Menu

Basis

Luisterend oor en helpende hand

In 1 Korintiërs 12 vergelijkt Paulus de gemeente van Christus met een menselijk lichaam. Net zoals in het lichaam de verschillende onderdelen elkaar nodig hebben, geldt dat ook in het kerkenwerk. Hoe kunnen pastorale en diaconale medewerkers met elkaar samenwerken?

Mw. drs. G. Kramer-Hasselaar is bezoekmedewerkster in de kerk en psychologe. Zij is lid van de redactie van Ouderlingenblad

In het pastoraat speelt luisteren een belangrijke rol. Meeleven in lief en leed bestaat voor het grootste deel uit luisteren. Niet zozeer in het geven van advies of in het aandragen van oplossingen. Dat schept juist afstand in plaats van nabijheid. Veel moeilijkheden vallen niet op te lossen. De ander heeft er meer behoefte aan dat je er gewoon bent en aandacht hebt. Toch kun je als pastoraal bezoeker ook problemen tegenkomen die juist wel concrete hulp vragen. Soms kun je zelf tijdelijk ergens een handje bij helpen, maar in andere gevallen is er meer of andere hulp nodig. Zoals bij mensen met schulden, een gezin dat nauwelijks kan rondkomen, of een alleenstaande oudere die dringend huishoudelijke hulp nodig heeft. Het is fijn als je dan -in overleg met de betrokkene(n)-de diaconie kunt inschakelen.

Vaak speelt ook een gevoel van schaamte mee

De diaconie is juist gespecialiseerd in het bieden van praktische hulp. In de vorm van giften, informatie over voorzieningen, hulp bij aanvragen daarvan… Diaconale medewerkers zijn meestal goed op de hoogte van de sociale kaart in de gemeente (welzijnsinstanties, maatjesprojecten, voedsel-en kledingbank etc.). Zij starten of participeren in ontmoetingsmogelijkheden voor kwetsbare groepen (inloophuis, een gesprekskring voor psychiatrische patiënten, taalles voor vluchtelingen). Om mensen te kunnen helpen is het wel noodzakelijk dat diakenen met hen in contact komen. Daar kunnen pastorale bezoekers bij van dienst zijn.

Bezoekmedewerkster Tine gaat op bezoek bij Joop en Mies Bakker. Zij hebben drie kinderen. De oudste gaat binnenkort naar de middelbare school. Mies heeft een chronische ziekte. Zij heeft geen baan. ‘Ik ben blij dat ik het thuis allemaal goed red. Dat komt voor mij op de eerste plaats,’ zegt ze. ‘En sinds kort heb ik hulp want Joop is zijn baan kwijt. Nu zijn we gezellig samen thuis.’

Gevoelige thema’s

Praten over problemen valt niet mee. Dat geldt vooral voor financiële moeilijkheden, spanningen in huwelijk of gezin, psychische klachten, mantelzorg die te zwaar wordt… Zelfs onder familie of vrienden lukt het niet altijd om aan te geven dat we ergens mee tobben. Misschien hebben we ook wel moeite om zélf de problemen onder ogen te zien. Velen van ons zijn opgegroeid in de geest van: ‘flink zijn’, ‘niet zeuren’, ‘gewoon doorgaan’. Al hoewel deze levensmotto’s hun wijsheid en kracht hebben, kunnen ze ook doorslaan. We doen alsof er niets aan de hand is. Terwijl we in stilte en in huis lijden.

Vaak speelt ook een gevoel van schaamte mee. Wat zullen anderen wel niet denken als ze van onze problemen horen? Het lijkt erop dat bij mensen in onze omgeving alles goed gaat. In de omgang met elkaar en op de sociale media laten we vooral onze successen en leuke ervaringen zien. In de maatschappij lijkt alles maakbaar als je maar wilt en er hard aan werkt. Wanneer dingen niet lukken of mislopen ervaren we dat vaak als een persoonlijke nederlaag of als eigen ‘schuld’. Dit gevoel wordt soms door reacties van onbegrip uit de omgeving versterkt.

Je krijgt tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk thuiszorg

Bespreekbaar maken

Als bezoekmedewerkers of gewoon als naasten kunnen we iemand helpen om over de problemen te praten. Door open en attent te zijn. Door rustig te luisteren en af en toe iets te vragen. Op die manier geven we de ander de ruimte om het hele verhaal te vertellen. In de voorbeeldcasus noemt Mies vooral de positieve kanten van Joops thuis-zijn (‘hulp’, ‘gezellig’). Maar Joops ontslag zal ongetwijfeld ook zorgen met zich meebrengen. Om deze bespreekbaar te maken kanTine wat verder doorvragen op het ontslag.Hoe is het gebeurd? Wat betekent het nu voor Joop en voor het gezin dat hij geen werk meer heeft? Waarschijnlijk dat Mies en Joop dan ook de zorgen naar voren durven te brengen. Door regelmatig contact met diaconale medewerkers worden pastorale bezoekers zich meer bewust van financiële en maatschappelijke problemen. In het bezoekwerk kunnen ze daar dan meer alert op zijn. Zo brengen echtscheiding, werkloosheid, en een chronische ziekte vaak geldzorgen met zich mee. Als bezoeker kun je daar gericht over beginnen. Op een gegeven moment zou Tine kunnen vragen: ‘Redden jullie het financieel?’ Mies en Joop hebben drie schoolgaande kinderen. Dat is een dure tijd in een gezin. Als de kostwinner werkloos wordt, kan dat problemen geven. In deze voorbeeldcasus zijn er ook andere vragen om in het achterhoofd te houden. Zoals: hoe gaat het met de gezondheid van Mies? Is er hulp nodig? Je hoeft geen problemen te zoeken of te maken, maar je kunt wel een opening bieden om er over te praten.

Peter de Jong is onlangs geopereerd. Ouderling Marianne brengt hem een bezoek om te horen hoe het met hem gaat. Als ze bij hem is, merkt ze dat Peter nog niet veel kan. Hij kan nauwelijks lopen. ‘Lukt het wel met de dagelijkse dingen?’ vraagt ze bezorgd. Peter woont alleen. Zijn vrouw is vorig jaar overleden. Ze hebben tot hun grote verdriet geen kinderen gekregen. ‘Nou eerlijk gezegd valt het me flink tegen,’ antwoordt Peter.

Als kerkelijke gemeenschap vorm je een belangrijk sociaal netwerk

Signaleren

In onze maatschappij staat zelfredzaamheid in een hoog vaandel. Maar wat als je in een situatie komt dat je hulp nodig hebt? Financieel of gewoon praktisch bij het dagelijks functioneren? Bij thuiskomst uit het ziekenhuis krijg je tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk thuiszorg. Eerst wordt er gekeken of er een beroep gedaan kan worden op onbetaalde mantelzorg door eventuele partner, kinderen, andere familie, buren, vrienden… Iemand wordt geacht het eigen netwerk in te schakelen. Maar soms is dat netwerk zeer beperkt, familie en kinderen wonen ver weg, buren hebben het al te druk. Daar komt bij dat veel mensen het moeilijk vinden om hulp te vragen. Ze willen een ander niet tot ‘last’ zijn. Pastoraal bezoekwerk richt zich voor een groot deel op ouderen en chronisch zieken. In deze situaties kun je als bezoeker op een bepaald moment merken dat iemand (meer) hulp nodig heeft. Ouderen wonen langer thuis. Op hoge leeftijd kunnen lichamelijke of geestelijke beperkingen toenemen. Zeker als iemand alleen woont, kunnen de dagelijkse noodzakelijke bezigheden steeds moeilijker worden. Kan en durft iemand dan zelf om hulp te vragen? Zo kun je als bezoeker bijvoorbeeld merken dat een alleenstaande oudere mevrouw steeds verder in de war raakt. Je vermoedt dat ze dementerend is en dat de thuissituatie niet langer veilig is. Wat kun je dan doen? Is er familie om mee te overleggen? En wat als die er niet is?

Hulp inschakelen

Als kerkelijke gemeenschap vorm je een belangrijk sociaal netwerk. Dat maakt het mogelijk om elkaar en anderen te helpen. Iedereen kan daarin een rol spelen, naar vermogen. In de voorbeeldcasus kan Marianne gericht aan Peter vragen hoe het met de dagelijkse praktische zaken gaat zoals: de was, boodschappen, eten koken, vervoer naar het ziekenhuis of fysiotherapie…Wat redt Peter zelf, wat gaat niet? Heeft hij al hulp? Komt hij daar mee uit of heeft hij meer hulp nodig? Als het gaat om tijdelijke hulp kan Marianne misschien aanbieden om een paar keer boodschappen voor Peter te doen. Mogelijk kan ze enkele medegemeenteleden vragen om Peter ergens anders bij te helpen.

Het kan ook zijn dat over een tijdje blijkt dat Peter langdurig en structureel hulp nodig heeft. Misschien moeten er in huis aanpassingen komen (bijvoorbeeld een traplift), misschien heeft Peter andere hulpmiddelen of voorzieningen nodig ( pasje voor de regiotaxi, huishoudelijke hulp). Waar kan hij deze dan aanvragen? Hoe werkt dat? Bij deze zaken zou een diaken kunnen helpen. Marianne kan dat tegen die tijd met Peter bespreken. Als Peter het fijn vindt, kan ze de diaken vragen om contact met hem op te nemen.

Praktische samenwerking

Hoe kun je als pastorale bezoekers en diakenen meer met elkaar samenwerken? Hieronder vindt u enkele aanbevelingen:

• Overleg regelmatig samen in het wijkteam. Laat de diaken iets in het algemeen over zijn/haar activiteiten vertellen. Breng als bezoekmedewerkers vragen in waar je in de praktijk tegenaan loopt. Doe dit zonder namen van betrokkenen te noemen. En zonder dat meteen duidelijk wordt om welke personen het gaat.

• Als je over een concrete situatie wilt overleggen, doe dat dan onder vier ogen.

• Bespreek samen op welke signalen je als pastorale bezoekmedewerkers kunt letten.

• Laat diakenen regelmatig in de wijkbrief informatie geven over diaconale projecten, voorzieningen van de plaatselijke gemeente, maatjesprojecten en dergelijke. Zet ook de naam van de wijkdiaken in de wijkbrief en hoe mensen hem of haar kunnen bereiken.

• Organiseer een keer per jaar een breed gezamenlijk overleg van predikant(en), ouderlingen, bezoekmedewerkers, en diakenen. Bespreek een thema en bied ruimte voor uitwisseling.

• Laat diakenen bij een training voor beginnende bezoekmedewerkers iets over hun werk vertellen.

• Benader mensen in de wijk voor hand-en spandiensten, bijvoorbeeld vervoer naar ziekenhuis, een extra maaltijd koken, oppassen, boodschappenhulp. Maak een lijstje van wie af en toe wil helpen en waarbij. Zo’n lijstje komt goed van pas als er ergens hulp nodig is.

• Schakel tijdig de diaconie in. Neem niet alle hulpvragen op je eigen schouders.

• Zorg ervoor dat diakenen ook naar bezoekmedewerkers kunnen verwijzen.

Tot slot

De roeping tot naastenliefde geldt voor alle gemeenteleden. Iedereen beschikt daarbij over persoonlijke talenten. Sommige mensen vergelijken zich – in het beeld van Paulus-het liefst met een ‘oor’. Anderen voelen zich vooral in hun element als ‘hand’. Pastorale en diaconale medewerkers vervullen in het geheel een voortrekkersrol. Beide aandachtsgroepen hebben hun eigen mogelijkheden. Door de krachten te bundelen kunnen we elkaar en anderen optimaal van dienst zijn.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken