Menu

Premium

Mier

Hebreeuwse tekst die wordt uitvergroot met een loep

luiaard

De Romeinse geschiedschrijver Sallustius (86-35 v.Chr.) heeft in De oorlog tegen Jugurtha geschreven : ‘Eendracht maakt ook de kleine machtig, tweedracht maakt de grootsten zwak’. Hij heeft hierbij de mieren voor ogen gehad. Mieren hebben met hun opvallende manier van werken, samenwerken en overleven door de eeuwen heen mensen geboeid. Zo sterk geboeid dat zij vaak als voorbeeld voor de mens dienden en dienen. We kunnen ons daarbij wel iets voorstellen. Wie de moeite neemt een poosje naar een volk mieren te kijken, raakt immers absoluut gefascineerd door hun gedrag.

In de bijbel staan zij ook als voorbeeld voor het menselijk gedrag. Zelfs is een van de bijbelteksten tot een spreekwoord in onze taal geworden: Ga tot de mier, gij luiaard, en word wijs -een spreekwoord dat de mens oproept werkzaam en actief te zijn.

Grondtekst

In de bijbel verschijnt de mier slechts op twee plaatsen. Beide teksten vinden we in het wijsheidsboek Spreuken: 6:6; 30:25. Het Hebreeuwse woord luidt nemalah; in het huidige Hebreeuws vinden we hetzelfde woord met dezelfde betekenis terug. De ‘lui(aard), trage (mens)’, ‘atsel, die wordt opgeroepen zich te vergelijken met een mier, treffen we voornamelijk aan in Spreuken: 6:6-9; 10:26; 13:4; 15:19; 19:24; 20:4; 21:25; 22:13; 24:30; 24:30; 26:13-16; daarbuiten alleen nog in Prediker 10:18. Vergelijk ook ‘ats-lah, ‘luiheid, traagheid’ (Spr. 19:15) en ‘atsloet, ‘traagheid’ (Spr. 19:15).

Letterlijk en concreet

a.Het gegeven dat de Spreukendichter de mier als voorbeeld voor de mens ziet, houdt in dat hij de mier heeft gekend. Hij heeft stellig naar de mierenhoop en naar de activiteiten van de mieren staan kijken. Door de Spreukendichter is ons een positief beeld van de mier overgeleverd. Niets vernemen we van de last die de land- en tuinbouw kon hebben van opererende mieren.

b.Vandaag de dag kennen wij ongeveer 6000 soorten mieren; zij behoren tot de wemelende insecten. In het huidige Israël zijn er om en nabij 500 soorten gesignaleerd. De mier waarover de bijbel spreekt, zal vermoedelijk de zogenaamde oogstmier zijn geweest. Wellicht dat het ‘zie haar wegen’ (Spr. 6:6) verwijst naar de waarneembare smalle paden die ontstaan als de mieren hun voedsel verzamelen. De Misjna noemt de mierenhoop waarin graankorrels zijn te vinden en vertelt dat de daar verzamelde graankorrels voor de armen zijn (Peah 4:11).

Beeldspraak en symboliek

a.De wijsheidsleraar die in Spreuken aan het woord is, roept de luie en trage mens op naar de mieren te kijken. Deze insecten zijn, zonder waarneembare opdracht, bezig om voedsel te verzamelen voor de winter (6:6). Zij kijken vooruit, zij hebben oog voor de toekomst. Deze werkzaamheid is voor de dichter het beeld van de mens die verantwoordelijkheid wil dragen en verder kijkt dan het nu. De mier staat voor een leven vervuld met wijsheid, juist vanwege zijn werkzaamheid. Hoe anders is het gesteld met de ‘atsel, de trage of luie mens. De reden van zijn traagheid kan verschillend zijn: nonchalance, gemakzucht, vrees, verbittering, scepsis, onverschilligheid. Wat er ook achter zit, het gevolg is dat hij niet tot daden komt. Maar dat is dwaas, omdat niet werken (in de bijbelse tijd vooral zorgen met het oog op het leven ‘morgen’) leidt tot niets, letterlijk niets. Uiteindelijk leidt dit niets tot de dood.

b.Het beeld van de mier heeft nog een ander aspect. De mier is klein en gering, zeker in vergelijking met de mens. Maar ondanks hun zwakheid zorgen mieren voor de toekomst door voedsel te verzamelen. Hun zwakheid transformeren zij tot kracht. Aldus verbeelden zij voor de mens de wijsheid.

c.De Midrasj Rabbah (Deut. V,2) gaat eveneens, mede op grond van Spreuken, in op het voorbeeld dat de mier voor de mens is. De rabbijnen delen het ‘huis’ van de mier in in drie verdiepingen. De mieren slaan hun voedsel niet op de bovenste etage op, omdat daar druppels door het dak kunnen komen en zo het voedsel bederven; evenmin op de begane grond, omdat daar het vocht via de grond het voedsel binnendringt. Nee, op de middelste verdieping bergen zij de voedselvoorraad op. Daarmee verbeelden zij de wijsheid. Ook stellen de rabbijnen de vraag waarom de mier meer verzamelt dan zij nodig heeft. Omdat zij zegt: misschien zal God me toestaan langer te leven; in dat geval zal ik voedsel gereed hebben. Hier klinkt het toekomst gericht denken en handelen door. Rabbi Simeon ben Yochai vertelt dat er eens een grote hoeveelheid tarwe werd gevonden in een mierenhoop, bedoeld als wintervoorraad. Dit gegeven roept Israël op goede, godsdienstige daden te verrichten in deze wereld met het oog op de Komende Wereld.

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Psalm 53; 90; 94; 104; 127; 139; gezang 49; 344; 348; 441; 453; Eva II: 12; 18.

b.Poëzie:

Gerrit Achterberg, Verzamelde gedichten, Amsterdam 19848, blz. 460: ‘Mier’. Virgina Hamilton Adair, Gedichten, Baarn 1998, blz. 43: ‘Verlaten Mierenhoop’. Ellen Warmond, Vragen stellen aan de stilte, Amsterdam 1984, blz. 2930: ‘Alles is ijdelheid’; 31: ‘Warning’.

c.Verwerking:

In de vroegchristelijke traditie verwijst men graag naar de mier als symbool. Uiteraard komt in de eerste plaats de ijver van de mier naar voren, zoals Spreuken ook laat zien. De mier als verwijzing naar wijsheid schuilt in het volgende: als een mier een graankorrel draagt en haar soortgenoten zien haar aankomen, dan doen zij geen pogingen om de korrel af te pakken, maar gaan zij zelf op zoek naar korrels. De mier als degene die vooruitziet, waaruit niet allen de wijsheid maar ook de zorg en verantwoordelijkheid naar voren komt: het verzamelen van voedsel door de mieren kondigt de vochtige winterstormen aan; mieren weten te onderscheiden en als zodanig zijn zij de leermeesters voor de mens. Doorgaans wordt de mier als voorbeeld voor de mens positief beschreven in de oudtes-tamentisch-joodse en christelijke traditie. Niet altijd en overal zag de mens in de mier het positieve. In sommige culturen verbeeldt het heen en weer lopen van mieren de zinloze bedrijvigheid op aarde, wat zo ver weg staat van de verlichte mens. Ook nu zien we weer: wat we opmerken aan iets, bepaalt welke overdrachtelijke betekenis we daaraan toekennen, en dat kan per cultuur en situatie verschillen. Wellicht valt over deze verscheidenheid een en ander te vertellen bij de uitleg van het woord mier. De thema’s die opkomen bij het bijbelse spreken over de mier zijn: wijsheid, ijver, arbeid, nalatigheid, toekomst. zorgzaamheid, verantwoordelijkheid en vooruitzien.

Verwijzing

De volgende woorden hebben enige verwantschap met het woord mier: ‘bij‘ en ‘vlieg‘.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken