Kindermoment Niet alleen
2e zondag van de herfst
Genesis 28: 10 – 22 en Lucas 16:19 -31
Jakob vlucht voor zijn leven. Hij heeft zijn vader en zijn broer bedrogen. Tijdens zijn vlucht droomt hij dat God met hem meegaat. Hij staat er niet alleen voor.
Uit de Bijbel
Jacob is een mens met een hoog doel, alleen het doel heiligt bij hem soms de middelen. Jacob heeft het heft in eigen hand genomen en met bedrog de zegen van zijn vader verkregen. Esau is woedend. Eerst pikt Jacob het eerstgeboorterecht in (de bechora) en nu de zegen ( de baracha). Zo is een mens, een volk soms: het eigent zich de zegen, de roeping, toe. Jacob kan niet wachten tot het hem gegeven wordt. Hij moet vluchten. Hij vlucht naar zijn oom Laban, de broer van moeder Rebecca. De tocht naar Charan zal niet zonder gevaar geweest zijn.
Onderweg, na zonsondergang, heeft hij een visioen, een droom. Zonsopgang en zonsondergang zijn meer dan een beschrijving van een natuurgebeuren. Jacobs leven is er nu een van ondergang, van duisternis en kou. Hij is overgeleverd aan de dreiging van de nacht. In de nacht lijken onze zorgen groter en onze angsten beklemmender. Jacob bevindt zich op de grens. De toekomst is onzeker. Maar dan ziet hij een poort wijd open staan, waardoor het licht komt stromen. Hij ziet een ladder die op de aarde staat en waarlangs engelen omhoog gaan en weer afdalen. God zegt: ‘Ik zal je het land geven waarop je nu ligt te slapen. Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen. Jacob wordt hier geroepen en met hem zijn nakomelingen om het geweten van de wereld te zijn. God laat Jacob niet alleen. En Jacob zegt vol eerbied: ’Dit is het huis van God, Bet EL, de poort van de hemel. Letterlijk: ‘Het huis van de Eeuwige’. Hij maakt de steen waarop hij geslapen heeft tot een blijvend teken van Gods aanwezigheid. Luz betekent zoveel als ‘afwijken van de goede weg’. Vanaf nu is deze plek het huis van God.
In Lucas 16 horen we over de rijke man en de arme Lazarus. Van de rijke wordt verwacht dat hij anderen in zijn rijkdom laat delen. De rijke opent zijn poort niet voor degene die hem nodig heeft en dan is het te laat… dat had hij kunnen weten.
In de kerk
-
De voorganger neemt vier lange draden van ongeveer een meter lang mee, die het leven symboliseren, in de kleuren rood, geel, groen en blauw. Bovenin zijn de draden met elkaar verbonden met een knoop.
-
De voorganger vertelt:
-
‘Stel je voor: de gele draad betekent jouw leven, de gele draad is verbonden met de groene draad: de natuur. De natuur hoort helemaal bij jouw leven. Je bent met de natuur verbonden. Je bent ook verbonden met de blauwe draad: die stelt de mensen voor die om je heen zijn, die van je houden. De rode draad is de draad van God: God gaat altijd met je mee, je hele leven door. Hij laat je nooit alleen.
-
In je leven kom je kruispunten tegen. Je gaat dingen voor het eerst alleen doen of er gebeurt iets leuks of verdrietigs. Leg een knoop in het koord. Vraag aan de kinderen of er een kleur weg is. De draden zijn met elkaar vermengd, ook op de kruispunten, ook als je leven in de knoop zit. Als je het leven misschien moeilijk vindt, ben je toch nooit alleen.
Meer informatie op www.kinderdienst.nl