Bij Lucas 3, 1-17VerhaalIn het land waar Jezus woonde, waren een heleboel belangrijke mensen de baas. De allerbelangrijkste was de keizer. Die was over zo veel landen de baas dat hij overal helpers had, die koning waren of landvoogd. En er waren ook nog hogepriesters in het land.Maar wat nou zo grappig was: een gewone man, Jan, díe hoorde het woord van God. Hij was de zoon van een priester en zijn vrouw, maar niet van een hogepriester. Hij was ook de neef van Jezus. Vaak kon je Jan vinden in de woestijn. Daar was het lekker stil. En daar
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden