Menu

Premium

Maria

Bij Matteüs 1,18-25

Spiegelverhaal

Vroeger voelde Maria zich heel gewoon. Ze was nogal arm en misschien ook een beetje saai. Ze was gewoon heel gewoon. Maar toen Jezus werd geboren, werd alles anders. Nou ja, het was nog wel heel gewoon begonnen. Jezus werd niet geboren in een paleis, of op een andere mooie plek op aarde.

Wie weet waar Jezus werd geboren? Hoe zag het er daar uit, denk je?

Maria zegt dit:

Het klinkt misschien heel bijzonder, maar eigenlijk was het juist supergewoon, waar Jezus werd geboren. Het was een plaats waar alleen arme mensen komen. Zo zag het er ook uit. Armoedig. Maar toen Jezus er eenmaal was, leek het ineens heel anders. Alsof alles en iedereen een beetje ging stralen. Ineens was die gewone plek heel bijzonder geworden.

Sommige mensen zeiden dat dat het licht van God was, waardoor alles anders werd. Ook toen Jezus groter werd gebeurde dat. Telkens als Hij ergens verscheen, gingen mensen stralen. Dan was het alsof God heel dichtbij was. Overal waar Jezus kwam, maakte Hij de wereld een beetje mooier.

Mooier voor God en voor mensen die ziek of arm waren. Maria moest ervan zuchten. Wie had dat ooit gedacht. Dat zij als heel gewone vrouw zo’n bijzonder kind zou krijgen! Jozef zei dat hij van het begin af aan al wist dat het een bijzonder kind zou worden. Dat haar kind ontzettend veel op God zou lijken.

Zo’n bijzonder kind, dat krijg je niet zomaar. Dan moet je toch ook wel een bijzondere moeder zijn. Dus zij, Maria, is eigenlijk helemaal niet zo gewoon en saai meer.

Maria straalde…

Een bijzondere vrouw, die Maria. Net als al die andere mensen om Jezus heen.

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken