“Ik ben geen religieuze alleseter, maar wel een alleszoeker”
Terugblik van een bevlogen predikant
Vijf jaar lang was Marieke den Hartog dominee van de protestantse kerk in Boechout. Eerder werkte ze als beleidsmedewerker Kerk en Israël bij de Protestantse Kerk in Nederland. Na een bevlogen loopbaan gaat ze met emeritaat – maar stilzitten is er niet bij. Ze blijft zich inzetten voor thema’s die haar nauw aan het hart liggen: rabbijnse literatuur, ecospiritualiteit en geweldloosheid. Een gesprek met een inspirerende vrouw over wat haar drijft.
Marieke den Hartog groeide op aan de Schiedamseweg in Vlaardingen, in een hervormd gezin. De dominee in de plaatselijke kerk wist haar niet te raken, en ook de zondagsschool boeide haar niet echt. Dat veranderde toen ze Hebreeuwse lessen ging volgen bij de gereformeerde dominee Lever. Dat bleek een keerpunt. Door de Bijbel in de grondtaal te lezen, werd het ineens een heel ander boek: “Ik wist meteen: hier wil ik mee verder.”
Gegrepen door de Hebreeuwse taal
De Hebreeuwse lessen bij dominee Lever waren niet vanzelfsprekend voor haar ouders. “Hij was gereformeerd, wij hervormd – en ja, dat was toch anders, hè,” lacht Den Hartog. “Maar uiteindelijk gingen ze akkoord. Mijn vader was jurist; we voerden thuis altijd levendige discussies over allerlei onderwerpen. Opleiding was belangrijk, en mijn ouders hebben me altijd alle kansen gegeven.”
Toch kon Den Hartog toen nog niet vermoeden dat ze ooit predikant zou worden. Gegrepen door het Hebreeuws besloot ze theologie te gaan studeren in Utrecht. “Ik heb iets met mensen, met geschiedenis, met taal en met spiritualiteit – dat kwam allemaal samen in de theologiestudie. Ik dacht: ik ga het proberen en dan kijk ik wel waar ik uitkom.”
De kracht van het oecumenische gedachtegoed
Tijdens haar studietijd in Utrecht bevonden de protestantse faculteit en de katholieke theologische hogeschool zich onder één dak. Zo kwam Den Hartog in aanraking met de katholieke traditie. Ze raakte geïnspireerd door de spiritualiteit van Franciscus en Benedictus. “Met name de contemplatieve kant van hun leer vind ik erg inspirerend. Dat is toch minder aanwezig in het protestantisme. Protestanten zijn erg verbaal.”
Ook het jodendom speelde een vormende rol, met dank aan rabbijn Yuda Askenasi, haar leraar in Utrecht. “Hij zag het jodendom als een levende, totaal niet-dogmatische traditie. Hij bracht het sterk verhalend, met aandacht voor alle aspecten van het mens-zijn. Enorm boeiend.”
Zo werd ze in die jaren gevormd door het jodendom, het katholicisme en diverse protestantse stromingen. “Door wat ik zag en leerde, werd ik me al snel bewust van de waarde van het oecumenische gedachtegoed. Dat kenmerkt me tot op vandaag. Ik ben geen religieuze alleseter, maar wel een religieuze alleszoeker.”
Protestanten in België: kleine groep met boeiende geschiedenis
In 2020 verruilde Den Hartog Nederland voor het Belgische Boechout, in de provincie Antwerpen. “Wat ik leuk vind aan het werk in België, is dat het protestantisme hier echt een kleine groep is, maar met een ongelooflijk interessante geschiedenis,” getuigt ze. “Belgische protestanten hebben een enorme potentie voor de samenleving. Ze zijn actief op allerlei gebieden, maar ze zijn vrijwel onzichtbaar.”
Belgische protestanten hebben een enorme potentie voor de samenleving, maar ze zijn vrijwel onzichtbaar
Het gebrek aan zelfbewustzijn verbaast haar. “We hebben zoveel te bieden, waarom treden we niet naar buiten? We komen er niet gemakkelijk voor uit dat we christen zijn.” Met een glimlach en gespreide armen: “Dan denk ik: mensen, durven we écht niet te zeggen dat we aan een kerk verbonden zijn?”

Wat haar ook opvalt, is de diversiteit. “De Belgische protestantse kerk is een behoorlijk multiculturele gemeenschap. Echt allerlei nationaliteiten en culturen komen er samen. Dat er van zoveel kanten religieuze bagage wordt ingebracht, maakt het tot een interessant gebeuren.”
Pleidooi voor vrouwen in het ambt
“In sommige culturen is het nog steeds niet vanzelfsprekend dat vrouwen voorgaan,” weet Den Hartog. “En ook binnen onze ‘eigen’ protestantse kringen kan een vrouw in het ambt soms nog op weerstand stuiten.”
Heeft ze dat zelf ook weleens ervaren? “Een enkele conservatieve collega reageerde ooit afwijzend, maar of dat met mijn vrouw-zijn te maken had? Daar ben ik niet zeker van. Het omgekeerde is ook waar: ik denk dat een vrouw in het ambt soms juist gemakkelijker dichter bij mensen kan komen dan een man.” Ze ziet zichzelf als feministe: “Ik ben enorm trots op alle vrouwen die in de theologie gepromoveerd zijn. Tegelijk moet ik helaas zeggen: vrouwen zijn onder elkaar niet noodzakelijkerwijs solidair.”
Vrouwen in het ambt: het is een terugkerend thema, ook bij schoolbezoeken aan de kerk. “We ontvangen regelmatig klassen uit het lager en middelbaar onderwijs. Ze komen dan met de klas naar de kerk op een doordeweekse dag om met de dominee in gesprek te gaan. Als die kinderen dan vragen wat het verschil is tussen mij en een priester, dan leg ik uit dat wij mogen trouwen, dat ik kinderen heb – en dat ik vind dat de katholieke kerk veel pastoraal talent laat liggen door geen vrouwen te wijden. Tegelijk zie je dat hele katholieke parochies draaiende gehouden worden door vrouwelijke vrijwilligers. Dat vind ik echt een gemiste kans.”
Jonge mensen staan open voor geloofszaken en zijn nieuwsgierig
Ze kijkt met plezier terug op de gesprekken met jongeren. “Het waren vrijwel altijd leuke gesprekken en ze stelden goede vragen. Jonge mensen staan best open voor geloof en kerk, en ze zijn nieuwsgierig.”
Geroepen om op weg te gaan
Gevraagd wat ‘God’ voor haar betekent, aarzelt Den Hartog even, op zoek naar de juiste woorden. “Dat is niet een vraag die me dagelijks gesteld wordt. Het doet me denken aan de tijd dat ik de opleiding tot geestelijk begeleider ging doen. Toen herinnerde ik me plotseling dat ik ooit in mijn leven een spirituele ervaring had gehad. Ik weet nog precies waar ik stond en waar ik naar keek. Tijdens die ervaring hoorde ik ineens een stem die zei: ‘Ga maar, Ik ga met je mee.’”
“Het was maar een kort moment – maar het betekende heel veel. Ik wist: ik ben geroepen. Om op weg te gaan. Om op te staan. Om te leven.”
Ik hoorde ineens een stem die zei: ‘Ga maar, Ik ga met je mee’
“Voor mij is God die stem. Een stem waarvan je weet dat je die op allerlei momenten en via allerlei wegen kunt horen, en mag volgen.” Maar het is ook een zoektocht, vult ze aan. “Een die begint bij stilte. Je moet jezelf op bepaalde momenten echt stil kunnen zetten – in jezelf, en om jezelf heen. Bereid zijn om de stilte op te zoeken en te kijken wat daarin gebeurt. De zoektocht naar God is een ontwikkelingsweg die een leven lang meegaat.”

De Bergrede als de kern van het geloof
Hoe ga je met elkaar om? Hoe kunnen we geweldloos zijn? Die vragen vormen voor Den Hartog dé les van het geloof. “Je kunt op elk moment in je leven opnieuw vragen stellen, en die meenemen de stilte in – om er dan mee aan de slag te gaan.”
In Bijbelse zin is de kern van het geloof voor haar de Bergrede. “Daar staan prachtige paradoxen in, die de moeite waard zijn om naar te leven. Ik heb altijd moeite gehad met het woord ‘waarheid’ – wat is waarheid eigenlijk? Maar soms voel je wel aan: hé, hier zit iets in dat klopt, hier zit heel veel in.”
In Israël ontdekte ik hoe wezenlijk gemeenschap is. Je hoeft het niet alleen te doen: de kerk kan daarin een oefenplaats zijn
“Hoop houden, geloven dat het ergens naartoe gaat, het Eden in jezelf zoeken – al die dingen zijn zo belangrijk. En je kunt dat niet alleen. Als het goed is, ga je samen op weg. Dat heb ik in Israël pas echt ontdekt: hoe wezenlijk gemeenschap is. Je hoeft het niet alleen te doen. De kerk kan daarin een goede oefenplaats zijn.”
Nieuwe vormen van geloof: een kerk zonder dak
Tegelijk ziet ze ook hoe klein de kerk aan het worden is. “Misschien is het tijd om na te denken over nieuwe vormen van geloof belijden, zoals ‘een kerk zonder dak’”, suggereert Den Hartog. “Een gemeenschap die niet langer achter gesloten deuren blijft zitten, maar naar buiten treedt. Een flexibele, vloeibare kerk.”
Misschien eindigen we op een dag zelfs als kleine groepjes rond de keukentafel, stelt ze. “Zo is het ooit ook begonnen: met een ‘huisje naast de synagoge’. Ik ben daar niet zo bang voor. Want al die dingen – vieren, leren, bidden – zijn in principe niet gebonden aan een plek. Samenkomen hoeft niet per se in een kerk te gebeuren.”
Wat haar wel zorgen baart, is het individualisme. “Het individualisme is ook in de kerk enorm doorgeschoten. Je ziet wel een sterke gemeenschapsvorming, maar die is vooral sociaal van aard. Mensen geven zich niet zo snel meer op voor Bijbelstudie of andere inhoudelijke activiteiten, zoals het delen van geloof. En dat terwijl ik het zó belangrijk vind om samen rond teksten een leergesprek te hebben. Er komt veel meer naar boven als je samen een tekst leest dan wanneer je er in je eentje op studeert.”
Het individualisme is enorm doorgeschoten, ook in de kerk
“Misschien krijg je mensen makkelijker in beweging als je het organiseert als een gebedskring,” denkt Marieke hardop. “Bidden voor bepaalde zaken, met een gesprekje eromheen. Stel elkaar de vraag: ‘Waar willen we voor bidden? Wat vinden we belangrijk? En waarom?’”
Vrijmoedig bidden tijdens het huisbezoek
Toch, als ze op huisbezoek gaat, valt het haar op dat mensen dan tijdens het gebed wel de openheid voelen om hun vragen, hoop en geloof op tafel te leggen en te delen. “Onder vier ogen. Dat zijn vaak hele mooie ontmoetingen.”
Op het moment dat je iemand vraagt: “Wat zou je willen voorleggen in gebed?”, krijgt het gesprek ineens een enorme diepgang, getuigt Den Hartog. “Want dan is God als het ware zelf aanwezig. Dan kun je je niet meer verstoppen. Dan wordt jou de vraag gesteld: ‘Wat wil je nu écht?’ Dan krijgt het gesprek diepgang, en dat geldt ook voor het gebed daarna.”
Ze herinnert zich een leeskring die ze ooit begeleidde. “We lazen en bespraken boeken, en daar was wél die openheid en betrokkenheid. Dat werkte toen als ingang. Mensen betrekken bij geloof blijft een zoektocht – telkens opnieuw zoeken naar de juiste vorm.”

Geweld in Israël: niet in Gods naam
Als judaïcus en voormalig beleidsmedewerker Kerk & Israël bij de PKN is Den Hartog vertrouwd met de situatie in Israël en Gaza. Hoe kijkt ze daarnaar?
“De demonisering van de Palestijnen door opeenvolgende regeringen van Netanyahu en hun geestverwanten is al decennialang aan de gang. Er zijn Israëli’s die geen vrede willen en geen compromis aanvaarden. In de loop der jaren heb ik gezien hoe dat gedachtengoed zich langzaam verspreidde en steeds breder gedragen werd.”
Een tijdlang was ze elk jaar in Israël, en had ze contact met mensen aan beide kanten, vertelt Den Hartog. “Ik ben ook in Gaza geweest. En ook daar zijn groeperingen die op hun beurt blijven volhouden dat er geen plaats is voor de staat Israël. Er zijn in het verleden zeker initiatieven geweest om samen te werken. En ik geloof echt dat er met goede wil veel mogelijk is. Maar telkens weer overwint het geweld. Dat maakt me zo verdrietig… ik kan er letterlijk van wakker liggen.”
Toch ziet ze ook positieve initiatieven. “Er zijn ook individuele Israëlische stemmen die zich uitspreken: ‘Niet in mijn naam!’ En die stemmen beginnen zich weer te bundelen. Hopelijk kunnen daaruit nieuwe, positieve bewegingen ontstaan.”
Ze wijst op de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem, die openlijk oproept om het geweld en de genocide te stoppen. “Helaas krijgt die stem nauwelijks gehoor. De naam B’Tselem betekent: ‘In het beeld van God schiep Hij hen’ – een verwijzing naar Genesis 1:26-28, waar staat dat ieder mens is geschapen naar Gods gelijkenis.”
“Die woorden herinneren ons eraan dat alle mensenlevens ertoe doen voor God. Juist daarom is het voor mij onbegrijpelijk dat deze oorlog onverminderd doorgaat. De Israëlische autoriteiten moeten bevraagd worden: met welk recht meen je het leven van andere mensen te mogen nemen?”

Juist in tijden waarin het Israël-Palestinavraagstuk uiterst gevoelig liggen, pleit Den Hartog voor nuance. “Het is geen voetbalwedstrijd waarbij je fan van één van de teams kunt zijn. Vrede en gerechtigheid moeten er komen voor beide volken. En ik voel me ten diepste met allebei verbonden.”
Netanyahu trekt de religieuze kaart, maar dat lijkt meer psychologie dan godsdienst
“Ik deel met Israël de taal van de Hebreeuwse Bijbel – maar niet het gedachtengoed van hun regering. Netanyahu trekt de religieuze kaart, maar wat mij betreft is dat meer psychologie dan godsdienst.” Ook in dit conflict kunnen christenen hun stem laten horen’, meent de predikante. “We moeten naar buiten treden als christenen. De synodale raad van de Verenigde Protestantse Kerk van België heeft bijvoorbeeld een brief uitgebracht (verschenen op 22 juli 2025) waarin zij de oorlog veroordeelt en een duidelijk standpunt inneemt. Die brief kan bijvoorbeeld gedeeld worden.”
Lezen, leven en loslaten
Nog twee vragen als afsluiter. Ten eerste: welk boek zou ze aanraden als het gaat over geloofsbeleving?
“Als je de Bijbel bedoelt, dan kies ik voor de Bergrede”, zegt Den Hartog. “Maar als je een ander boek bedoelt: ik las onlangs Etty Hillesum: Het verhaal van haar leven van Judith Koelemeijer. Dat boeide me erg, ik denk omdat ik ten diepste met geweldloosheid bezig ben. Dat wordt waarschijnlijk mijn thema voor de nabije toekomst.”
Met dat thema voor ogen laat ze zich voeden door de kwesties van de dag, geeft ze aan. “We leven in een wereld die steeds gewelddadiger wordt. Kijk alleen al naar de taal die sommige wereldleiders in de mond nemen. En we weten: gewelddadige taal is de voorloper van gewelddadig handelen Lezen en leren over gebeurtenissen in het verleden en hoe mensen daarmee omgingen, blijft zeer belangrijk. Zeker ook voor ons geloofsleven.”
Laatste vraag: wat gaat ze doen nu ze het predikantschap neerlegt? “Eerst een sabbatical”, zegt ze beslist. “Tijd om even goed uit te rusten. En daarna ga ik een aantal projecten opnemen.”
Zo werd ze gevraagd om deel te nemen aan de Lucas-Handelingen Werkplaats, opgezet door een goede vriend. “Dan denk ik: oké, ik mag weer met de bijbelwetenschappen aan de slag. Ik heb daar wel zin in, vooral omdat ik veel weet van de rabbijnse literatuur – een nogal anarchistisch gezelschap, vol stemmen die elkaar tegenspreken en elkaar dan toch weer vinden. Heerlijk vind ik dat.”
“Verder ga ik aan de slag binnen de werkgroep Kids – Kerk in de Samenleving – en Ecokerk van het bisdom Antwerpen. Het ecoproject blijf ik ook een warm hart toedragen.”
Ze glimlacht: “Genoeg te doen!”
Martine Meijers werkt als beleidsondersteunend medewerker in de onderwijssector. Daarnaast is ze scriba van de Christusgemeente Antwerpen-Oost en redacteur van De Band, het driemaandelijks kerkblad voor protestantse gemeentes in de regio Antwerpen.