Menu

Basis

Jeremia aan elkaar geplakt

Ooit heb ik als klein jongetje de 66 bijbelboeknamen die je in een protestantse bijbeluitgave vindt, leren opdreunen. Later maakte ik ook kennis met de deuterocanonieke boeken en daarmee dacht ik dat ik alle bijbelboeken in mijn hoofd wel aardig op een rijtje had. Eens echter moet ik iets hebben gemist, want in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) kom ik tot mijn eigen verbazing de ‘Brief van Jeremia’ tegen als een zelfstandig piepklein bijbelboekje met maar één hoofdstuk en tweeënzeventig verzen.

Ik had daar geen weet van en achteraf blijkt dat niet zo heel vreemd. De Vulgaat en heel veel later ook de Willibrordvertaling hebben deze brief namelijk steeds als zesde hoofdstuk toegevoegd aan het boek Baruch. In de Septuaginta (LXX) volgde het wel als een eigen geschrift op de Klaagliederen (‘van Jeremia’) en in de Nieuwe Bijbelvertaling dus ook weer, zij het nu volgend op Baruch. De brief, die eigenlijk geen brief is, maar eerder een pamflet, is slechts in het Grieks bewaard gebleven. De vele semitismen in de tekst maken het echter waarschijnlijk dat deze tekst ooit in het Hebreeuws of Aramees is geschreven. De in Qumran gevonden papyrusfragmenten (7Q2 – de verzen 43-44) zijn al wel geschreven in het Grieks. Nou is deze brief zeker niet van Jeremia, net zomin als Klaagliederen. Ook het boek Baruch kun je niet zomaar op het bordje van Jeremia schuiven. Toch zijn deze drie geschriften ooit om verschillende redenen in meer of mindere mate aan Jeremia geplakt. De brief laat zich lezen als een nauwsluitende variant op de tekst in Jeremia 10, Klaagliederen werd op grond van 2 Kronieken 35,25 met Jeremia verbonden en Baruch kennen we als de secretaris van Jeremia (Jeremia 32,12 en 36,4).

Het ‘plakverschijnsel’ is in de Bijbel niet nieuw. Zo is een aantal Psalmen aan koning Salomo toegewezen en ook het hele boek Wijsheid. Maar Jeremia spant de kroon, zeker als we ook niet-bijbelse geschriften meerekenen zoals de ‘Apokryphon Jeremiae’ en de ‘Paralipomena Jeremiae’ (beide uit de 2e of 3e eeuw na Christus).

Hoe ver het plakwerk ging, zien we als we kijken naar Jeremia op een van de mozaïeken in de San Marco in Venetië (begin 12e eeuw). Hij is daar samen met andere profeten in beeld gebracht en zij dragen allen een banderol met tekst. Zoals te verwachten vinden we bij Jesaja een tekst uit Jesaja, bij Daniël een tekst uit Daniël enzovoort, enzovoort. Zo echter niet bij Jeremia; hij blijkt een uitzondering. Op zijn rol lezen we: ‘HIC EST INQUIT D(EU)S NOSTER ET N(ON) EXTI…’ een tekst die in het hele boek Jeremia zo niet te vinden is. Deze woorden komen uit het boek Baruch (3,36): ‘Hij is onze God en er is geen ander’ (in de NBV: Hij is onze God! Niemand kan zich met Hem meten). Of dit plakwerk ook gevonden kon worden bij Jeremiabeelden aan de grote gotische kathedralen, dat weten we niet. Die beelden hebben in de loop der eeuwen hun oorspronkelijke kleur verloren en de gebeeldhouwde banderollen daarmee als vanzelf ook hun daarop ooit geschilderde tekst.

Blijven we bij het plakwerk, dan hoort het bij onze tijd om daarbij te denken: dat hadden ze nou niet moeten doen! Maar het gebeurde, en niet eens om mensen daarmee moedwillig op het verkeerde been te zetten.

Het was heel lang heel gewoon om teksten die men belangrijk genoeg achtte te hangen aan de kapstok van een (vermeende) auteur van naam, als men dacht dat hij hetzelfde had kunnen zeggen. Dat dat werkte, maakt een simpele vergelijking al duidelijk. Stel, je staat in een museum voor een schilderij dat je op het eerste gezicht niet zoveel zegt. Als je dan besluit om de informatie op het bordje naast het schilderij te lezen en ziet dat het doek is toegeschreven aan

Rembrandt bijvoorbeeld, dan ga je het schilderwerk opeens anders bekijken. En dat andere kijken kan zinvol zijn. Net zo zinvol als het lezen van niet-Jeremiaanse teksten in het licht van Jeremia.

Tot slot: in nog geen acht minuten kunt u de Brief van Jeremia doorlezen en dat is (vind ik) meer dan de moeite waard!

Wellicht ook interessant

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Een open boek, een zwevend model van de planeet aarde zweeft erboven, tegen de achtergrond van de ruimte met sterren.
Een open boek, een zwevend model van de planeet aarde zweeft erboven, tegen de achtergrond van de ruimte met sterren.
None

Bijbel en sciencefiction

In de komende tijd verschijnen er op theologie.nl diverse artikelen over theologie en
sciencefiction, een genre dat zowel in literatuur, film, videogames als in meer te vinden
is. t Hoe ziet het christendom eruit als we allemaal onze gedachten hebben
geupload in servers, is dat een soort eeuwig leven? Of zou er ook buitenaards leven zijn
dat religieus aangelegd is, en hoe speelt het christendom een rol daarin? Zouden
mensen moeten evangeliseren onder aliens, of komen aliens over 100 jaar misschien bij
ons op aarde evangeliseren?

Nieuwe boeken