Jozef uit de kleren
Rabbijnen over het kleed van Jozef in de handen van Potifars vrouw
De held van het verhaal in de Jozefcyclus komt als een wat irritante held naar voren. Hij weet zich uit alles te redden; hij komt overal zonder kleerscheuren vanaf hoewel hij regelmatig zijn kleed verliest; hij klimt hogerop hoe hij ook wordt tegengewerkt. Jozef is een droomfiguur, een mooie jongen, een verwend kind, een dandy, een succesvolle man die allerlei ingewikkelde situaties het hoofd weet te bieden. Hij is de lieveling van zijn vader, van zijn moeder heeft hij alleen haar schoonheid. Werp een stok in de lucht en hij komt steeds weer op de wortel van de stam, zegt een rabbijns spreekwoord. Zijn broers kunnen niet met maar ook niet zonder hem. Op welke verantwoordelijke positie hij ook komt, er hangt een zekere naïviteit om hem heen. De Jozefcyclus leest als een roman. Het is als een sprookje, waarbij de geliefde hoofdfiguur (geliefd door zijn vader en door de vrouwen) door zijn broers verkocht wordt, in de gevangenis belandt, terechtkomt in Egypte, daar allerlei avonturen beleeft en uiteindelijk opklimt tot een zeer hoge positie, tot redding van zijn familie en zijn volk. Met als rode draad zijn kleren.