Menu

None

Broeder wolf en ecologische bekering

Stijn Demaré over de ecologische crisis en franciscaanse spiritualiteit

Franciscus van Assisi en de wolf van Gubbio
Franciscus van Assisi en de wolf van Gubbio. Bron: iStock.

Franciscaanse spiritualiteit draait om meer dan de ‘idyllische, romantische harmonie’ tussen mens en dier, stelt Stijn Demaré. Ze vraagt ook nadrukkelijk aandacht voor het sociale probleem van armoede en uitsluiting. Paus Franciscus heeft dit in onze tijd vertaald naar ‘integrale ecologie’: om de scheppingscrisis te keren, moeten we de schepping volledig zien. Dat vraagt om confrontatie, bekering en broederschap.      

De klimaatopwarming wordt terecht bestempeld als een crisis, een destabiliserende noodsituatie waarvan we de effecten langzaam maar zeker beginnen te zien: bosbranden, overstromingen, hittegolven… De ecologische crisis zal ons uitdagen tot uitzonderlijke, ecologische maatregelen om de aarde leefbaar te houden. Hiervoor is ecologische daadkracht nodig, maar ook ecologische spiritualiteit. Activisme en spiritualiteit hoeven hierbij niet tegenover elkaar te staan, maar kunnen elkaar aanvullen en in evenwicht houden. Eco-spiritualiteit kan de gebroken relatie tussen mens en natuur helpen herstellen en zorgen voor een positieve motivatie om tot klimaatactie te komen. Eco-spiritualiteit moet er tegelijk ook over waken dat natuurgeweld niet leidt tot escalerend intermenselijk geweld zoals oorlogen, onmenselijke behandelingen van eco-migranten, schending van mensenrechten. Eco-spiritualiteit bepleit, zoals in Laudato Si’, steeds het lot van de arme, uitgebuite en uitgestoten slachtoffers van deze klimaatcrisis.

Vanuit Laudato Si’ willen we in dialoog gaan met de rijke spiritualiteit van Franciscus van Assisi, die in de encycliek aangeduid wordt als gids en inspiratiebron. Niet toevallig draagt de encycliek ook de titel van Franciscus’ Zonnelied waarmee de paus zijn schrijven begint:

“LAUDATO SI’, mi’ Signore” – “Geprezen zijt Gij, mijn Heer”, zong de heilige Franciscus van Assisi. In dit prachtige loflied maakt hij er ons attent op dat ons gemeenschappelijk huis als een zuster is met wie we ons leven delen, en als een goede moeder die ons met open armen ontvangt.

Het Zonnelied, een broederlijke lofzang op de schepping

Franciscus van Assisi wordt vaak vereenzelvigd met de heilige die de taal van de dieren sprak. De feestdag van de patroonheilige van de dieren valt niet toevallig ook samen met Werelddierendag. Toch is franciscaanse spiritualiteit veel rijker dan de idyllische, romantische harmonie tussen de mens en de schepping.

De veelzijdige betekenis van Franciscus’ Zonnelied zet ons op weg. Dit kosmisch loflied prijst God omwille van de schepping en bezingt de broederlijke omgang tussen mens en schepping. Opmerkelijk genoeg komen er in dit lied geen dieren voor. Zon en maan en de vier elementen hebben er echter wel hun plaats gekregen en worden allen broeders en zusters genoemd.

Dit kosmisch loflied prijst God omwille van de schepping

Het Zonnelied, als lofzang op de Allerhoogste, begint heel symbolisch met het woord “Altissimu”, en eindigt contrasterend met het woord ‘humilitate”, nederigheid. In de scheppingsdynamiek die het Zonnelied bezingt zit ook de hele menselijke realiteit vervat. Ook Zuster Dood krijgt een plaats in het lied. Daarnaast is tevens het thema van vergeving aanwezig: tijdens het leven van Franciscus waren twee hoogwaardigheidsbekleders van Assisi, de bisschop en de podestà, in een hevige strijd verwikkeld waarna Franciscus een strofe over vergeving toevoegde aan het Zonnelied. De ‘groene realiteit’ van de schepping omvat dus ook het intermenselijke aspect in al haar facetten.

Het Zonnelied alsook de encycliek Laudato Si’ zetten ons dus op weg: de zorg voor de Schepping is ingebed in een complexe, relationele realiteit waarin we voortdurend worden uitgedaagd tot in- en ommekeer. Paus Franciscus pleit voor een ‘integrale ecologie’: een nieuwe, ‘groene’ realiteit waarin de ‘universele broederschap’ het model wordt van samenleven. Om tot deze universele broederschap te komen moeten we echter eerst bereid zijn ons te confronteren met een werkelijkheid waarin het vaak aan broederlijkheid ontbreekt.

Ons gemeenschappelijk huis staat in brand

Laudato Si’ drukt de lezer met de neus op de feiten: het gaat niet goed met Zuster, Moeder Aarde. Het eerste hoofdstuk van de encycliek beschrijft immers op een wetenschappelijk accurate manier wat er allemaal misloopt met ons gezamenlijk huis. Paus Franciscus had perfect dit hoofdstuk kunnen overslaan en kort kunnen verwijzen naar de vele wetenschappelijke studies die het probleem van de milieu- én klimaatcrisis aankaarten. Toch kiest hij ervoor om deze te integreren in zijn encycliek: het is de noodzakelijke confrontatie met wat zich écht aan het afspelen is op deze wereld.

Naast de wetenschappelijke feiten is er ook veel aandacht voor een relationele kijk op het milieuprobleem en daarin overstijgt de encycliek de objectieve opsomming en analyse van de klimaatcrisis. Meteen wordt duidelijk dat de mens in deze crisis niet alleen als veroorzaker wordt aangeduid, maar vooral op zijn of haar grote verantwoordelijkheid wordt gewezen:

De bedoeling is niet om informatie te verzamelen noch om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, maar wel om ons pijnlijk bewust te worden wat er in de wereld gebeurt en om dit te durven omvormen in ons persoonlijk lijden en zo te ontdekken wat ieder van ons eraan kan doen.

Broeder Wolf of Homo homini lupus

Een oud franciscaans verhaal over de Wolf van Gubbio, zoals beschreven in De Fioretti, toont ons hoe een verstoorde relatie tussen mens en natuur kan leiden tot maatschappelijk verval. Het verhaal wordt jammer genoeg vaak beperkt tot het wonder van de ‘bekering’ van de bloeddorstige wolf door Franciscus van Assisi. Nadat Franciscus de wolf in de ogen kijkt en aanspreekt met ‘Broeder Wolf’ wordt hij, aldus het verhaal, zo mak als een lammetje. Deze broederlijke omgang met de natuur, zoals we ook al in het Zonnelied lazen, is een kernwaarde van franciscaanse spiritualiteit maar beperkt zich niet tot de relatie mens-natuur. Ook mensen moeten onderling op een broederlijke manier met elkaar omgaan en dat is het tweede, vaak onderbelichte deel van ditzelfde verhaal.

Hij trekt ongewapend en onbevreesd de wolf tegemoet

Het verhaal begint immers met een onleefbare situatie: doordat de wolf de streek rondom Gubbio teistert, leven de mensen er in grote angst, niemand durft de stad nog uit. Het is alsof er oorlog heerst… Het geweld escaleert en ook binnen de stadsmuren lijkt de situatie stilaan onhoudbaar: het samenleven raakt verziekt, de angst grijpt iedereen bij de keel. Franciscus krijgt medelijden met de inwoners van de stad: hij trekt ongewapend en onbevreesd de wolf tegemoet. De inwoners van Gubbio lijken met verstomming geslagen als Franciscus nadien terugkeert naar de stad met de wolf aan zijn zijde. Vooraleer het effectief tot verzoening komt, krijgen de inwoners van Gubbio een donderpreek van Franciscus. Ze waren er niet in geslaagd om zich als gemeenschap staande te houden doorheen de crisissituatie met de wolf, integendeel. Het geweld van buitenaf heeft ook de relaties binnenin verziekt. Homo homini lupus. Daarom roept Franciscus de inwoners van Gubbio op om zich te bekeren en alle gebroken relaties te herstellen. Met de wolf wordt nadien een pact gesloten: in ruil voor eten zou hij geen mens nog lastigvallen. Het verhaal besluit met de hechte band tussen de burgers van Gubbio en de wolf: zo zeer zelfs dat wanneer de wolf sterft zijn aanwezigheid ook echt wordt gemist.

Net zoals de stad Gubbio enorm onder druk kwam te staan omwille van de externe dreiging van de wolf, zo zullen tal van gemeenschappen binnenkort de gevolgen ervaren van klimaatverandering. Het externe geweld dreigt telkens opnieuw ook de interne gemeenschap te besmetten. Een onstabiel klimaat met extreme weeromstandigheden plaatst ons dus voor een extra uitdaging om als mensen op een broederlijke manier te blijven samenleven. Franciscus medieert in deze crisissituatie: hij kijkt het geweld in de ogen en gaat de confrontatie aan. Hij erkent ook de pijn en kwetsuren die dit geweld hebben veroorzaakt. Doorheen bekering en verzoening opent hij een nieuwe weg naar universele broederschap. Drie stappen dus: confrontatie, bekering en broederschap.

Ecologische bekering

Na de confrontatie met het geweld volgt een moeilijk herstelproces. Wie met zijn beide voeten in de eigen waarheid gaat staan en de pijn van innerlijke kwetsuren toelaat, zal met die pijn moeten leren leven. Wie de roep van onze Zuster, Moeder Aarde aanhoort, zal worden uitgedaagd, telkens opnieuw, om anders te gaan leven met respect voor de natuurlijke grenzen van onze Zuster, Moeder Aarde.

Paus Franciscus schrijft hoe ons letterlijk grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van Zuster, Moeder Aarde voortkomt uit een geweld dat huist in ons hart en dat hij zonde, de breuk in een relatie, noemt. Bekering betekent dus die relatie helen zoals Franciscus ook de relatie met de bloeddorstige wolf herstelde door hem broeder te noemen. Daar is moed en durf voor nodig.

Bekering vraagt om dat geweld in de ogen te kijken

De confrontatie met het geweld in ons eigen gekwetste hart moet ons doen beseffen hoe we het geweld op een of andere manier altijd opnieuw doorzetten en doorgeven. Wie niet aan de slag gaat met de eigen kwetsuren, zal ongewild en vaak onbewust anderen blijven kwetsen. Dit sluipend geweld maakt telkens opnieuw slachtoffers. Bekering vraagt om dat geweld in de ogen te kijken, om zich niet langer af te sluiten en terug aan te knopen bij de gebroken relaties. Zo opent zich een relationele ruimte voorbij het geweld.

Er is dus geen specifieke ecologische bekering die verschilt van een andere vorm van bekering. Paus Franciscus toont in Laudato Si’ aan dat eco-spiritualiteit integraal deel uitmaakt van een algemene christelijke spiritualiteit:

[D]e ecologische crisis [is] een oproep tot een diepgaande innerlijke bekering. Wij moeten echter ook erkennen dat sommige geëngageerde en aan het gebed toegewijde christenen onder het voorwendsel van realisme en pragmatisme vaak spotten met de bekommernissen over het milieu. Anderen zijn passief, zij besluiten niet hun gewoonten te veranderen en worden inconsequent. Ze hebben dus nood aan een ecologische bekering, die maakt dat alle gevolgen van hun ontmoeting met Jezus vruchten dragen in de relatie met de wereld die hen omringt. De roeping beleven de behoeders te zijn van Gods werk is een wezenlijk onderdeel van een deugdzaam bestaan, het is niet iets optioneels en evenmin een secundair aspect van de christelijke ervaring.

Wie zonder eco-zonde is…

De dringende oproep tot ecologische bekering mag echter geen dwang worden: bekering moet altijd een bewuste keuze blijven, hoe groot de nood ook is. Wetenschap leert ons dat er dringend actie moet worden ondernomen en dat de tijd dringt. Toch is het belangrijk dat we telkens de tijd blijven krijgen om het proces van confrontatie en bekering op eigen tempo af te leggen. Bekering is een relationeel groeiproces dat net zoals elk groeiproces in de natuur de nodige tijd vraagt, zoals filosoof Safranksi schrijft in Tijd. Hoe tijd en mens elkaar beïnvloeden. De ernst van de klimaatcrisis en het gebrek aan tijd zet ons onder druk: het mag ons niet verlammen, maar ook niet leiden tot blinde dadendrang die geen ruimte laat voor spiritualiteit.

Bekering moet altijd een bewuste keuze blijven

Ecologische bekering is nodig omwille van onze gebroken relatie en ons geweld dat we tegenover Zuster, Moeder Aarde begaan. Toch moet rekenschap gegeven worden van het feit dat mensen ook altijd eco-zondaars zullen blijven en, dus ook op het vlak van ecologie, fouten zullen blijven maken. Vanuit een relationele ecologie is een hernieuwde relatie tussen mens en natuur een zoektocht naar een delicaat, menselijk evenwicht tussen verantwoordelijkheid en onvolmaaktheid. Oplossingen voor de klimaatcrisis zullen, willens nillens, menselijke oplossingen blijven waarbij ook de menselijke kant van het verhaal in rekening zal moeten worden gebracht. Dit pleit echter de mensheid niet vrij van haar grote verantwoordelijkheid in deze crisis.

Stijn Demaré

Stijn Demaré (1983) is theoloog en filosoof. Sinds 2014 werkt hij als stafmedewerker voor TAU – franciscaanse spiritualiteit vandaag, met speciale aandacht voor het Zonnelied en eco-spiritualiteit. Stijn is redactielid van Francesco Magazine.

Bestel Franciscus van Assisi. Zijn leven en invloed bij onze partner Boekenwereld

Cover van Franciscus van Assisi, geschreven door Aldo Cazzulo

In Franciscus van Assisi. Zijn leven en invloed schetst journalist en bestsellerauteur Aldo Cazzullo een levendig portret van deze beroemde heilige die nog altijd invloed heeft in onze tijd. Franciscus van Assisi is bekend om zijn radicale eenvoud, naastenliefde en verbondenheid met de schepping. Cazzullo – die ook wel de Geert Mak van Italië wordt genoemd – laat zien dat Franciscus van Assisi zijn tijd ver vooruit was. Hij bespreekt niet alleen Franciscus’ ontmoeting met de paus en het mysterie van de stigmata, maar ook zijn rebelse jeugd en breuk met zijn vader. Met behulp van middeleeuwse bronnen en moderne studies laat Cazzullo zien hoe Franciscus geliefd was onder generaties, van Dante tot paus Franciscus.


Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast. 

Word lid van Theologie.nl 

Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand. 

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken