Menu

Premium

Kindermoment Waar ga je zitten?

Lucas 14:1. 7-14

Dit kindermoment is onderdeel van een serie onder het overkoepelende thema ‘Vraagbaak’, bij lezingen uit Lucas (zie ook: Klaar voor de start? Wat voor weer wordt het? Hoe kom je binnen?). Uit de evangelielezing komt steeds een vraag naar voren (meestal een vraag die aan Jezus gesteld wordt door omstanders of door zijn leerlingen) die ook voor ons, in onze tijd van belang is.
De vragen zijn op briefjes geschreven, met de datum erop waarop die vraag centraal staat. De briefjes zitten in de ‘Vraagbaak’, een kom met vraagtekens erop, die goed zichtbaar vooraan in de kerk staat.

Opnieuw vertelt Jezus een verhaal dat een vraag in zich bergt. Voor de kinderen hebben we deze vraag vertaald als: ‘Waar ga je zitten?’ Je zou kunnen zeggen: ‘welke plek neem je in?’
De vraag ‘waar ga je zitten?’ is voor kinderen herkenbaar. Welke plek heb je in de klas? Welke plek heb je thuis aan tafel? Ook op veel andere momenten is het belangrijk welke plaats je inneemt en in mag nemen – ook al kun je niet altijd zelf kiezen.

Uit de Bijbel

De tekst bestaat uit drie hoofdmomenten, waarbij gekozen is om de genezing van de waterzuchtige (vers 2-6) buiten de tekst te laten. De overige twee momenten, namelijk de gelijkenis over het innemen van de ereplaats en over de gasten van de maaltijd staan in deze lezing wel centraal. Deze drie momenten samen bepalen de hoorder bij de vraag: Wie is er zo gelukkig dat hij mag deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van de Heer? Niet diegene die zich keurig aan de menselijke etiquette houdt, zo blijkt straks aan tafel.

De situering van de woorden van Jezus mag met recht explosief genoemd worden: Jezus is op de sabbat uitgenodigd bij een vooraanstaande Farizeeër (en dus wordt Jezus nauwlettend in de gaten gehouden, meldt de evangelist) voor een maaltijd. Voordat we meer zeggen over het verhaal zelf nog iets over de maaltijd bij Lucas. In tegenstelling tot de andere evangelisten situeert Lucas meer gesprekken rondom maaltijden. De maaltijd is naast een vorm van gastvrijheid, vooral het beeld voor het koninkrijk van God. In Lucas 15 worden de verloren zaken binnengehaald met een feestmaal, een plaats waar de verlorenen mogen aanzitten. Wie dat niet wil of kan, zoals de oudste zoon in Lucas 15: 25-32, staat dan buiten. In het vervolg van Lucas 14 gaat het over alle argumenten die mensen kunnen hebben om maar niet deel te nemen. En in Lucas 22 en 24 toont Jezus zijn ware aard aan zijn leerlingen aan tafel. Pas als Jezus het brood breekt, vallen de schellen van de ogen bij de twee ‘Emmaüsgangers’. Degene die dient, is tevens ook de gastheer van die maaltijd.

In vers 7 wordt duidelijk dat de voorname gasten zich verzekerd hebben van de belangrijkste plaatsen. De ‘aanliggende gast’ lijkt ervan uit te gaan dat hij wel deel zal hebben aan ook de eschatologische maaltijd. Daarop vertelt Jezus de gelijkenis over de gasten van de maaltijd. De verzen 12-14 bereiden de omkering voor.

Gaat het in het eerste deel over wie de goede gastheer is, in het tweede deel gaat het om de vraag wie de gast is die de uitnodiging tot het feest aanneemt. Jezus draait daarmee het perspectief radicaal om: het draait in Gods koninkrijk niet om de vraag of je een goede gastheer bent, maar of je zelf waardig bent om als gast deel te nemen aan het feestmaal. Ondertussen plaatst Jezus zichzelf in de positie van gastheer. Die wending blijkt vooral uit vers 24, waarin Jezus spreekt over ‘mijn feestmaal’. Als gast is Jezus aanwezig, maar de gast blijkt de verborgen gastheer te zijn. In dat licht wordt ook het contrast tussen Jezus en de farizeeër duidelijk. Jezus’ gastvrijheid is er een van nederigheid en openheid. Daarmee komt ook de uitdrukking dat er ‘beloning is bij de opstanding van de rechtvaardigen’ (vers 14 – de Farizeeërs geloofden wel in de opstanding!) in een ander licht te staan. De gast aan de maaltijd die zichzelf – en zijn medetafelgenoten? – de hemel in prijst, ziet zichzelf al tussen de rechtvaardigen staan. Maar Jezus stelt dat ter discussie. Jezus spreekt zalig, onderweg naar Jeruzalem. Onmiddellijk rijst dan de vraag wie de gelukkigen zullen zijn. Zijn dat niet zij die bij Hem willen horen? Zijn dat niet zij die zijn gasten willen zijn? Jezus plaatst de gastheer in de positie van de gast en daarmee plaatst hij zichzelf als gast in de positie van gastheer. Wie zichzelf opent voor de ander zonder daarbij de vraag te stellen wat hij daarvoor terugkrijgt – die is een gelukkige.

In de kerk

Goed zichtbaar vooraan in de kerk staat de kom met de vraagtekens erop. De voorganger heeft een stoel. Zij/hij zet de stoel ergens neer, gaat zitten. Staat op zet de stoel ergens anders, gaat weer zitten. Dit wordt een paar keer herhaald.

Voorganger: Hè, ik weet niet waar ik zal gaan zitten…. Hier zie ik het beter, maar daar kan ik weer sneller naar de bijbel lopen, en als ik daar zit, zit ik zo gezellig dicht bij ….. (naam gemeentelid).

Ah, ik zie daar de vraagbaak staan. De kinderen mogen naar voren komen, dan gaan we eerst de vraag van vandaag bekijken.

Een kind mag het briefje met de goede datum uit de vaas pakken en de vraag voorlezen.

Voorganger: De vraag van vandaag is dus: Waar ga je zitten? Wat is jouw plek op school? Naast wie zit je? Soms krijg je op school ook weleens een ander plekje. Dat gaan we vandaag in de kerk ook doen.

Alle mensen (die dat kunnen/willen) gaan staan en de kinderen tellen langzaam tot 30. Na dertig tellen mag iedereen weer gaan zitten, maar wel op een ander plekje!

In Bonnefooi (zie www.kinderdienst.nl) staan uitwerkingen van dit thema (verhalen, navertellingen, werkvormen) voor verschillende leeftijdsgroepen, voor in de kinderdienst. Iedere Preekwijzerabonnee mag eenmalig gratis een zondag met uitwerkingen voor alle leeftijdsgroepen van Bonnefooi opvragen bij info@kinderdienst.nl. Wordt als PDF per e-mail toegezonden.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken