Menu

Basis

Interview met Diana Rozendaal

‘Hier hoor ik’

Kloostertuin in Kroatië
(Beeld: iStock)

God spreekt door de Bijbel, de natuur, mensen, maar niet minder door stilte. Diana Rozendaal, één van de nieuwelingen in abdij Koningsoord, liet een compleet leven in Rotterdam achter. Een ander leven wachtte haar: een leven dat zich grotendeels voltrekt in stilte.

Op de bochtige toegangsweg naar de abdij raakt het me: de bossen, de heuvels, en dan de glooiende Koningsakker. ‘De stilte is hier bijna tastbaar,’ zeggen de zusters, en dat klopt. Na het bijwonen van de noon, de viering om 14:15, neemt Diana me mee naar één van de spreekkamers. Er is thee, er zijn koekjes, en er is een gesprek van hart tot hart.

Dat lijkt me een enorm verschil, van Rotterdam naar hier.

‘Ja, dat klopt. Ik woonde aan de Maas, met uitzicht op de skyline. Mijn werk en alles wat ik deed, de kerk, vrijwilligerswerk: het gaf me voldoening. Mijn leven was compleet, eigenlijk was ik nergens naar op zoek. Toch was er al heel lang een onbestemd gevoel van verlangen in mij. Als vijfjarig meisje kwam ik voor het eerst in een klooster om piano te spelen. De kloosterbibliotheek, de sfeer: iets in mij werd geraakt, al kon ik toen nog niet benoemen wat dat precies was. Enkele jaren geleden woonde ik een kloosterweekend bij, hier op de abdij. Daarna heb ik de abdij nog zo’n twintig keer bezocht. Er groeide een onverwoestbaar innerlijk weten: ‘Hier hoor ik, hier moet ik zijn.’’

Dat innerlijk weten, was dat God die sprak tot jou?

‘Weet je, een aantal jaar geleden liep ik voor het eerst een pelgrimsroute naar Santiago. Als pelgrim vertrouw je op de weg, op de ontmoetingen, op wat er onderweg gebeurt. Wanneer je loslaat, raak je ontvankelijk voor wat er op je afkomt. Ik leerde afgestemd leven en kwam daardoor dichter bij mezelf. Het was niet dat ik op zoek was, maar meer dat ik gezocht werd en gevonden ben. Op de camino schreef ik in mijn dagboek: ‘Ik wil iets met muziek, stilte, soberheid, God, betekenis, vrouwen, lange zwarte Emily Dickinson-jurken, bloemen en kunst in mijn leven.’ Toen ik dat later teruglas, dacht ik: ‘In feite staat er gewoon, Diana, ga het klooster in!’ Kan het nog duidelijker?’

Hoe ging het verder?

‘Vanaf de eerste keer dat ik hier te gast was, volgden twee jaren van onderscheiding, waarin je onderzoekt of dit werkelijk jouw weg is. Ik heb in die tijd ook twee keer een maand meegeleefd met de zusters. Een van hen zei toen op enig moment: ‘Het is alsof je hier altijd al bent’. Zo voelt het ook. Zonder twijfel. Niet alleen in de zomer, maar ook in de winter toen buiten alles grijs, nat en koud was, riep God me met een stem die ik niet kon negeren. Ik zie dit eerste jaar als postulant dan ook niet als een proefperiode. Ik ben immers met al mijn werkzaamheden en activiteiten gestopt, met mijn naasten ben ik een weg van afscheid gegaan, vrijwel al mijn spullen heb ik weggeven. Dat betekent dat ik er definitief voor heb gekozen om hier de rest van mijn leven te zijn. Zo kan het gaan als je luistert. Eigenlijk gaat het in essentie misschien wel meer om luisteren dan om spreken.’

Over luisteren en spreken gesproken, hoe is dat hier voor de zusters, in abdij Koningsoord?

‘Het leven in een contemplatief klooster gebeurt in stilte. We eten in stilte, we werken in stilte. Wel voeren we regelmatig communiteitsgesprekken. Daarnaast worden de nieuwelingen (postulanten en novices), zoals ik, begeleid door de novicenmeesteres. Daar hoort een wekelijks gesprek bij. Het spreken wordt verder bewaard voor functionele vragen en opmerkingen die vooral het werk betreffen. Zelf werk ik momenteel in de tuin, het bos, de keuken, de kaarsenmakerij en de boekbinderij. Ik blijk handiger te zijn dan ik dacht!’

Mis je het niet, het praten?

‘Wie op latere leeftijd het klooster in gaat, laat een wereld achter zich. Ik word steeds meer wie ik als kind altijd al was, zie ik nu. Rustig. Stil. In mijn professionele leven werkte ik in het onderwijs. Praten hoorde daar natuurlijk bij, ik heb me daardoor ontwikkeld in het spreken voor groepen. Later had ik een eigen onderneming, waarin ik als projectmanager anderen versterkte en ondersteunde. Zo was ik teamcoördinator bij het wijkpastoraat in Rotterdam-West. Daar luisterde ik veel en praatte ik uiteraard ook, maar toch: praten is anders als het je werk is.’

Dat kan ik me voorstellen. Hoe is dat nu, hier in het klooster?

‘Het mooie hier is dat het er niet toe doet, wie ik was en wat ik deed. Altijd zwom ik tegen de stroom in en probeerde ik de wereld in m’n eentje te redden, nu mag ik mee in de stroom van gelijkgestemden. Dat geeft rust. En het mooie is: in de stilte leer je elkaar heel erg goed kennen.’

‘Vroeger was ik de leraar, de leider, ik stelde de vragen. Nu ben ik zelf weer leerling, en ditmaal op de school van de Liefde. Ik vind het ongelofelijk. Wat me ook opvalt: als je stil bent, spreek je op een andere manier. Ik uit me in creativiteit. Bijvoorbeeld bij het koken, of in de kleurkeuze van een kaft bij de boekbinderij. Sinds kort beschilder ik ook onze handgedompelde kaarsen. Gelukkig mocht ik van de abdis mijn muziekinstrumenten meenemen. Muziek spreekt ook! En tijdens de dagelijkse lectio divina ontstaat er poëzie in mij.’

Je hebt je plek gevonden?

‘Ja, maar niet alleen dat; ook het grotere geheel vind ik hier. Met elkaar houden we het gebed gaande. Op elk moment zijn ergens op de wereld mensen aan het bidden. Als de rimpelingen van een steen in de vijver: dat het ertoe doet dat we er zijn. Wat onze woorden en daden uitwerken, is niet altijd direct duidelijk voor onszelf. Maar dat er een uitwerking is, is zeker.’

‘Over woorden en daden gesproken: ik woonde dus in Rotterdam. ‘Geen woorden maar daden’ is daar het motto. Als op zondagochtend de kerk uitging, lagen er thuislozen op de bankjes voor de kerk te slapen. Ik nodigde hen uit voor koffie of iets te eten. Naar een preek luisteren is mooi, maar handelen hoort erbij. ‘Woorden én daden’, leerde ik uit de brief van Jacobus.’

Je wilde het in praktijk brengen.

‘Ja. Er waren tijden dat ik niet zo met God bezig was, maar Hij wel met mij. Hij is liefde, en daar geven we vorm aan, allemaal op onze eigen manier. Dat ik hier ben gebracht, heeft me heel veel gekost, maar ik kan niet anders. Er zijn van die momenten dat je denkt, mooier dan dit kan het niet worden. En precies dan breekt er een regenboog door en wordt het tóch nog mooier. Het kan echt! Elke dag is een dag om in dankbaarheid te leven.’

Francisca Folkertsma is theoloog en eindredacteur van Open Deur.


Spreek!
Open Deur 2026, nr. 4

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken