Korte Metten: Ziek zijn is ook overleven
Als de ziekenhuispastor zelf patiënt wordt
In de rubriek Korte Metten bespiegelen onze schrijvers voor u de actualiteit. Deze week schrijft Bernd Hirschfeldt over zijn ervaringen in het ziekenhuis. Nu eens niet aan de rand van het bed als geestelijk verzorger, maar tussen de lakens als patiënt. En dat maakt een wereld van verschil.
En toen lag de ziekenhuispastor zelf in een ziekenhuisbed.
Achter het gordijn verscheen een vriendelijke dame: ‘Wilt u de Communie ontvangen?’
Ik glimlachte vanbinnen. De rollen waren dit keer omgedraaid. Al zou ik zelf eerst een gesprekje aangaan. En, net als sommige patiënten op mijn eigen afdelingen, woof ik het aanbod vriendelijk weg. Want toen ik daar lag, wilde ik niets. Alleen maar beter worden.
Je voelt je ellendig. Je moet wachten, geduld opbrengen, je helemaal overgeven aan de 24-uurs routine in het ziekenhuis. Mijn lichaam was lijdend voorwerp, in alle betekenissen van het woord. Efficiënt en precies kreeg ik de medicatie en behandelingen toegediend, ook ’s nachts. Tussendoor merkte ik wel de werkdruk bij verplegers en artsen op. Sommigen maakten contact, anderen niet. Sommigen waren vriendelijk, anderen bazig of gestrest. Een oordeel was ook vaak snel geveld.
Snelle oordelen over ziekenhuispatiënten
In het ziekenhuis waar ik zelf werk, vielen me die snelle oordelen ook wel eens op. ‘Ze is zo passief,’ zei een collega vaak over een patiënt. Of: ‘Hij is niet gemotiveerd.’ Terwijl, als je daar ligt, uitgeput van half doorwaakte nachten, van operaties en medicijnen, motivatie niet altijd een reële optie is. Ook worden patiënten al snel ‘lastig’ gevonden, als hun gedrag als storend wordt ervaren. Maar dat kan ook zijn: wat ‘teveel’ vragen stellen, wat ‘te vaak’ op de bel drukken. Soms schuift men dat af op een ‘moeilijk karakter’. Maar lastig gedrag komt vaak voort uit angst. Want je bent redelijk hulpeloos daar in dat ziekenhuisbed. Wat als er iets misgaat?
Dat realiseer je je als gezonde mens niet altijd. En er gaat wel eens iets mis, ondervond ik ook.

‘Wonen’ in het ziekenhuis: geen ideale situatie
In het ziekenhuis verblijven is deels overleven. Vooral voor mensen die er langere tijd liggen, is dat geen gemakkelijke opgave. Ik denk dan aan hen die ‘wachten op plaatsing’ — mensen die soms maandenlang in het ziekenhuis verblijven, niet meer vanwege medische noodzaak, maar omdat ze nergens anders heen kunnen. Er zijn grote tekorten aan plekken in verzorgingstehuizen, en het is een hele toer voor de sociale dienst om een passende plek te vinden. Tehuizen hebben vaak lange wachtlijsten, hanteren specifieke toelatingsprofielen en kunnen patiënten weigeren. Soms is iemand ‘te goed’ of juist ‘te slecht’ voor een bepaalde instelling. En zo ‘wonen’ ze in het ziekenhuis, afwachtend, soms wel een half jaar lang. Geen ideale situatie.
In het ziekenhuis verblijven is deels overleven
Een huiskamertje zou misschien goed zijn voor deze mensen — een kleine woonkamer waar ze even kunnen vergeten dat ze in een ziekenhuisbed ‘wonen’. Een plek waar een soort normaliteit heerst, waar efficiëntie en steriliteit even niet op de voorgrond treden, en waar een gevoel van huiselijkheid overheerst. Liefst met een vrijwilliger die wat koffie en thee ronddeelt, en een praatje maakt. Over wie er gisteren op bezoek was, of ze misschien even naar buiten mogen.
Ouderen laten me soms foto’s zien van hun kleinkinderen, of van zichzelf toen ze jong waren. Soms komen er mooie gesprekken uit voort en wordt de patiënt weer even mens — iemand met eigen bezigheden en interesses: vrijwilliger bij de regionale radio, fervent romanlezer, oma, kind, tuinier of gitarist. En in die gesprekken hoor je geregeld over verdriet, hoop, frustratie, over klein of groot geluk.
Dankbaarheid voor alle inzet in de zorgsector
Dat de rollen omgedraaid waren, was voor mij een waardevolle ervaring. Het toonde mij hoe het is om patiënt te zijn, 24 uur per dag. Toen ik het ziekenhuis verliet, voelde ik dan ook dankbaarheid. Dankbaarheid om naar huis te kunnen, en dankbaarheid voor wat artsen, verplegers en ander personeel daar dag in dag uit doen. Wat een werk, wat een inzet. Gelukkig bracht mijn echtgenoot een grote rijsttaart mee voor de hele afdeling.
Over de auteur
Bernd Hirschfeldt is filosoof, theoloog en ziekenhuispastor. Hij is predikant van de Protestantse Kerk in Luxemburgen ziekenhuispastor in AZ Sint‑Lucas in Brugge. Daarnaast is hij als onderzoeker en docent Hebreeuws/OT verbonden aan de FPTR Brussel.