft veroorzaakt?

Waarom antropocentrisme diepgeworteld is in de geschiedenis

Paus Franciscus noemt die manier van denken in zijn encycliek Laudato si’ het ‘technocratisch paradigma’: de overtuiging dat de wereld zich door ons laat beheersen, en dat technologische vooruitgang uiteindelijk voor ieder probleem een oplossing biedt.3 Daaronder ligt een dieper probleem: een schadelijke vorm van antropocentrisme, waarbij de mens zichzelf ziet als het middelpunt van de schepping. Vanuit dat oogpunt heeft de natuur geen intrinsieke waarde, maar is ze louter geschapen omwille van de mens.

Die gedachte heeft diepe wortels in de westerse geschiedenis, ook in de christelijke traditie. Denk aan Genesis 1:28, waar de mens de opdracht krijgt de schepping te onderwerpen en over haar te heersen. Die woorden zijn eeuwenlang aangehaald om menselijke heerschappij over de natuur te rechtvaardigen. Toch bevat de Bijbel ook andere, vaak onderbelichte teksten, zoals Genesis 2:15, in het tweede scheppingsverhaal: daar krijgt de mens de opdracht de aarde te bewerken en te bewaren.4

Levenshouding: wat ontbreekt is de zijnstaal

Zo raakt de ecologische crisis aan een theologische kernvraag: welke plaats kent de mens zichzelf toe binnen de schepping? Die van heerser en eigenaar, of die van een schepsel dat met al het andere leven verbonden is?

Begrijp me goed: technologie, wetenschap en doeltreffend beleid zijn onmisbaar. Maar onze innovaties weerspiegelen onze onderliggende waarden, prioriteiten en keuzes, en vergroten ons vermogen tot impact, hetzij goedschiks, hetzij kwaadschiks. Daarom moeten we een diepere vraag stellen: niet alleen wat kunnen we doen?, maar ook vanuit welke levenshouding handelen we?

Wat dan ontbreekt, is wat De Blot de ‘zijnstaal’ noemt:5 de vraag naar betekenis, naar onze innerlijke motivatie, naar wie wij zijn en hoe wij ons verhouden tot alles wat leeft. We kunnen onze uitstoot verminderen en tegelijk blijven denken dat de aarde er uitsluitend is om onze behoeften te vervullen. We kunnen de natuur beschermen en haar toch blijven zien als iets wat buiten ons staat.6

Welke plaats kent de mens zichzelf toe binnen de schepping?

De ecologische crisis: meer dan een milieuprobleem

Daarom is de ecologische crisis zoveel meer dan een milieuprobleem. Ze stelt ons een existentiële vraag: wat betekent het om mens te zijn, te midden van een schepping waarvan wij zelf deel uitmaken?

Paus Franciscus laat zien dat we niet te maken hebben met twee afzonderlijke crises, een ecologische en een sociale, maar met één sociaal-ecologische crisis.7 En bovenal: met een crisis van relaties. Met onze medemens, in het bijzonder de armsten en toekomstige generaties.8 Met de schepping, die we te vaak hebben teruggebracht tot een verzameling grondstoffen.9 En, theologisch gesproken, met God, als oorsprong en dragende grond van al wat bestaat.10

Wie de crisis bij de wortel wil aanpakken, kan daarom niet volstaan met symptoombestrijding. Er is ook een innerlijke verandering nodig. Een andere manier van kijken, denken en leven. Paus Franciscus sprak van een ‘ecologische bekering’.11 Maar hoe ziet zo’n bekering eruit?

Voor die vragen ga ik vandaag te rade bij een man die acht eeuwen geleden leefde, in een tijd dat nog niemand sprak van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies of planetaire grenzen. Toch belichaamde hij in zijn omgang met de schepping een opmerkelijk alternatief voor ons huidige streven naar bezit, macht en overheersing. Deze man noemde de zon zijn broeder, de maan zijn zuster, en verwelkomde zelfs de dood als deel van de grote gemeenschap van het leven.

Franciscus van Assisi. Niet voor niets de man naar wie de vorige paus zich in 2013 noemde. Als ik vanaf nu ‘Franciscus’ zeg, bedoel ik hem, niet de paus.

Wat kan hij ons, acht eeuwen later, leren over onze plaats in de schepping?

Kern I: Het Zonnelied en de radicale omkering

Franciscus is uitgegroeid tot patroonheilige van de dieren en sinds 1979 zelfs van de ecologie.12 Regelmatig wordt hij voorgesteld als de eerste ecotheoloog. Dat is begrijpelijk, maar het brengt een valkuil met zich mee: dat we onze eenentwintigste-eeuwse zorgen op hem projecteren. Willen we werkelijk van hem leren, dan moeten we hem eerst verstaan vanuit zijn eigen tijd, zijn eigen geloof en zijn eigen wereldbeeld.

Dat geldt zeker voor zijn beroemdste tekst, het Zonnelied. Vorig jaar vierden we het achthonderdjarig bestaan van deze prachtige hymne. Dit jaar herdenken we zijn achthonderdste sterfdag.

Het Zonnelied ontstond niet uit zorg om het klimaat. Integendeel: een van de oudste handschriften, de Codex Assisi 338, introduceert het lied als een lofzang die Franciscus schreef ter ere van God, in een tijd van ziekte en lijden.13 Het grootste deel ontstond naar verluidt rond 1225. Franciscus ging toen gebukt onder een pijnlijke oogaandoening, kon nauwelijks nog licht verdragen en verbleef onder erbarmelijke omstandigheden in een hutje nabij het klooster van San Damiano. In zijn levensbeschrijving vertelt Thomas van Celano zelfs hoe muizen hem dag en nacht kwelden.14

Anders dan je misschien zou verwachten, werd het Zonnelied dus geboren uit een realiteit van lichamelijk lijden, duisternis en kwetsbaarheid. En juist daar gebeurt iets opmerkelijks. Een man die nauwelijks nog zonlicht kan verdragen, begint de zon te bezingen. Een man die de beperkingen van zijn eigen lichaam aan den lijve ondervindt, verplaatst zijn blik van dat lichaam naar de schoonheid en goedheid van de schepping, en van sterfelijkheid naar oneindigheid.

Dat is de eerste radicale omkering. Franciscus keert zich niet af van de wereld, maar ontdekt in zijn kwetsbaarheid juist een diepere verbondenheid met alles wat bestaat.

Ook de taal is veelzeggend. Hij schrijft niet in het Latijn, de taal van de kerkelijke geleerdheid, maar in de volkstaal van Umbrië. De toegankelijke volkstaal maakt duidelijk dat het lied bedoeld is voor iedereen: een ruimhartige uitnodiging om deel te nemen aan de lofzang van de schepping.15

Een radicaal ander perspectief: drie aspecten

Wat gebeurt er als we dit lied lezen tegen de achtergrond van het mensbeeld waar ik mee begon, de mens als heerser en de natuur als zijn domein? Dan valt een radicaal ander perspectief op. Ik noem drie aspecten.

Eén: de schepping deelt in de lofprijs. Onlangs vroeg iemand mij: ‘Is al die aandacht voor ecologie in de kerk niet gewoon een terugkeer naar het heidendom, waar de schepping wordt aanbeden en niet de Schepper?’ Een begrijpelijke zorg, maar juist hier brengt het Zonnelied een nuance aan. Het is geen loflied op de natuur, maar op de Schepper. Franciscus zingt: ‘Laudato si’, mi’ Signore, per sora luna e le stelle.’ Geprezen zijt Gij, mijn Heer, door (of omwille van) zuster Maan en de sterren. Dat kleine woordje per is belangrijk. Enerzijds wordt God geprezen door zijn schepselen, anderzijds nodigt de tekst ook uit om die schepselen zelf te verstaan als deelnemers aan de lofprijs.16

Twee: verwantschap. In het huidige discours wordt vaak gesproken over de natuurlijke wereld als iets dat buiten onszelf ligt, zoals ‘de natuur’ of ‘omgeving’. Franciscus doet dat nadrukkelijk niet. Hij gebruikt een andere taal: broeder Zon, zuster Maan, broeder Wind, zuster Water, broeder Vuur en onze zuster en moeder Aarde. En let eens op hoe hij hen typeert:

  • Zuster Water is ‘zeer nuttig, nederig, kostbaar en kuis’.
  • Broeder Vuur is ‘mooi, vrolijk, stoer en sterk’.

Gevoed door het neoliberale discours zijn wij vaak geneigd dingen uit te drukken in termen van ‘nut’: wat kost het en wat levert het op? Ook Franciscus noemt het woord ‘nuttig’, maar dat is slechts één van vele eigenschappen naast bijvoorbeeld schoonheid, karakter en eigenwaarde.17 Zo worden de elementen verwanten van de mens, binnen een grotere gemeenschap van leven. Hij haalt de mens als het ware van zijn troon en zet hem terug in de kring. Dat is de tweede radicale omkering.

Drie: verzoening. Pas tegen het einde van het lied verschijnt de mens nadrukkelijk in beeld. Opnieuw niet als heerser, maar als iemand die vergeeft en vrede bewaart. Volgens de overlevering voegde Franciscus deze strofe toe naar aanleiding van een conflict tussen de bisschop en de wereldlijke bestuurder van Assisi; zijn broeders zongen het lied voor beiden, waarna verzoening tot stand kwam.18 Of elk detail historisch klopt, is minder belangrijk: lofprijs van de schepping en vrede tussen mensen gaan hand in hand.19

Lofprijs van de schepping en vrede tussen mensen gaan hand in hand

Zuster Dood: een ongemakkelijke lofzang aan de eindigheid

En dan is er de laatste strofe, die ik apart wil noemen:

‘Geprezen zijt Gij, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood, waaraan geen levend mens ontsnappen kan. Wee hen die sterven in doodzonde. Gelukkig wie zij aantreft in uw allerheiligste wil, want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.’

Zuster Dood. Misschien wel de meest ontregelende passage van het hele lied. De dood, die wij doorgaans als onze grootste vijand beschouwen, noemt Franciscus zijn zuster. Deze strofe voegde hij naar verluidt toe in zijn laatste dagen: een lofzang die overvloeit in het besef van eindigheid.20 Toch kent het lied ook een ‘tweede dood’: de dood na het Laatste Oordeel. Maar wie Gods wil doet, heeft niets te vrezen. Voor zo iemand is de dood geen definitief einde, maar een overgang naar de ultieme vereniging met Gods heerlijkheid.

Van heersen naar dienen

Daarin schuilt een uitdaging voor onze tijd. Onze technocratische cultuur is gericht op beheersing. Maar de ecologische crisis confronteert ons met een ongemakkelijke werkelijkheid: wij zijn niet almachtig. We kunnen bomen kappen en de aardbodem uitputten voor onze winst, maar niet zonder vroeg of laat de gevolgen te ervaren. De aarde is, zoals paus Franciscus het uitdrukt, ons gezamenlijk huis. Als lichamelijke, kwetsbare en eindige wezens zijn we afhankelijk van water, lucht, voedsel, bodem, andere levensvormen en talloze processen die we slechts gedeeltelijk beheersen.

Franciscus herinnert ons eraan dat die onderlinge afhankelijkheid geen tekortkoming is die we moeten overwinnen, maar een wezenlijk onderdeel van ons schepsel-zijn binnen een wonderlijk ecosysteem, dat perfect gefinetuned is om leven mogelijk te maken.

Wij zijn niet de Schepper. Wij zijn schepselen. Dat vereist nederigheid en een overgang van heersen en onderwerpen naar bewaren en dienen. In dat licht wordt heersen een dienend gezag in Gods voetsporen, en onderwerpen het zorgvuldig zorgen voor het kwetsbare dat je is toevertrouwd.

Kern II: van lied naar levenshouding

Maar hoe krijgt zo’n omkering gestalte? Franciscus liet het niet bij een lied. Zijn leven was de uitwerking ervan. Ik noem drie scènes.

  • De eerste is zijn ontmoeting met de melaatsen. In zijn Testament vertelt Franciscus hoe bitter het hem eerst leek hen te zien, tot de Heer hem naar hen toe leidde en die bitterheid veranderde in zoetheid.21 Juist in wie de samenleving buitensloot, leerde hij Christus herkennen.
  • De tweede is zijn ontmoeting met sultan al-Kamil in 1219, midden in de Vijfde Kruistocht. Franciscus had een uitgesproken christelijke boodschap, maar koos voor een persoonlijke ontmoeting over religieuze grenzen heen.22
  • De derde is zijn toewijding aan een leven in armoede. Voor Franciscus hield deze zelfverkozen armoede een radicaal afzien in van toe-eigening en overheersing, en een diepe bewogenheid met mensen die in niet-zelfverkozen armoede moesten leven.

Nederigheid als rode draad

Drie scènes, één rode draad. Die draad heet nederigheid, humilitas. Een woord verwant aan humus: aarde, dat tevens associaties oproept met het Hebreeuwse woord adamah in Genesis, de aarde waaruit de mens, adam, geformeerd is.23 Nederig zijn is erkennen waar we vandaan komen en waartoe we behoren: schepsel, afhankelijk, kwetsbaar en verbonden met al het andere leven.

En herinnert u zich nog hoe Franciscus zuster Water typeert? ‘Nederig’. Daar gebruikt hij hetzelfde woord: humile. Franciscus aanschouwt het water dat wij zo gemakkelijk als grondstof zien, als een zuster die zijn nederigheid deelt. Ze reinigt, beweegt mee, laaft, doordrenkt en geeft leven. De mens die zichzelf als schepsel verstaat, wordt zich bewust van haar kracht.

Daaruit vloeit een andere houding voort:

  • Tegenover de medemens: broederschap in plaats van superioriteit.
  • Tegenover de natuur: verwondering in plaats van instrumentalisering.
  • Tegenover onszelf: aanvaarding van kwetsbaarheid in plaats van streven naar onaantastbaarheid.

Slot: terug naar de vergadering

Laten we terugkeren naar de anekdote aan het begin; naar de vrouw die me na afloop van mijn lezing vroeg: ‘Hoe zetten we dit nu om in actie?’ Wat zou ik haar antwoorden, als ze hier vandaag voor me stond?

Allereerst dat haar vraag terecht is. De ecologische crisis vraagt om handelen: om politieke keuzes, technologische vernieuwing, maatschappelijke verantwoordelijkheid en een andere manier van leven.

Maar Franciscus zou ons, denk ik, uitnodigen om nóg verder te kijken dan de vraag wat kunnen doen. Hij zou ons ook vragen: hoe kijken we naar de wereld waarvoor we zeggen te willen zorgen?

Zien we een bos alleen als voorraad hout of opgeslagen koolstof? Of ook als een levende gemeenschap, met een waarde die verder reikt dan wat het ons oplevert? En zien we onszelf als degenen die de wereld moeten beheersen en redden? Of durven we te erkennen dat we zelf afhankelijk zijn van de wereld die we willen beschermen?

Franciscus nodigt ons uit tot die laatste houding. Onze verantwoordelijkheid verdwijnt daarmee niet, ze wordt dieper gefundeerd. Want wie zichzelf opnieuw als schepsel leert verstaan, zal anders handelen. Wie de aarde niet als bezit ziet, zal minder vanzelfsprekend toe-eigenen. Wie haar als gave ontvangt, gaat zorgvuldiger om met wat hem is toevertrouwd. En wie zijn eigen kwetsbaarheid erkent, wordt misschien ook ontvankelijker voor die van andere mensen en levensvormen.

Ecologische bekering begint bij anders leren zien

Misschien hoort er daarom bovenaan die vergaderagenda nog één punt te staan, nog vóór de herbruikbare bekers en de zonnepanelen: leren kijken. Want ecologische bekering begint niet bij nieuwe actieplannen, hoe noodzakelijk die ook zijn. Ze begint bij een andere manier van zien. Bij verwondering die onze vanzelfsprekendheden doorbreekt. Bij nederigheid die ons herinnert aan onze plaats. En bij het besef dat we niet boven de schepping staan, maar er deel van uitmaken.

Acht eeuwen geleden gaf Franciscus woorden aan dat besef. Hij bezong de zon, terwijl hij haar licht nauwelijks nog kon verdragen; de aarde, waarvan hij afhankelijk was; en uiteindelijk zelfs de dood die op hem wachtte. Franciscus klaagde niet over een onvolmaakte wereld, trok zich niet verbitterd terug of gaf God de schuld van zijn lijden. Nee, hij omarmde de wereld met al haar schaduwzijden, zoals je iemand kunt liefhebben ondanks diens onvolmaaktheid.

Franciscus was evenmin een kluizenaar die de wereld ontvluchtte. Hij trok er dwars doorheen, liet zich raken zonder haar te willen bezitten. Dat is de houding die hij ons vandaag als een spiegel voorhoudt: een houding die ons niet van de wereld vervreemdt, maar ons er juist dieper mee verbindt, en die ons uitnodigt de intrinsieke waarde van de schepping te eren. Zodat ook de generaties en levensvormen na ons kunnen delen in de goedheid van de schepping. Als schepsel tussen de schepselen.

Dát is waar duurzaamheid begint.

Laudato si’. Geprezen zijt Gij.

Kelly Keasberry

Kelly Keasberry (Antwerpen) is theoloog, journalist en extern doctoraatsonderzoeker. Aan VU Amsterdam en KU Leuven onderzoekt ze, onder begeleiding van Hans Alma en Marianne Moyaert, wat Maimonides, Franciscus van Assisi en Rūmī ons te zeggen hebben over onze omgang met de aarde. Haar onderzoek maakt deel uit van het NWO-project Existential Challenges of Planetary Health.

Keasberry schrijft voor Tertio, het Nederlands Dagblad en Theologie.nl, richtte het Nederlandstalige geloofsplatform Geworteld Geloven op en publiceerde Geworteld in Verbinding (Garant, 2024). Ze behaalde masterdiploma’s in wereldreligies en interreligieuze dialoog, journalistiek en pastorale theologie.

Wil je meer lezen over ecologie en Franciscus van Assisi?

Geworteld in verbinding. Een ecologische theologie voor de toekomst
Cover van Franciscus van Assisi

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast. 

Word lid van Theologie.nl 

Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand. 


  1. K. KEASBERRY, Geworteld in verbinding. Een ecologische theologie voor de toekomst, Antwerpen – Apeldoorn, Garant, 2024, p. 176-180, met verwijzing naar: P. DE BLOT SJ (1924-2019, in Indonesië geboren jezuïet), Business spiritualiteit. Een vernieuwingsmodel voor organisaties in een crisis, Breukelen, Nyenrode Business Universiteit, 2011, p. 34. ↩︎
  2. N. JURNA, Bomen kappen en wegen bouwen. Klimaattop vol tegenstrijdigheden in Amazone, 5 oktober 2025, nos.nl (toegang 30.10.2025). ↩︎
  3. FRANCISCUS, Laudato si’ (2015), nr. 102-114 (LS 106 en 111 voor het ‘eendimensionaal paradigma’ en het geloof dat technologie elk probleem oplost). Citaten volgens de vertaling van de Nederlandse bisschoppenconferentie. ↩︎
  4. Genesis 1:26-28; vergelijk Genesis 2:15. Hebreeuws: radah (heersen) en kabash (onderwerpen) in Gen 1:26 en 1:28; avad (bewerken, dienen) en shamar (bewaren, bewaken) in Gen 2:15. Vaak aangehaald als vrijbrief voor dominantie, zie Lynn Townsend White (1967). Zie ook: KEASBERRY, Geworteld in verbinding, 29-30 en 86-90. ↩︎
  5. DE BLOT SJ, Business spiritualiteit, p. 31. ↩︎
  6. Laudato si’, nr. 111: de ecologische cultuur kan niet tevreden zijn met een reeks deelantwoorden. ↩︎
  7. Laudato si’, nr. 139. ↩︎
  8. Laudato si’, nr. 48-49. ↩︎
  9. Laudato si’, nr. 11 en 106-109. ↩︎
  10. Laudato si’, nr. 75 en 117. ↩︎
  11. Laudato si’, nr. 217; zie ook nr. 5 voor Johannes Paulus II, die al opriep tot een ‘globale ecologische bekering’. ↩︎
  12. Paus Johannes Paulus II, Inter Sanctos, 29 november 1979, https://www.vatican.va/content/john-paul-ii/la/apost_letters/1979/documents/hf_jp-ii_apl_19791129_inter-sanctos.html (toegang 14.10.2026). ↩︎
  13. Codex 338 (blad f. 33r), bewaard in de Biblioteca Comunale van het Italiaanse Assisi. Letterlijk: ‘Incipiunt laudes creaturarum quas fecit beatus Franciscus ad laudem et honorem Dei cum esset infirmus apud sanctum Damianum.’ ↩︎
  14. 2 Cel 213, vgl. Herinn 83. ↩︎
  15. Francis of Assisi, ‘The Canticle of the Creatures’, in Francis of Assisi: Early Documents, vol. I: The Saint, ed. Regis J. Armstrong, J. A. Wayne Hellmann and William J. Short (New York: New City Press, 1999), pp. 113-14. ↩︎
  16. Zie ook: Dick Wursten, Franciscus’ zonnelied (origineel – opgefrist), https://dick.wursten.be/franciscus_zonnelied-opgefrist.htm ↩︎
  17. Minderbroeders Franciscanen, Twaalf maanden Zonnelied 1: De Umbrische tekst. Meesterwerk van de Italiaanse taal, https://www.minderbroedersfranciscanen.net/2025/01/10/het-zonnelied-twaalf-maanden-lang-1/ (toegang 14.10.2026). ↩︎
  18. Fr Patrick Colbourne OFM Cap, Francis Negotiated Peace between the Bishop and the Mayor, Secular Franciscan Order Australia, https://ofsaustralia.org.au/monthly-spiritual-message/francis-negotiated-peace-between-the-bishop-and-the-mayor/ (toegang 14.10.2026). ↩︎
  19. Laudato si’, nr. 70 en 119-120. ↩︎
  20. André Vauchez, Francis of Assisi. The Life and Afterlife of a Medieval Saint, New Haven, CT: Yale University Press, 2012, p. 140. ↩︎
  21. Testament van Franciscus, 1-3, Nederlandse vertaling (pdf) via Zusters Clarissen: http://zustersclarissen3800.be/data/documents/Testament-van-Franciscus.pdf ↩︎
  22. André Vauchez, Francis of Assisi: The Life and Afterlife of a Medieval Saint, trans. Michael F. Cusato (New Haven, CT: Yale University Press, 2012); André Jansen, Franciscus van Assisi: Mysticus van nabijheid (Antwerpen: Halewijn, 2013); Augustine Thompson, Francis of Assisi: A New Biography (Ithaca, NY: Cornell University Press, 2012). ↩︎
  23. Genesis 2:7. ↩︎

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken