Met de kinderen: Waar het hart vol van is
Bij Hooglied 4,12-5,1 en Handelingen 2,1-11
Helemaal opgewonden komt Julia thuis. Drie dagen is ze op schoolkamp geweest en ze is helemaal door het dolle heen. Het was GE-WEL-DIG!
Julia kan niet stoppen met vertellen, over de speurtochten in het bos, de bonte avond, de slaapzaal waar ze midden in de nacht elkaar nog verhalen zaten te vertellen, over het kampvuur dat ze maakten en het wolvenspel dat ze rond het vuur deden… Ze heeft zo veel te vertellen aan mama, dat ze niet eens doorheeft dat de oude buurman op bezoek is.
Julia heeft rode wangen, zo opgewonden is ze en ze begint steeds harder te praten, van de hak op de tak. Als ze midden in het volgende verhaal zit, zegt de buurman opeens: ‘Zo, meisje, zo enthousiast heb ik jou nog nooit meegemaakt, wat heb jij veel te vertellen! Dat overkomt mij alleen als ik te veel gedronken heb.’
Julia’s moeder lacht en zegt: ‘Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Wat fijn dat het zo leuk is geweest!’
Julia is even stil. Dat is zo, anders praat ze nooit zo veel. En meestal is ze verlegen als de buurman er is. Vaak vindt ze het ook moeilijk om de goede woorden te vinden. Maar nu niet!
Nu weet ze precies wat ze wil vertellen. Ze hoeft er niets eens over na te denken.
Maar dat was nu juist ook zo leuk van het schoolkamp. Het ging allemaal vanzelf, ze hoorde er helemaal bij. Ze zit er nog van te genieten.
Want weet je, ze gingen ook pannenkoeken eten, en zij heeft mee helpen bakken, en toen het ging regenen, schuilden ze onder een treurwilg, maar dat was eigenlijk ook meteen een hut en…
Bij een gebed
De zinsnede ‘Waar het hart vol van is’ kan op verschillende plekken in de liturgie de opmaat vormen voor een gebed. Bijvoorbeeld als inleidende woorden bij het stil gebed:
‘Eeuwige God, wij willen U danken voor wat wij van U ontvingen en U bidden voor wat ons zorgen baart. Hoor ons wanneer wij U in stilte zeggen waar ons hart vol van is…’