Menu

Basis

“Je bent een parel in Gods hand”

Over het aanspreekpunt ‘Homoseksualiteit en geloof’ in het bisdom Antwerpen

De geïnterviewde, Saskia van den Kieboom, zit op een bankje onder een boom, dichtbij een kerkgebouw en kijkt lachend de camera in.
Foto van Saskia van den Kieboom, gemaakt door Thimo van Nimwegen

Wat in Nederland nog toekomstmuziek lijkt, is in Vlaanderen al enkele jaren realiteit: elk bisdom heeft er een eigen aanspreekpunt ‘Homoseksualiteit en Geloof’. Het initiatief kwam in 2022 van de Vlaamse bisschoppen, als onderdeel van hun streven naar een gastvrije kerk waarin niemand wordt uitgesloten.

Maar hoeveel ruimte is er werkelijk voor LHBTQI+ gelovigen binnen de katholieke kerk? Met welke vragen en worstelingen kloppen zij aan? Hoe verhoudt de pastorale praktijk zich tot de officiële kerkleer, en wat gebeurt er wanneer die twee botsen? Kelly Keasberry sprak met Saskia van den Kieboom.

Dat de Vlaamse bisschoppen zelf het initiatief namen om in elk bisdom een aanspreekpunt voor LHBTQI+ personen aan te stellen, is opvallend. Zeker vanuit Nederland, dat zich toch graag als progressief beschouwt. Loopt Vlaanderen op dit punt voor op Nederland? En waarin verschillen beide landen?

“Ik woon al achttien jaar in België en ben niet voldoende vertrouwd met de Nederlandse situatie om daar echt iets over te kunnen zeggen. Als aanspreekpunt hebben we wel contact met de Werkgroep Katholieke Homopastores, een Nederlands netwerk van katholieke pastores die zelf homoseksueel zijn. Zij fungeren eigenlijk ook een beetje als officieuze aanspreekpunten. Toch is er een belangrijk verschil: zij zijn niet vanuit de kerk zelf aangesteld, terwijl wij een bisschoppelijk mandaat hebben. Wat we in beide landen merken, is dat LHBTQI+ en geloof een thema is dat sterk leeft. Het is te belangrijk om te negeren.”

Wat betekent zo’n bisschoppelijk mandaat concreet? Welke ruimte en welk gezag geeft het jullie binnen de kerk?

“Het mandaat houdt onder meer in dat wij stellen van hetzelfde geslacht kunnen zegenen. Zo’n zegening is iets anders dan een sacramenteel huwelijk binnen de katholieke kerk, maar we beschouwen het wel als een duidelijk signaal: wij nemen jullie relatie serieus, die mag er zijn en we wensen jullie het beste toe.

Daarnaast zijn we er als aanspreekpunt voor mensen die vragen hebben of behoefte hebben aan een luisterend oor. In ons bisdom merk ik dat vooral die individuele gesprekken een belangrijke rol spelen.

Een derde onderdeel is het onderhouden van een netwerk, onder meer met de lokale overheid. Zelf ben ik ook betrokken bij een netwerk rond LHBTQI+ en migratie. Daardoor kom ik vanuit de kerk in contact met mensen uit gemeenschappen waarin homoseksualiteit soms gevoelig ligt. We denken bijvoorbeeld samen na over hoe je het onderwerp op een goede manier kunt bespreken in godsdienstlessen en hoe je leerkrachten daarin kunt ondersteunen. Dat vraagt om zorgvuldigheid: onder de leerlingen bevinden zich LHBTQI+ jongeren. Tegelijkertijd leven er soms ook sterke bezwaren tegen homoseksualiteit, die vaak religieus gefundeerd zijn.”

Hoe vaak worden jullie gemiddeld benaderd met vragen?

“Gemiddeld krijgen we zo’n twee aanvragen per maand, maar dat wisselt sterk. Het komt in golven: de ene maand zijn het er acht, de andere maand blijft het stil. Rond de Pride kwamen er deze zomer opvallend veel aanvragen binnen. Of dat op een verband wijst? Mogelijk, maar dat blijft lastig hard te maken.”

Met welke vragen en worstelingen komen LHBTQI+ gelovigen zoal bij jullie terecht?

“Dat varieert. Er zijn oudere mensen die katholiek zijn opgegroeid en worstelen met wat zij vroeger hebben meegekregen: dat homoseksualiteit zondig is. Zij vragen zich soms af of ze door hun geaardheid of relatie in zonde leven. Maar ook gelovige jongeren worstelen met de vraag: hoe verenig ik mijn homoseksuele geaardheid met wie ik ben en met de leer van de Kerk?

Daarnaast zijn er mensen die op zoek zijn naar andere LHBTQI+ christenen en die behoefte hebben aan gemeenschap. En we spreken mensen die kampen met ernstige psychische problemen. In dat laatste geval verwijs ik altijd door naar professionele hulp. Wat ons opvalt, is dat psychische kwetsbaarheid sowieso een groot issue is bij LHBTQI+-mensen.”

Hoe diep zit die koppeling van homoseksualiteit en zonde bij LHBTQI+-gelovigen?

“Die zie je vooral bij oudere homostellen die met strikte kerkelijke normen zijn opgegroeid. Tegelijk hebben velen van hen inmiddels een lange weg afgelegd. Ze hebben goede contacten opgebouwd en parochies gevonden waarin ze zich volledig geaccepteerd voelen.

Maar ook jongeren kunnen ermee worstelen. Wat opvalt: moderne jongeren zijn sneller geneigd op zoek te gaan naar wat de kerk precies leert, en de catechismus blijft natuurlijk de catechismus. Enerzijds erkent die dat een homoseksuele geaardheid diepgeworteld is en meestal niet zelf gekozen. Anderzijds is de officiële kerkleer stellig in haar afwijzing van homoseksuele seksuele handelingen. Samengevat: homoseksueel zijn mag, praktiseren niet.1 Daar zit voor veel mensen de pijn. De kerkleer legt sterk de nadruk op seksualiteit, terwijl een relatie uit zoveel meer bestaat. Het gaat ook over twee mensen die voor elkaar zorgen, het beste in elkaar naar boven halen, samen lachen en huilen en samen een leven opbouwen. Waarom zou dat voor iemand die op hetzelfde geslacht valt ineens niet kunnen?

De kerkleer legt sterk de nadruk op seksualiteit, terwijl een relatie uit zoveel meer bestaat

Dat zo’n wezenlijk aspect van een mensenleven tot seksualiteit wordt gereduceerd, ervaren veel mensen als pijnlijk en oneerlijk. En laten we wel wezen: ook binnen heteroseksuele relaties wordt seksualiteit lang niet altijd volgens het boekje beleefd. De werkelijkheid van menselijke relaties is nu eenmaal complexer dan regels kunnen vatten. Daar zouden we binnen de Kerk meer oog voor mogen hebben.”

Soms klinkt de vrees: als je homoseksuele relaties kerkelijk erkent, tast je daarmee uiteindelijk het huwelijk tussen man en vrouw aan. Is die angst terecht?

“Die angst begrijp ik niet goed. LHBTQI+ personen vormen een minderheid van de bevolking. Het is niet zo dat mensen ineens homo, lesbisch, biseksueel of transgender worden omdat de kerk daar meer ruimte voor biedt. Seksuele oriëntatie of genderidentiteit is niet iets waarvoor je simpelweg kiest. Ook de catechismus erkent dat. Bovendien gaat het bepaald niet altijd om het beeld van ‘vrijheid, blijheid’. Voor veel LHBTQI+ personen betekent het juist een leven met de nodige uitdagingen en soms onder aanzienlijke druk.”

Hoe vrij zijn homoseksuele priesters om voor hun geaardheid uit te komen?

“Ik heb niet de indruk dat dit binnen de katholieke kerk echt een issue is. Er zijn inderdaad priesters die homoseksueel zijn, maar in principe zou hun geaardheid geen verschil mogen maken. Of een priester nu homo- of heteroseksueel is: bij zijn wijding kiest hij voor een celibatair leven. Zijn seksuele geaardheid wordt pas een issue wanneer hij een relatie aangaat, maar dat geldt voor zowel homoseksuele als heteroseksuele priesters.”

Toch werd in Nederland speciaal voor homoseksuele pastores een aanspreekpunt opgericht. Als hun geaardheid binnen de Kerk geen issue is, waarom is zo’n aanspreekpunt dan nodig?

“Dat aanspreekpunt is er voor pastores die zelf homoseksueel zijn, maar ook voor gelovigen die met het thema worstelen. Zij kunnen er terecht voor een gesprek. Een belangrijk verschil met België is dat zij geen koppels van hetzelfde geslacht mogen zegenen, zoals wij dat wel doen. Daar hebben ze officieel geen mandaat voor.

Op dit moment zijn de Belgische bisschoppen op dat vlak wat progressiever, maar over tien jaar kan dat zomaar weer anders zijn. Het hangt ook af van wie er aan het roer staat. Ik vind het bijzonder dat deze ruimte er hier is.

België staat daarin overigens niet alleen. Ook in Duitsland en Italië worden er stappen gezet. Vooral Italië is veelzeggend, omdat we dat land door de nabijheid van het Vaticaan al snel als conservatief beschouwen, maar het debat over Kerk en homoseksualiteit is er op sommige punten juist behoorlijk progressief. Je ziet dus dat er beweging is en dat er binnen de Kerk ruimte bestaat voor verschillende manieren waarop de leer in de pastorale praktijk wordt toegepast.”

Op papier is er dus meer ruimte gekomen. Maar voelen LHBTQI+ gelovigen die aanvaarding ook daadwerkelijk in hun eigen parochie?

“Onlangs sprak ik iemand die zei: ‘Ik voel me aanvaard, maar ik ervaar toch niet de volledige vrijheid om voor mijn seksuele geaardheid uit te komen.’ Die spanning bestaat dus nog steeds. Tegelijk zijn er ook gemeenschappen waar homoseksualiteit nauwelijks nog een issue is. In de geloofsgemeenschap waar ik zelf actief ben, is bijvoorbeeld een homostel. Iedereen weet dat en het is volkomen vanzelfsprekend. Niemand doet daar moeilijk over. Het maakt veel verschil wanneer je binnen de kerk een veilige kring om je heen kunt opbouwen, waarin je gewoon jezelf kunt zijn.”

Worden LHBTQI+-gelovigen in het gepolariseerde debat rond Pride en regenboogvlaggen soms gereduceerd tot vertegenwoordigers van een ideologie?

“Dat idee van een ‘ideologie’ hoor je inderdaad vooral uit conservatieve hoek. Vaak gaat de discussie dan overigens meer over gender dan over seksuele geaardheid. Zelf probeer ik vooral in gesprek te blijven, ook met mensen die er anders over denken.

Een mooi voorbeeld maakte ik onlangs mee in Antwerpen. Een homostel dat al jarenlang actief was in een parochie wilde graag een zegening. De priester, die een Afrikaanse achtergrond heeft, wist aanvankelijk niet goed hoe hij daarmee moest omgaan en nam contact met mij op. Ik zei: ‘We kunnen dit stel samen voorbereiden en iemand zoeken die de zegening kan doen. Ik ga van jou niet verlangen dat jij dat doet.’

We hebben er daarna verschillende gesprekken over gehad. Op een gegeven moment zei hij: ‘Deze mensen zitten al zo lang bij mij in de kerk. Het zijn goede vrienden. Waarom zou ik het eigenlijk niet zelf doen?’ Uiteindelijk heeft hij hen zelf gezegend. In zijn homilie vertelde hij zelfs openlijk over zijn aanvankelijke worsteling en hoe blij hij uiteindelijk was dat hij deze zegening kon en mocht geven. Bijzonder om mee te maken.

We hebben in Antwerpen relatief veel priesters met een migratieachtergrond. Zij ontmoeten elkaar onder meer binnen de Amandusgroep, waar aandacht is voor taal, cultuur en onderlinge ondersteuning. Ik ben daar ook eens over LHBTQI+ thema’s komen spreken. Wat mij opvalt, is dat er verrassend veel openheid bestaat. Dat betekent niet dat iedereen overal hetzelfde over denkt of alles onderschrijft, en dat hoeft ook niet. Een priester kan bijvoorbeeld zeggen: ‘Zelf kan ik die zegening niet geven, maar ik kan mensen wel naar jou doorverwijzen.’ Niemand wordt gedwongen om volledig mee te gaan in de thematiek. Juist doordat die ruimte er is, kunnen we met elkaar in gesprek blijven.”

Onbekend maakt onbemind?

“Persoonlijke ontmoeting maakt vaak een groot verschil. Dat zie je bij allerlei vormen van vooroordelen. Mensen kunnen heel stellig over een groep spreken, totdat ze iemand persoonlijk leren kennen. Dan hoor je: ‘Met homo’s heb ik niet zoveel, maar die vriend van die-en-die is echt een leuke vent.’ Zodra het niet meer over ‘die homo’s’ gaat, maar over iemand die je kent en waardeert, kan er iets verschuiven.

Zodra het niet meer over ‘die homo’s’ gaat, maar over iemand die je kent en waardeert, kan er iets verschuiven

Tegelijk begrijp ik dat sommige uitingen rond Pride weerstand kunnen oproepen. Ik heb me tijdens de Pride in Antwerpen zelf heerlijk laten meeslepen in het feestgedruis; k vind het een geweldig weekend. Maar het carnavaleske karakter kan soms ook het beeld versterken dat buitenstaanders van de LHBTQI+ gemeenschap hebben, en daarmee schiet je je doel niet altijd vooruit. Aan de andere kant moeten we niet vergeten waar Pride vandaan komt. Het is niet alleen een feest, maar ook een protest. En helaas is dat protest nog altijd nodig.”

Als Pride nog altijd nodig is, zou de Kerk daar dan niet zichtbaarder aanwezig moeten zijn, met wat meer priestergewaden tussen de regenboogvlaggen?

“Zeker. Tijdens Pride zijn er steeds meer kerken die hun deuren openen. In de Antwerpse Sint-Andrieskerk was er bijvoorbeeld een heel fijne en goedbezochte viering. Je merkt dat zo’n gebaar echt wordt gewaardeerd. Ook binnen de Kerk in Vlaanderen zie ik de ruimte en aanvaarding voor LHBTQI+ personen geleidelijk toenemen.”

Tijdens Pride zijn er steeds meer kerken die hun deuren openen

Het zwaartepunt van de katholieke kerk verschuift steeds meer naar het mondiale Zuiden, waar homoseksualiteit vaak gevoeliger ligt. Dreigt die ontwikkeling de groeiende ruimte voor LHBTQI+ gelovigen niet juist weer af te remmen?

“Absoluut. Dit thema kan binnen de wereldkerk echt een splijtzwam zijn. Juist daarom vond ik het moedig dat paus Franciscus zich tijdens zijn reizen naar Afrika zo duidelijk uitsprak tegen de criminalisering van homoseksualiteit. Daar kwam kritiek op, maar LHBTQI+ rechten zijn geen westerse politieke agenda. Homoseksualiteit komt in Oeganda net zo goed voor, alleen blijft het door de maatschappelijke en juridische context veel meer verborgen. Daardoor horen we de persoonlijke verhalen minder.

Als in bepaalde landen homoseksualiteit strafbaar wordt gesteld en mensen lange gevangenisstraffen, levenslang of zelfs de doodstraf riskeren, vind ik dat de Kerk een voortrekkersrol moet spelen. Daar mogen we ons ondubbelzinnig tegen uitspreken.”

Hoe verloopt het contact met andere religies?

“We onderhouden goede contacten met de moslimgemeenschap. Vorig jaar nog bezocht ik een jeugdhuis in Berchem om met jongeren in gesprek te gaan over LHBTQI+ thema’s. Toen ik binnenkwam, werd ik meteen geconfronteerd met mijn eigen vooroordelen. Ik zag een islamitische vrouw in volledig bedekkende zwarte kleding en merkte dat ik daar onbewust bepaalde verwachtingen bij had. Maar toen duidelijk werd hoeveel werk zij daar al rond dit thema hadden verzet: dat was echt indrukwekkend.

We hebben overigens ook heel goede contacten met de liberale joodse gemeenschap in Brussel. Tijdens WorldPride in Amsterdam deelden wij onze stand met hen. Het was ontzettend leuk om elkaar te leren kennen. Voor mij laat zo’n ontmoeting zien dat je het niet overal over eens hoeft te zijn om toch met elkaar in gesprek te kunnen gaan. Het belangrijkste is dat je elkaar met respect benadert en niet bij voorbaat veroordeelt.”

Hoe zichtbaar is het aanspreekpunt ‘Homoseksualiteit en Geloof?’ Weten mensen met vragen of twijfels jullie gemakkelijk te vinden?

“We zijn redelijk goed te vinden, onder meer via de katholieke jeugdbeweging Kamino en de website van het bisdom Antwerpen. Toch zou onze zichtbaarheid zeker nog beter kunnen. We hebben mooie flyers laten drukken, die we verspreiden in kerken. Als LHBTQI+ mensen die bij binnenkomst zien liggen, weten ze waar ze terechtkunnen met hun vragen. Het geeft meteen ook een belangrijk signaal af: je bent hier welkom.”

In welke mate leeft binnen de LHBTQI+-community nog het beeld dat de Kerk per definitie tegen homoseksualiteit is?

“Dat komen we zeker tegen. Ook binnen de LHBTQI+ gemeenschap bestaan soms sterke vooroordelen over de Kerk. Gelovige homo’s vertellen me bijvoorbeeld dat ze van vrienden te horen krijgen: ‘Maar de Kerk, daar wil je toch niet bij horen? Die is toch tegen ons?’ Voor hen kan dat extra pijnlijk zijn. In de ene wereld voelen ze zich vanwege hun geaardheid niet altijd volledig aanvaard, terwijl ze in de andere vanwege hun geloof op onbegrip stuiten. Alsof ze moeten kiezen tussen twee werelden die allebei onderdeel zijn van hun identiteit.

Juist daarom is dialoog zo belangrijk. Persoonlijke verhalen kunnen veel vooroordelen doorbreken. Ik ken bijvoorbeeld een transvrouw die enorm actief is binnen haar parochie. Ze trekt bij wijze van spreken de volledige kerkgemeenschap. Niemand die daar moeilijk over doet. Uiteindelijk maakt het vaak meer verschil dat mensen elkaar persoonlijk kennen dan wat er op papier precies in de kerkleer staat.”

In Nederland bestaat het initiatief Wijde Kerken: LHBTQI+ gelovigen kunnen op een kaart zien bij welke geloofsgemeenschappen ze welkom zijn. Zou zo’n overzicht ook voor de Vlaamse bisdommen handig zijn?

“Zo’n keurmerk hebben we eigenlijk niet. In principe zou dat ook niet nodig moeten zijn, want iedereen zou in iedere kerk welkom moeten zijn. Maar de ervaring leert helaas dat dit niet overal vanzelfsprekend is. Daarom vind ik zichtbare signalen wel belangrijk. Als onze flyers ergens duidelijk liggen, weet je als LHBTQI+ persoon: hier is aandacht voor het thema en er zijn aanspreekpunten bij wie ik terechtkan. Een tijdlang hingen sommige kerken ook regenboogvlaggen uit. Maar ik zou dat niet willen stimuleren: gemeenschappen moeten zich niet onder druk gezet voelen om zo’n vlag uit te hangen, als ze er niet volledig achter staan.Belangrijker is dat mensen weten: met mijn vragen kan ik hier terecht. En als iemand binnen een parochie het antwoord niet weet, moet er in ieder geval iemand zijn die kan helpen zoeken naar een plek of persoon waar diegene verder geholpen wordt.”

Wat zou je het komende jaar graag zien veranderen?

“Ik hoop vooral dat er onder een jongere generatie gelovigen ruimte blijft voor een open en eerlijke dialoog over LHBTQI+ thema’s. Dat we niet alleen vragen: wat zegt de Bijbel, wat zegt de catechismus? Maar ook: over welke mensen hebben we het eigenlijk? Luister naar hen. Luister naar hun pijn en verdriet, maar óók naar hun mooie verhalen.

Dat we niet alleen vragen: wat zegt de Bijbel, wat zegt de catechismus? Maar ook: over welke mensen hebben we het eigenlijk?

Ik denk dat mensen juist door die persoonlijke ontmoeting dichter bij elkaar kunnen komen. Daarvoor moet je wel bereid zijn om je eigen vaste kaders ter discussie te stellen en je werkelijk open te stellen voor wat de ander je te vertellen heeft.”

Wat geeft je moed in dit werk?

“Alle mooie verhalen die ik te horen krijg. Mensen die elkaar vinden in vriendschap en gemeenschap, of ze nu homo zijn of hetero. Uiteindelijk kom ik steeds weer uit bij die woorden van Christus: ‘Wie tot Mij komt, zal Ik niet buitenwerpen.’ Daar ligt de kern voor mij.”

Wat zou je de Kerk in Nederland nog willen meegeven?

“Dat de Kerk geen vaststaand gegeven is, maar een levend organisme. Ook als de situatie op dit moment soms moeilijk is, betekent dat niet dat dit altijd zo zal blijven. De Kerk is voortdurend in beweging. Ik hoop dat die gedachte ook LHBTQI+ gelovigen in Nederland wat hoop kan geven.”

Wat zou je willen zeggen tegen mensen die worstelen met het idee dat homoseksualiteit niet is zoals God het bedoeld heeft?

“Dat ze een parel zijn in Gods hand. Ik denk dat dat het belangrijkste is.”

Saskia van den Kieboom is pastoraal werkster in het bisdom Antwerpen. Bisschop Johan Bonny benoemde haar per 1 november 2022 tot stafmedewerker gezinspastoraal en tot aanspreekpunt Homoseksualiteit en Geloof, een functie die zij voor een periode van zes jaar bekleedt. Ze combineert deze rol met haar bredere taak binnen de gezinspastoraal van het bisdom. Van den Kieboom organiseert onder meer jaarlijks een oecumenische gebedsviering tijdens Antwerp Pride in de Sint-Andrieskerk, waarin leden van de LGBTQIA+-gemeenschap het woord voeren.

Kelly Keasberry

Kelly Keasberry is journalist, theoloog en onderzoeker in de ecotheologie. Als promovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam en KU Leuven onderzoekt zij hoe religieuze tradities kunnen bijdragen aan een nieuwe verhouding tot de aarde.


  1. Dit gaat over de Catechismus van de Katholieke Kerk, die onderscheid maakt tussen homoseksuele personen, hun geaardheid en homoseksuele handelingen. 
    Homoseksuele personen moeten volgens de Catechismus met respect en fijngevoeligheid worden bejegend en mogen niet onrechtvaardig worden gediscrimineerd. 
    De homoseksuele neiging wordt niet als een persoonlijke keuze of op zichzelf als een zonde beschouwd, maar wel als “objectief ongeordend”. 
    Homoseksuele handelingen heten “intrinsiek ongeordend” en kunnen volgens de kerkelijke leer niet worden goedgekeurd. Daarom worden homoseksuele gelovigen opgeroepen tot seksuele onthouding. ↩︎

Wellicht ook interessant

None

Recensie over Luisteren. Klein kompas voor meer verbinding

“Luisteren. Klein kompas voor meer verbinding” van Ben de la Mar, Utrecht 2026 Met dit handzame boekje van 96 pagina’s biedt Ben de la Mar ons een praktisch kompas om alle potentie die in een luisterend gesprek opgeslagen ligt, te laten opbloeien. Dit kompas is de vrucht van een levenslange oefening in luisteren van de kant van de auteur en is een waar kleinood voor hulpverleners en geestelijke verzorg(st)ers, voor leken en professionals binnen het vrijwilligerswerk en in counseling en/of pastoraat. 

Nieuwe boeken