Korte Metten: God op rock bottom
Ontmoetingen aan de rand van het bestaan
In Korte Metten beschouwen onze schrijvers de actualiteit. Deze week laat Matthijs den Otter zien hoe juist op het diepste punt de hemel ineens heel dichtbij kan zijn.
Dichter Lieke Marsman is terminaal ziek. Na een slechte ziekenhuisuitslag loopt ze met haar vriendin over een regenachtige, grijze Veluwe – een moment dat ze in haar boek Op een andere planeet kunnen ze me redden beschrijft als ‘een persoonlijk dieptepunt’.
“Rock bottom,” zoals de Amerikanen zouden zeggen.
Maar dan gebeurt er iets.
Ze schrijft:
“Terwijl we moedeloos door de modder ploeteren, regen of niet, we zijn gekomen om te wandelen, dus we wandelen – krijgt het verdriet, dat harder is dan ooit, zo nu en dan zachte randen. Ik heb het idee dat die zachte randen zomaar ontstaan, ik hoef er niets voor te doen. Maar ook dat ze niet zomaar ontstaan: ze worden zacht gemaakt door het bestaan zelf, door dit klamme rothuisje met z’n drassige tuin en z’n dorstige teken, door de Nederlandse natuur die we helemaal kapot recreëren, waar om de haverklap weer een nieuw paaltje staat, een nieuw informatiebord van weer een nieuwe instantie die wil vertellen welke vogels je in dit stukje bos allemaal kunt zien, ook al kun je steeds minder vogels zien…
Na de hardheid van zulke gedachten volgt steeds iets wat groter is, wat goed is. Wat me zegt dat er achter alle lokale bestemmingsplannen een veel groter plan zit, waar wij mensen geen weet van hebben maar waar we wel op kunnen vertrouwen. God, misschien.”
Het verhaal van Marsman fascineert me. Het is geen klassiek bekeringsverhaal. Ook geen genezingsverhaal. In haar boek – wat mij betreft een van de best geschreven van dit jaar – blijft ze subtiel. De rauwheid van haar situatie blijft steeds merkbaar aanwezig. Maar juist daar, in die rauwheid, is ze iets tegengekomen van God. Een God waar ze helemaal niet in geloofde.
Dunne plaatsen
Het deed me denken aan wat schrijfster Lamorna Ash in De Nieuwe Koers schreef over een periode die ze doorbracht in een klooster op een ijskoud Schots eiland dat ‘The Thin Place’ wordt genoemd. Zo’n ‘dunne plaats’ is een concept uit de Keltische religie, maar is al eeuwenlang geïntegreerd in het Britse christendom, omdat men er daar op de eilanden iets van herkende. Ash omschrijft het als een plek waar “het membraan dat de hemel van de aarde scheidt – de hemelse ozonlaag – dunner is dan de gebruikelijke drie voet.”
Dunne plaatsen zijn plekken waar mensen God extra dichtbij ervaren. Die plekken zijn echter zelden comfortabel. Ash beschrijft hoe de tocht door het kerkgebouw giert en planten naar binnen groeien.
Het lijkt alsof juist plekken van kou, ziekte, lijden en wanhoop ‘dun’ zijn. Of zo’n plek nu fysiek is of geestelijk: het lijkt erop dat God zich juist daar laat zien.

Dode plaatsen
Dit fenomeen beperkt zich niet tot eigen lijden. In Bijbelse passages als Mattheüs 25, over de ‘werken van barmhartigheid’, onderstreept Jezus dat Hij zelf de zieke, de vluchteling, de hongerige of de gevangene is. De boodschap daar is duidelijk: wie helpt Hem in dat lijden? Wie is aanwezig op die plekken van ellende en staat klaar voor de ander?
De Amerikaanse theoloog Andrew Root noemt zulke plekken ‘dode plaatsen’: “Plaatsen van hopeloosheid, waar mensen aan het einde zijn van hun eigen bronnen en kunnen. Waar ze het echt even niet meer weten.” Root beschrijft het kruis als de ultieme plek van hopeloosheid en gebrokenheid. Daarom is Jezus juist op die pekken aanwezig – en kan hij juist daar mensen ontmoeten. Om daar te zijn – daar ligt ook een opdracht voor de kerk.

Veel theologen vragen zich tegenwoordig af hoe het evangelie nog in de volle breedte uitgelegd kan worden. Te vaak ligt de focus óf op het verticale (de relatie met God) óf op het horizontale (sociale gerechtigheid), terwijl de Bijbel die twee juist onlosmakelijk verbindt. Stefan Paas heeft daar recent twee fraaie boeken over geschreven.
Nu ben ik geen systematisch theoloog, en dit is zeker geen routekaart. Maar toch lijkt God juist daar aanwezig te zijn waar geleden wordt. Dat is troost voor wie zich op ‘rock bottom’ bevindt – gelovig of niet. En het is tegelijk een oproep om in actie te komen bij het lijden om ons heen, en in dat lijden Jezus zelf te ontmoeten.
Misschien wel meer dan in een zondagse dienst, een comfortabele nieuwbouwwoning, een gezond lichaam of een veilig westers land met een nog altijd vrij fatsoenlijk functionerende verzorgingsstaat, vinden mensen God in de ellende.
En dan blijken dode plaatsen ook dunne plaatsen.
Over de auteur
Matthijs den Otter is bestuurskundige, theoloog en metaldrummer. Hij werkt als adviseur inclusie en het tegengaan van radicalisering en polarisatie bij de gemeente Utrecht, en promoveert aan de VU Amsterdam op de rol die geloof in het hiernamaals speelt bij fundamentalisten. Daarnaast speelt hij in de Nederlandse metalband Mountain Eye.