Inleiding themanummer ‘veelkleurig vieren’
Drs. R.F. de Wit is als predikant verbonden aan de Hervormde Gemeente te Ermelo. Hij is lid van de redactie van Ouderlingenblad
Vanaf het allereerste begin van de kerk komen gelovigen samen. In hun samenkomsten lezen ze de Schriften, wordt er gezongen en gebeden en zamelen ze geld in voor wie in nood is. Ontmoeting is daarbij een kernwoord; ontmoeting met de levende Heer, en ontmoeting met elkaar.
De vorm waarin dit gebeurt verschilt. Dat wekt geen verbazing. Immers, een Pinksterkerk in Latijns Amerika is anders en legt daarom andere accenten dan een gemeente in de binnenlanden van China. Dat geldt niet alleen voor de wereldkerk, maar ook voor de Protestantse Kerk in Nederland. Ook door de tijd heen zien we veranderingen. Accenten verschuiven, eeuwenoude gebruiken worden herontdekt, andere verdwijnen naar de achtergrond. De wisselwerking met de cultuur spreekt daarbij ook een woordje mee.
Veranderingen
Het vieren is veelkleurig. Want mensen zijn veelkleurig en hetzelfde geldt voor gemeenten. Tegelijk zijn er allerlei maatschappelijke ontwikkelingen die maken dat oude vormen naar de achtergrond verdwijnen en verschillende nieuwe initiatieven ont-staan. De klassieke eredienst, zoals ik deze in mijn jeugd meemaakte, is er nog altijd, en heeft zeker zijn waarde. Maar het is niet meer de enige vorm: daarnaast zijn ook andere diensten ontstaan. Naast diensten speciaal gericht op de jeugd ontstonden er ook vieringen waarbij de kinderen de doelgroep vormen. Kerken zoeken naar nieuwe manieren om impulsen aan de eredienst te geven en om aan te sluiten bij wat er speelt in de samenleving. Er wordt volop geëxperimenteerd. Zo zijn er nieuwe vormen ontstaan. Vieren is veelkleurig geworden.
Aansluiting zoeken
De veranderingen hebben verschillende oorzaken. De plaats van de kerk in de samenleving is veranderd. Het aantal mensen dat regelmatig een kerkdienst bijwoont is de laatste jaren gedaald. De aansluiting met de volgende generaties verloopt niet op dezelfde manier als voorheen. De ontzuiling speelt daarbij ook een belangrijke rol, evenals de verschuiving van woord naar beeld. Allerlei maatschappelijke thema’s komen nadrukkelijker aan de orde dan voorheen. Ook het willen bereiken van verschillende doelgroepen maakt dat er verschillende vormen gebruikt worden. Hoe presenteert de kerk zich in de samenleving? Op welke manier wil je de boodschap van het evangelie uitdragen? Hoe zoek je daarbij aansluiting bij wat er in de maatschappij speelt? Daarnaast zijn nieuwe vormen vaak ook interactief. Niet alleen zijn meerdere personen betrokken bij de voorbereiding, ook bij de uitvoering krijgt de inbreng van gemeenteleden een plek.
Opzet
In dit themanummer presenteren we in totaal acht verschillende diensten. Aan de auteurs zijn de volgende vragen voorgelegd. Allereerst de vraag om een beschrijving van wat er in de viering gebeurt. Vervolgens: wie zijn erbij betrokken? Aan wie denkt u als doelgroep? Waarom is voor deze vorm gekozen? Ook is gevraagd naar feedback: wat zijn de reacties op de vieringen?
We hebben geprobeerd om daarbij iets van de verscheidenheid die er is weer te geven. Zo zijn er verschillende doelgroepen, leeftijden en thema’s. Sommige bewegen zich bij het bekende en vertrouwde, andere zijn meer vernieuwend.
Er zijn diensten die een bepaalde leeftijdscategorie als doelgroep hebben (de kinderleerdienst, peuterkleuterdienst). Andere spelen in een bepaalde tijd van het jaar (Top 2000-dienst, Trekkersdienst). Wat opvalt is dat muziek bij de meeste een belangrijke rol speelt. Uiteraard is deze lijst niet compleet. Naast deze acht zouden er nog veel meer mogelijkheden genoemd kunnen worden, zoals de Preek van de Leek, een twitterdienst, Zinnige Zondag, Kliederkerk, Snoezelviering, Vespers, Zomerzangdiensten, openluchtdienst, Kerk-op-schoot, Roze vieringen, Gastendienst, Praisedienst, musical etc.
Doel
Met dit nummer willen we drie dingen bereiken. Allereerst gaat het om informeren. Welke vormen van vieren zijn er zoal? Ongetwijfeld is niet alles nieuw. Maar wellicht dat er initiatieven zijn die wel nieuw zijn en waar u enthousiast van wordt, of waarbij u nieuwe ideeën opdoet. Dat is het tweede doel: inspireren.
Hopelijk doet u bij het lezen inspiratie op, en denkt u: daar zouden wij ook iets mee kunnen doen -zonder het rechtstreeks te kopiëren. Elke gemeente is weer anders. Wat in de ene gemeente goed werkt, kan in een andere gemeente heel anders landen. Toch kunnen we van elkaar leren. We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. Tot slot hopen we u met dit themanummer te enthousiasmeren om zelf creatief aan de slag te gaan. Uiteraard gaat het niet om de toeters en de bellen, of om elke keer weer met iets nieuws op de proppen te komen, het ene nog spectaculairder dan het andere. Maar opdat het verhaal van God, die met mensen op weg gaat, blijft klinken -op welke manier dan ook. Want dat is het waard. Om dat verhaal te blijven doorgeven mogen we heel wat uit de kast halen.