Menu

Basis

‘Mij geschiede naar Uw woord’

4e zondag van de Advent (2 Samuel 7:4-16 en Lucas 1:26-38)

Even voor de lezing van vandaag uit 2 Samuel 7 lezen we hoe God David rust heeft gegeven van de vijanden in het rond.[1] Chiram, de koning van Tyrus heeft voor David een huis laten bouwen (2 Samuël 5:11). God zelf komt tekort: ‘Ik heb in geen huis gewoond, van de dag af dat Ik de kinderen Israëls uit Egypte omhoog leidde tot deze dag. Ik heb gewoond in een tent, in een tabernakel’ (7:6).

David wil voor God een huis bouwen, alsof God een soort prelaat is die in een paleis dient te wonen. De profeet Natan vindt dat aanvankelijk een goed idee, maar krijgt van God bijles. Hij heeft (nog) geen tempel nodig.

God belooft David een huis

God belooft Davids naam groot te maken: Ik heb jou uit de steppe gehaald, van achter de schapen vandaan, om ‘voorganger’ van mijn volk te zijn (7:8-9). Via Natan hoort David: ‘De Heer zal voor u een huis bouwen’ (7:11). En God dan? Een chassidisch verhaal vertelt hoe een leerling zijn rebbe vraagt: ‘Waar woont God?’ De rebbe antwoordt: ‘Daar waar de mens Hem binnenlaat.’

In 7:12 wordt gesproken over ‘zaad dat God zal doen opstaan’. Wordt hier aan de Messias gedacht, of aan Davids zoon Salomo? Aan allebei. Salomo is meer dan zomaar een zoon. Over het hoofd van Salomo heen zien we de Messias. Die zal net als David geboren worden in Betlehem (= huis van brood) en namens God mensen oprichten en bevrijden en zelf opstaan en zo Davids koningschap, Gods koningschap, bevestigen. Op de boodschap van Natan antwoordt David met een dankgebed dat hij besluit met: ‘Heer, zegen het huis van uw knecht’ (7:18- 29). Zo horen we al eeuwen voor het in Nazaret klinken zal: ‘Mij geschiede naar uw woord.’

Een naamgenote van Mirjam

Ze krijgt meestal weinig aandacht, de naamgenote van Maria uit het Eerste Testament: Mirjam, de zuster van Mozes. In bange tijden houdt zij stand. Ze houdt de wacht bij het weerloze kind dat ligt in het riet (Exodus 2:4). Ze bewaart het, zoals Maria later zorgvuldig de woorden in haar hart bewaart. Ze ziet toe hoe het kindje uit het water wordt getild en, door het water van de dood heen, wordt gebracht aan het hof van Farao. Mozes en Aäron krijgen in het uittochtsverhaal altijd het volle pond, maar Mirjam niet. Dat is niet juist. De profeet Micha vertelt terecht dat de Heer ‘Mozes, Aäron en Mirjam’ zond om Israël uit het slavenland Egypte te bevrijden (Micha 6:4). En na de doortocht door de zee van de dood is het Mirjam die alle vrouwen aanvoert in het zingen van het Magnificat van Israëls bevrijding: ‘Zing voor Hem, want Hij is hoogverheven, het paard en zijn berijder stortte Hij in zee’ (Exodus 15:20-21).

Het huis van Nazaret

De evangelist Lucas, die we vandaag ook beluisteren, spreekt over Gods aanwezigheid bij het volk Israël van zijn dagen. Het waren bittere tijden. De Romeinse overheersing was niet zo mild als wij geneigd zijn die af te schilderen. De landvoogd van de keizer en diens paladijnen, Herodes en zijn familie, gingen kwalijk te keer. Dreigend staan Herodes, Augustus, Tiberius en al die anderen in het gelid om iedere nieuwe opbloei van Gods Koninkrijk in de kiem te smoren.[2] Lucas’ Evangelie kondigt echter daar dwars doorheen de doorbraak van die nieuwe geschiedenis aan.

Lucas kende de verhalen van Mirjam en David en hij gebruikt die verhalen meesterlijk. De naam van de jonge vrouw in Nazaret die in verwachting is, is Maria. Maria is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Mirjam. Net als Mirjam, de zuster van Mozes, staat deze Mirjam aan de wieg van Gods bevrijdingsverhaal. Met Mirjam is het begonnen, leert het eerste hoofdstuk van het boek Exodus. Met Mirjam van Nazaret is het begonnen rond de Messias, zegt Lucas. De Heer God zal Hem de troon van zijn vader David geven. Er zal rust zijn van de vijanden in het rond. Er is een toekomst die ons begrip te boven gaat. ‘Uw bloedverwante Elisabet heeft in haar ouderdom een zoon ontvangen, en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij in haar zesde maand, want voor God is niets onmogelijk.’ De kracht van de Geest die boven de chaos zweeft (Genesis 1:2) zal het aanschijn der aarde vernieuwen. Geest en Messias hebben met elkaar te maken. Zo zei de Samaritaanse vrouw nadat ze Jezus had horen spreken over de Geest (Johannes 4:23-25): ‘Ik weet dat de Messias komt.’ Maria werd door de kracht van die Geest overschaduwd en de droom van iedere joodse vrouw, moeder te worden van de Messias, is in haar werkelijkheid geworden (Lucas 2:35).

De link tussen hemel en aarde

Het aankondigingsverhaal van Lucas is verwant aan andere aankondigingsverhalen uit het Oude Testament. Er is dan sprake van een nieuw begin (Genesis 17:16), redding uit grote nood (Rechters 13:5), herstel uit geestelijk verval (1 Samuël 1:17) of een totaal nieuwe toekomst met God (Jesaja 7:14). Het gaat nooit om de geboorte alleen, maar om het doorgaan van Gods heilsgeschiedenis. Maria zegt in dankbare verwachting namens haar volk: ‘Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord’ (Lucas 2:38). De engel kan rustig vertrekken, want deze link tussen hemel en aarde is hecht gelegd: de bevrijding van Israël en daarmee van heel de mensheid kan beginnen.

Deze exegese is opgesteld door Hein Jan van Ogtrop.

Voetnoten

  • Lees meer over het Davidsverhaal in Th.J.M. Naastepad, Het geheim van Rachel. Preken en nieuwe liederen over het Boek Samuël, Rotterdam / Antwerpen / Haarlem 1988.
  • Over de politieke situatie ten tijde van Jezus’ geboorte, lees A.J. Herzberg, De memoires van koning Herodes, Amsterdam 1974.

Wellicht ook interessant

Basis

Van crisisjaar tot jubeljaar

Biddag 2021 biedt de gelegenheid om terug te blikken op de coronacrisis die zich aandiende in 2020. Op Biddag is daarbij de invalshoek vooral die van arbeid en economie. Iedereen ondergaat de effecten van deze crisis, maar mensen die zich vóór het uitbreken van de crisis al in onzeker flexibel werk bevonden, zijn onevenredig hard getroffen. Zij verloren vaak als eersten hun werk. Tegelijk is er juist op Biddag ook altijd alle aanleiding om vooruit te blikken. Immers ‘zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich’ (Psalmen 126:5).

Basis

Brood genoeg voor iedereen

In het Evangelie van Johannes heeft Pasen een belangrijke plek. ‘De inzichten van na Pasen zijn leidinggevend in dit Evangelie en hebben hun stempel gedrukt op het verhaal van Jezus vóór Pasen,’ schrijft professor Martin de Boer. Je moet dus niet alleen de gebeurtenissen rond Pasen, maar ook de rest van het Evangelie lezen in dat licht. Het teken van het brood in Johannes 6 kan dan ook gelezen worden als een opmaat naar Pasen. En zo is er in de uitleg ook een verbinding te maken naar het eten van het Pesachmaal in Jozua 5.

Nieuwe boeken