Verblind om meer te zien
De Heer laat zich als Héér ontmoeten. Dat is het centrale thema van de lezingen voor de eerste zondag na Pasen. Ook al lijkt het niet zo, de Heer regeert, zoals Hij altijd heeft gedaan en altijd zal doen.
Wereldwijd en eeuwenlang vinden mensen verdieping en inspiratie in de Bijbel. Wij helpen ook jou graag bij je zoektocht naar antwoorden. Maar liefst 3000 artikelen over de Bijbel staan voor je klaar!
Onze redactie Bijbel schrijft onder meer over de Bijbel en onze cultuur, de uitleg van de Bijbel (exegese), de leefwereld van de bijbel. Wij bieden materiaal uit Schrift, De Eerste Dag en meer. Gebruik de filterbalk om je resultaten verder te verfijnen.
Op ons plein Bijbel vind je onze selectie recente artikelen over de bijbel
De Heer laat zich als Héér ontmoeten. Dat is het centrale thema van de lezingen voor de eerste zondag na Pasen. Ook al lijkt het niet zo, de Heer regeert, zoals Hij altijd heeft gedaan en altijd zal doen.
Opstanding betekent ontmoeting met God, heeft Karl Barth ons geleerd (KD IV/1, 377). In het paasverhaal van Johannes 20:1-18 vinden verschillende ontmoetingen plaats. Niemand stelt daarbij de vraag: ‘Hoe kan dat nou?’, zoals rationele mensen zich in onze tijd afvragen. Opstanding raakt immers aan een goddelijk geheim. Het gaat meer om de vraag: Welke betekenis hebben deze ontmoetingen voor ons eigen leven? Laten wij ons verrassen, verdiepen we ons, durven we vertrouwen, laten we ons aanspreken, keren we ons om en horen we wat er wordt gezegd?
Alle bijbelvertalingen die ik erop nagekeken heb, spreken van de ‘intocht’ in Jeruzalem, behalve de Naardense Bijbel, die nergens tussenkopjes of opschriften heeft, en de Bijbel in Gewone Taal. De BGT heeft als opschrift: ‘Twee leerlingen gaan een ezel halen’. Dat is heel aardig, nauwelijks interpretatief, wél een bepaalde focus, maar deze is descriptief. Misschien is dit wel beter dan te spreken van ‘intocht’. Dat woord lijkt op het eerste gezicht te groot voor wat zich afspeelt. Wat voor gebeurtenis is dit nu helemaal: een ongeveer dertigjarige man die door een groep volgelingen op een ezel wordt gezet en zo Jeruzalem binnengaat. Wat nou, intocht? Dat woord wordt gebruikt bij officiële staatsbezoeken door hoge ambtenaren, vorsten en bestuurders in het Romeinse Rijk. Dit gebeuren lijkt daar in de verste verte niet op. Waarom beschrijft Lucas dit dan toch als een soort intocht? En waarom schrijft Lucas dit zó, veertig jaar na dato, na de verwoesting van stad en tempel?
‘Waarom is deze avond anders dan alle andere avonden?’ – de klassieke vraag van het jongste kind op de eerste avond van Pesach, de vraag die de opmaat vormt voor het verhaal van de uittocht, elk jaar opnieuw verteld: ‘Wij waren slaven in Egypte (…).’ De uittocht in het nú: elk jaar nieuw. In veel kerken wordt in de viering op Witte Donderdag jaar in jaar uit dezelfde perikoop gelezen, namelijk Johannes 13:1-15. Bijna zou de geregelde kerkganger de vraag kunnen stellen: ‘Waarom lezen we deze avond altijd hetzelfde als alle vorige jaren?’
Het verhaal van de uitlevering, veroordeling en kruisiging van Jezus vindt in verschillende scènes plaats. De plaatsaanduidingen vormen een kader waarbinnen de auteur van Johannes de verhouding van de betrokkenen tegenover Jezus schetst, evenals de houding van Jezus zelf.
De Paasnacht, met zijn volheid van liturgie, leent zich niet voor een overweging vol exegetische vondsten of uitgebreide analyses. De vele lezingen voeren je als vanzelf door de nacht en raken aan de grote thema’s van deze nacht: schepping, bevrijding, dood en leven, vernieuwing, verzoening, vreugde, opstanding. Zelf preek ik nooit in de Paasnacht, want wat valt er nog toe te voegen aan al die woorden die al klinken?
Jezus is moe. Iedereen wil iets van hem. Voortdurend moet hij in discussie met geloofsgenoten.
Wie heeft het voor het zeggen in de kerk? God natuurlijk. Uiteindelijk wel. Het gezag berust bij Hem. Alleen, het wordt bemiddeld door menselijke tussenpersonen. Dat kan liefelijk gaan, als getrapte watervalletjes. God stort zijn gezag liever niet over mensen uit als een Niagarawaterval. Zijn indirecte regering, met inschakeling van tussenpersonen, is een feest van participatie. Het kan helaas ook gierend misgaan. Bemiddeling kan verduistering worden. Tussenpersonen kunnen zichzelf opwerpen als de hoofdpersoon. De zeggenschap van God is dan naar de achtergrond verdrongen.
Aan de hand van één schilderij (Een monnik en een begijn, uit 1590 van Cornelis Cornelisz van Haarlem) toont de auteur dat er in verschillende tijden ook verschillend tegen seks wordt aangekeken. Bij nadere bestudering blijkt dat het werk een aanklacht is van deze protestantse kunstenaar om de mistanden in de verloederde roomse Kerk aan de kaak te stellen.