Menu

Premium

Hoogste punt

Bij Matteüs 24,31-46

Jesse en Irene staan met hun moeder op de uitkijktoren van de Vaalserberg, het hoogste punt van Nederland.

‘Stel je voor dat Nederland helemaal onder water zou lopen, dan zouden wij hier nog droog staan,’ zegt Jesse. Irene vindt dat geen leuk idee: ‘Dan zouden de buren verdrinken en de cavia’s en het huis zou wegspoelen en ons hele dorp.’

‘Ja,’ zegt Jesse, ‘maar er zou ook niemand meer ziek worden, er zouden geen ongelukken meer gebeuren, niemand zou nog verdriet hebben, want iedereen was dan al dood.’

‘Maar dan kunnen we nergens meer wonen en dan hebben we geen school. En wie moeten onze vrienden dan zijn? En wie zorgt voor eten in de winkels en waar vinden we een dokter?’ vraagt Irene.

‘Je hebt gelijk,’ zegt Jesse. ‘Misschien is het beter dat we een heel machtige president krijgen. Die zorgt ervoor dat niemand meer ziek wordt of een ongeluk krijgt en dat niemand verdriet heeft of dood gaat.’

‘Zulke presidenten bestaan niet eens,’ vindt Irene. ‘Als ze president worden, stelen ze vaak alle geld uit de schatkist en gaan ermee vandoor naar een mooi eiland met palmenstranden. Wat heb je daaraan!’

‘Oké, dat is waar,’ zegt Jesse. ‘Aan een president heb je niks. Ook niet als de aarde uit de baan vliegt, of als de zon met de maan gaat botsen, of als sterren echt vallen en precies hier op de Vaalserberg terechtkomen. Dan is alles voorbij, toch, mama?’

De moeder van Irene en Jesse moet lachen. ‘Dat gebeurt heus niet zomaar, Jesse. Daar hoef je niet bang voor te zijn. Maar ik denk wel dat er altijd weer iemand ziek wordt en dat er ongelukken zullen gebeuren of dat mensen verdrietig worden omdat iemand sterft. Daar doe je niks aan. Want alles gaat nu eenmaal voorbij.

Maar dat is vandaag niet belangrijk. Nu zijn wij met ons drieën hier op de Vaalserberg. Kijk eens wat een mooi uitzicht, die kant op! En morgen zien we wel weer. In elk geval hebben we morgen elkaar nog. Misschien doen we weer iets fijns!’

‘Aan alles komt een eind.’ Wat vind je van dat gezegde? Moet je er bang voor zijn? Moet je er rekening mee houden? Of mag je zonder zorgen genieten van fijne en mooie dingen, zoals de moeder van Jesse en Irene zegt?

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken