Menu

Premium

Ik ben de goede herder

Bij Ezechiël 34,1-10 en Johannes 10,11-16Spreken in gelijkenissen roept de lezers op om hun eigen positie te bepalen. Herkennen ze zichzelf en anderen erin? Waar (h)erkennen ze God? En hoe bepaalt dat hun woorden en gedrag? Zowel Ezechiël als Johannes gebruikt een bekend beeld, van schapen en hun herder(s), om de complexe relaties tussen het volk, hun leiders en God te omschrijven.De herder roept hierbij zowel het beeld van leiderschap als dat van zorg op, en staat symbool zowel voor diverse soorten leiders van het volk als voor God. Schapen symboliseren dan kwetsbaarheid en volgzaamheid, waarin ook zekere gradaties mogelijk

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken